Bergkamp doet niets om populariteit te vergroten

Dennis Bergkamp mag zich tot de meest begeerde voetballers van Europa rekenen. Zowel in Spanje als in Italië, maar ook in Duitsland wordt met bewondering naar de elegante topscorer gekeken. Voorlopig geeft hij de voorkeur aan Ajax, aan zijn vertrouwde omgeving, veilig dicht bij huis. Of hij zijn talenten woensdag in Turijn tegen Torino kan etaleren is nog de vraag. Bergkamp ondervindt last van een knieblessure, waardoor hij gisteren niet tegen VVV kon spelen.

AMSTERDAM, 27 APRIL. When the saints go marchin' in staat er op zijn modieuze overhemd. Voor veel voetbalfans is Dennis Bergkamp meer dan een heilige. De bijna 23-jarige Ajacied maakte de afgelopen twee jaar zo'n stormachtige ontwikkeling door dat hij zich momenteel een van de meest begeerde spitsen van Europa mag noemen.

Niet voor niets meldde Real Madrid zich eind vorig seizoen als eerste topclub voor de snelle topscorer van Ajax. Enkele weken daarna rinkelde in huize Bergkamp de telefoon. Tonnie Bruins Slot, rechterhand van Johan Cruijff, aan de lijn vanuit Barcelona. Hij kondigde slechts aan dat de maestro binnenkort contact met Dennis wilde opnemen. Inderdaad, enkele dagen later belde Cruijff zelf.

Bergkamp kan zich het gesprek van een kwartiertje nog goed herinneren. “Johan heeft me destijds laten debuteren in het eerste team en had vaak contact met m'n ouders over financiële zaken en mijn school. Want in die tijd, bijna vijf jaar geleden, had ik m'n HAVO-diploma op zak en was ik aan een studie fysiotherapie begonnen. Hij zei toen: "Waarom zou je daar zoveel tijd in steken als je toch profvoetballer wordt?' Nu had hij had vernomen dat Real Madrid me wilde contracteren. Ik hoefde zijn raad helemaal niet op te volgen. Maar hij voelde het als een morele verplichting mij van advies te voorzien. Cruijff vond dat het nog te vroeg was voor zo'n overstap. Hij schetste een beeld hoe het daar in Spanje toegaat. Zolang alles goed loopt is er niets aan de hand. Maar als het tegenzit krijgt de buitenlander de schuld en word je in de pers een mikpunt van kritiek. Cruijff vroeg zich af of ik daar al tegen kon. Hij vertelde dat hij zelf ook pas op latere leeftijd naar Barcelona was gegaan. En daar had hij nooit spijt van gehad. Of het advies van Cruijff gemeend was en geen stukje eigenbelang? Achteraf zou je dat kunnen zeggen. Maar er is van Barcelona tot op heden nog nooit een aanbieding binnengekomen.”

Ook Beenhakker probeerde Bergkamp met raad en daad bij te staan. “Ik moet zeggen dat hij een reële voorstelling van zaken gaf. De contacten met de president van Madrid, Mendoza, liepen via hem. Beenhakker dacht dat ik het qua voetbal wel aankon in dat gekkenhuis daar. Maar ik had toen nog geen vriendin. En in Madrid alleen op een flatje leek hem een eenzaam bestaan worden.”

De adviezen werden door Bergkamp in dank aanvaard. Ze waren echter overbodig. In overleg met zijn ouders, met wie hij een sterke band heeft en die de betrekkelijkheid inzien van geld of bezit, had hij al lang besloten voorlopig van een buitenlands avontuur af te zien. Een weloverwogen beslissing, die hij eind januari nog eens onderstreepte. Toen maakte Bergkamp wereldkundig dat hij ook volgend seizoen nog bij Ajax blijft voetballen.

