Aftreden Cossiga aanzet tot ander soort politiek; Italië zit nu met een waarnemend president, een demissionair kabinet en een verdeeld parlement; De chaos is compleet, maar op iets langere termijn heeft Cossiga met zijn gebaar juist meer duidelijkhei...

President Cossiga is in stijl vertrokken. Twee jaar geleden begon hij aan een missie die hij zelf heeft omschreven als houweelslagen toebrengen aan een versteend politiek systeem. In zijn emotionele tv-toespraak van zaterdag heeft hij die missie tot een logisch eind gebracht: liever een laatste flinke klap op een moment dat er nog naar hem wordt geluisterd, dan in de drie maanden die hem nog restten als president steeds machtelozer toekijken.

De man met de houweel wil met het requisitoir dat zijn vervroegde aftreden begeleidt, de politieke partijen dwingen om de consequenties te trekken uit de uitslag van de verkiezingen. Toen tien maanden geleden bij een referendum een overweldigende meerderheid koos voor een andere vorm van politiek, is daar niets mee gebeurd. Nu dreigt zoiets weer. Bij de parlementsverkiezingen begin deze maand hebben de kiezers opnieuw gezegd dat het anders moet. Ze hebben daarbij niet de weg gewezen, en de eerste twee zittingsdagen van het parlement hebben duidelijk gemaakt hoe groot het gevaar is dat deze roep om verandering verloren gaat in het politieke schaakspel.

Cossiga heeft de verwarring alleen maar groter gemaakt, zeggen sommigen. Op het eerste gezicht is dat waar. Hij had zo vaak met aftreden gedreigd dat velen dachten dat het ook nu niet zo'n vaart zou lopen. De partijen zijn verrast door het besluit, en Italië zit vanaf morgen met een waarnemend president, een demissionair kabinet en een verdeeld parlement. De chaos is compleet.

Maar op iets langere termijn heeft Cossiga juist meer duidelijkheid gebracht. Zijn termijn liep op 3 juli af, en het zag ernaar uit dat de kabinetsformatie zich tot in de hete zomermaanden zou voortslepen, totdat duidelijk zou zijn wie de nieuwe president zou worden. De partijen zouden aan een partij driedimensionaal schaak op twee borden beginnen: dat van de nieuwe president en dat van de nieuwe premier.

Nu moet het parlement eerst een nieuwe president kiezen. Dat betekent meer duidelijkheid als daarna de kabinetsformatie begint. Er wordt dan nog maar op één bord gespeeld, en dat maakt de kans op een snelle en politiek sterke oplossing groter.

Cossiga heeft gelijk als hij constateert dat hij zich teveel vijanden had gemaakt, dat hij teveel geïsoleerd was geraakt om daadkrachtig leiding te kunnen geven in een kabinetsformatie. Italië heeft nu een sterke president en een sterk kabinet nodig, zei hij terecht. In de samenleving begint het protest te gisten. En in de stappen naar de Europese monetaire eenwording zit wel enige flexibiliteit, maar niet onbeperkt. Met zijn onbeteugelde begrotingstekort loopt Italië het reële gevaar de aansluiting bij Frankrijk en Duitsland te missen.

Maar het valt te betwijfelen of Cossiga's aftreden uiteindelijk leidt tot de vorming van het “sterke, efficiënte en moedige” kabinet waarvoor hij de weg wil vrijmaken. Het is nu iets makkelijker geworden, maar niet meer dan dat. Aan de impasse in het parlement is niets veranderd.

Het komt zelden voor dat een politicus in Italië vrijwillig aftreedt. Hoewel de betekenis van Cossiga's gebaar beperkt is omdat het einde al in zicht was, verdient het waardering. Het is een aanzet tot een andere vorm van politiek. “Ik vrees dat de politiek van knipoogjes, uitnodigingen voor het diner, halve beloftes en halve verantwoordelijkheden, vage akkoorden ... nog steeds prevaleert boven de duidelijke politieke keuzes op basis van concrete programma's”, zei Cossiga. Zijn aftreden is mede een poging een duidelijke agenda vast te stellen voor de komende kabinetsperiode: begrotingstekort en Europa, mafia, falende overheidsdiensten. In het beleid van de afgelopen jaren waren die hoofdproblemen nauwelijks terug te vinden. Maar er zullen weinig Italianen zijn die die Cossiga niet dankbaar zijn dat hij ze opnieuw aan de orde heeft gesteld.

Daarom is zijn Cossiga's aftreden een laatste houweelslag, een poging om, zoals hij zei, de politieke partijen vast te nagelen op hun verantwoordelijkheid tegenover het land. Hij heeft zich opgeworpen als voorganger in de roep om verandering. Nog nooit eerder had iemand die binnen het politieke systeem zo'n hoge functie bekleedt, zulke felle kritiek geleverd. Cossiga is daarmee een katalysator geweest die veel heeft bijgedragen aan de winst van protestpartijen bij de verkiezingen.

Hij heeft daarbij ook een aantal persoonlijke vetes uitgevochten, en dat heeft soms zijn boodschap ontkracht. Cossiga weet dat ook wel, maar deed daar luchtigjes over in zijn toespraak. Dat was uiteindelijk niet zo belangrijk, zei hij, en als ik iemand heb beledigd, vraag ik hierbij excuses. Het is een te makkelijke poging om zijn soms rancuneuze uitvallen te vergoeilijken, om recht te praten dat hij niet wilde weten dat het waarschijnlijk uit de hand is gelopen met het geheime verzetsnetwerk Gladio.

Die rancune, zijn blinde vlekken, zijn onbesuisde uitvallen en zijn narcisme hebben sommige mensen doen zeggen - in meer of minder diplomatieke bewoordingen - dat Cossiga gek was. Van het begin af aan is dat een verkeerde inschatting geweest, en zijn toespraak van zaterdag heeft dat nog eens bevestigd. Het was een waardig afscheid van een man die zelf toegaf dat hij zijn gebreken voor deze plechtige gelegenheid onder controle had gebracht door alles op schrift te zetten.

Een van de belangrijkste drijfveren van Cossiga is zijn liefde voor Italië. Hij kreeg tranen in zijn ogen toen hij de jongeren opriep van hun land te houden, toen hij de kijkers voorhield in zichzelf te geloven. Italianen kunnen soms zwelgen in zelfkritiek, en dat draagt er vaak toe bij dat er niets gebeurt.

Tekenend is het slot van zijn toespraak. “Dit is een land dat geen grote politieke macht zal zijn, dat geen grote militaire macht zal zijn, en dat is misschien een zegen van God,” zei Cossiga. “Maar het is een land van grote cultuur, met een grote geschiedenis en een land met enorme morele, civiele, religieuze en materiële energie. Het gaat erom die samen te voegen ... Leve de Republiek, leve Italië.” Dat was meer dan retoriek.