Ondertussen waren behalve Barcelona, Real Madrid ook de Italiaanse clubs Inter Milaan, Fiorentina en Napoli met zijn naam in verband gebracht. “Ik hoorde elke week weer een nieuwe club noemen. Op een gegeven moment werd de geruchtenstroom zo sterk dat ik er zelf ook in begon te geloven. Dacht ik: het zal wel zo zijn, ik ben al weg. Maar bij mijn zaakwaarnemer Rob Jansen waren er helemaal geen concrete aanbiedingen binnengekomen. En ik ging bij mezelf te rade: wil ik eigenlijk wel weg? Nee, concludeerde ik, want ik speel in een lekker elftal waarin ik een vaste waarde ben. Bij elk systeem dat Ajax hanteert voel ik me prima. En volgend seizoen moet dit elftal toch nog meer prijzen kunnen pakken.”

Het lijdt echter geen twijfel dat Bergkamp na het komende voetbaljaar voorlopig niet meer valt te bewonderen op de Nederlandse velden. Hij staat weliswaar nog twee jaar onder contract bij Ajax, maar dat is juist een reden voor de Amsterdamse club om hem een seizoen eerder te laten gaan. Want dan kan de minimale transfersom worden gevraagd die in zijn contract is vastgelegd bij een voortijdig vertrek. Naar verluidt ligt dat bedrag niet onder de vijftien miljoen gulden. Rob Jansen heeft in ieder geval onlangs voorspeld dat het vertrek van Bergkamp de grootste transfer zal opleveren uit de historie van het Nederlandse voetbal. Tot nog toe heeft Ruud Gullit met zeventien miljoen (naar AC Milan) het record in handen. “Als er een club uit het buitenland straks werkelijk belangstelling heeft, zal die transfersom geen probleem opleveren. Ik ga een keuze maken uit Italië of Spanje. Ik heb daar met Marco van Basten over gesproken. Hij zei: "In Italië is het voetbalklimaat perfect, maar als spits kun je beter in Spanje voetballen.' Het speltype dat daar wordt gespeeld lijkt meer op wat we hier kennen. Er staat natuurlijk weer tegenover dat, als je in Italië kans ziet veel doelpunten te scoren, je als spits wordt aanbeden. Dat merkt Marco nu maar al te goed.”

Hoewel hij pas een half jaar een vriendin heeft heeft Bergkamp de uitstraling van de ideale schoonzoon. Het is dat zijn daden groot zijn, anders zou de benaming anti-vedette goed bij hem passen. Bescheiden, rustig, geen branie-achtige trekjes. Hij schuwt publiciteit en zal zelden een conflict aangaan. “Ik sta voor de buitenwacht inderdaad bekend als een lieve jongen. Laat het maar zo. Ik probeer mezelf te blijven. Het streelt je ego dat je zo in de belangstelling staat, maar het moet wel binnen de perken blijven. Er zijn spelers die graag op televisie komen, zelfs in panels gaan zitten van quizzen. Voor mij hoeft het niet. Dat kan op een gegeven moment ook tegen je gaan werken. Laatst heb ik wat gedaan voor Unicef. Ik moest namen raden van personen op foto's. Ik was zo nerveus dat ik een waas voor me ogen kreeg en ik heb maar wat geroepen. Ik doe er niets aan om mijn populariteit te vergroten. Ik hoef ook niet zo nodig munt te slaan uit mijn status van voetballer. De zakelijke aanbiedingen die ik krijg worden heel streng geselecteerd door Sportpromotion BV van de spelersvakbond VVCS. Ik verdien liever een keer 2500 gulden dan vijf keer vijfhonderd gulden. Ik kijk ook wat goed bij me past. Voor chique kleding kunnen ze beter bij Bryan Roy aankloppen.”

In de privé-sfeer is Bergkamp er tot nog toe steeds in geslaagd een rookgordijn rondom zijn persoon op te trekken. De mystery-man van het profvoetbal. “Ik zal niet gauw een cameraploeg of een fotograaf bij me thuis ontvangen. Ik ben te saai voor de roddelbladen. Maar goed ook, want ik wil alleen met de normale pers wat te maken hebben.”

In het glamourachtige voetbalwereldje voelt Bergkamp zich vaak als een vreemde eend in de bijt. Na de wedstrijd is hij meestal als eerste vertrokken. Het lijkt of hij weinig vrienden heeft, hoewel een topscorer altijd goed ligt in een groep. Zo zijn de voetbalwetten nu eenmaal. “De waardering van je collega's is er heus wel. Ik zoek de gezelligheid echter thuis. Ik heb nog drie broers en er hangt bij ons altijd een leuke sfeer. Als ik na de wedstrijd in mijn auto stap, ben ik met heel andere dingen bezig. Ik interesseer me ook erg voor golf en snooker. Ik hoef niet zo nodig urenlang in het spelershome te blijven hangen. Dat is inderdaad mijn wereldje niet. Als ik uitgevoetbald ben, zien ze mij in de voetballerij ook niet meer terug.”

De stad in met de spelersgroep, naar het Leidseplein of de It, de trendy-discotheek bij het Rembrandtplein doet Bergkamp zelden. “Ik ben ook niet zo'n uitgaanstype. Als ik op stap ga dan liever niet in de drukte van Amsterdam. Maar met mijn vriendin in Amersfoort bijvoorbeeld. Ik merk aan mezelf dat het me daar veel beter bevalt.”

Is Bergkamp dan wel een echte Ajacied? “Ik moet je zeggen dat ik als kleine jongen helemaal niet zo'n fan was van die club. Ik speelde bij Wilskracht/SNL en een keer maakte ik mee dat de jeugdleider van Ajax in de rust de thee buiten zette omdat zijn elftal met 1-0 achterstond. We hoorden die man geweldig tekeer gaan in de kleedkamer. Voor mij was Ajax een club van patsers en bontjassen. Toch ben ik op m'n elfde maar even langsgegaan voor een proeftraining toen ze me daar om vroegen.”

Qua persoonlijkheid mag Bergkamp dan niet passen in het sfeertje van geld, drank en mooie vrouwen, dat de club uit De Meer uitademt, qua voetbal hoort hij bij Ajax als geen ander. Snel, technisch, stijlvol, een lust voor het oog van iedere voetballiefhebber. Niettemin zijn er nog verschillende punten voor verbetering vatbaar. Het benutten van kansen bijvoorbeeld. “Toch is dat ten opzichte van vorig seizoen verbeterd. Maar ik moet inderdaad koelbloediger worden. Ik leer van wedstrijden als Den Haag-uit, toen we een punt lieten liggen door mijn falen. Dan kan ik mezelf achteraf ontzettend veel verwijten. Het lijkt allemaal heel eenvoudig als je alleen op een doelman afgaat, zoals in de thuiswedstrijd tegen Genoa. Je moet echter in een flits beslissen. In de sprint er naar toe is het daarvoor nog te vroeg. Als de doelman ver uit zijn doel komt, kun je hem passeren. Blijft hij er vlak voor staan, dan wordt de hoek om in te schieten te moeilijk. Ik zal verder in verdedigend opzicht moeten verbeteren en in de lucht gaat het ook nog niet altijd perfect.”

Bergkamp denkt weleens na over zijn functie in het elftal. Als schaduwspits, ofwel aanvallende middenvelder, moet hij enorme afstanden afleggen en dat gaat ten koste van de scherpte bij de afronding. “Van Gaal ziet dat probleem niet zo. Anderen hebben wel eens tegen mij gezegd dat ik dichter tegen de centrumspits moet spelen. Maar dan ontstaat er een te groot gat tussen mij en Wim Jonk. Zoiets zou alleen kunnen als we in een andere formatie spelen.”

Bergkamp wordt vaak vergeleken met Van Basten. Hij vindt het daarvoor nog veel te vroeg. “In zijn laatste seizoen bij Ajax was Marco de aanvoerder van het elftal. Alles draaide om hem, hij had een grote inbreng. Daarom kon Marco ook eerder naar het buitenland gaan dan ik. En nu heeft hij het gemaakt in Italië. Zover ben ik nog lang niet.”