Zelfs de aubade is terug; Vaderland en Oranje doen het weer

Anders dan inwoners van de grote steden denken, is Koninginnedag niet alleen een excuus om een vrijmarkt te houden. Nederland telt 1600 Oranjeverenigingen die, al dan niet op christelijke grondslag, ervoor ijveren om deze dag te maken tot een hoogtepunt van het jaar. De wervingskracht van "Oranje' is weer groeiende.

Uit het buurtstation Baarn, vroeger in gebruik voor de bewoners van paleis Soestdijk en hun gasten, is de laatste Koninklijke Trein al lang geleden vertrokken. Het bouwwerk is nu een café annex "eethuys', dat nering doet onder de naam De Generaal. Toch zijn de banden met het Koninklijk Huis hier niet geheel verbroken. Dat is te danken aan het belendende Oranje Museum, sinds 1987 gehuisvest in een pand waar vroeger het smalspoortreintje Bello werd gerepareerd.

Het vooral 's zomers druk beklante museum beschikt over schilderijen en borstbeelden van de Oranjes, maquettes van paleizen, een replica van de Gouden Koets en nogal rommelige vitrines, die inzicht geven in het leven aan en om het hof. Zo leert men dat het menu van het déjeuner-gala op de trouwdag van koningin Wilhelmina Chapons Montmorency, Chevreuil rôti en Palermitaine glacé vermeldde, het huwelijksdiner van prinses Juliana werd ingeluid met oesters, artisjokken en warme zeekreeft en dat de dames tijdens het feestmaal op de trouwdag van prinses Beatrix gekleed dienden te gaan in een "robe décolletée sans décorations (voor de heren was "frac, plaque et cordon' de rigeur).

Emma

Veel aandacht krijgt koningin Emma, die van 1890 tot de inhuldiging van haar dochter Wilhelmina acht jaar later het land als regentes bestuurde. Dichtbij het opklapbare schrijfbureau dat zij op reis bij zich had, ligt een namens haar geschreven brief die illustratief is voor de sfeer in hofkringen aan het eind van de eeuw. ""Ingevolge de bevelen van Hare Majesteit de Koniningin Regentes'', aldus de in 1891 verzonden brief, ""heeft Jonkvrouwe Van de Poll de eer Mevrouw Zegers Veeckens te verzoeken haar oudste dochtertje toe te staan bij gelegenheid van den kerstboom Donderdag 24 December van 4¾ tot 6½ uur bij H.M. de Koningin te komen spelen. Lichte jurk, hoog of laag naar verkiezing (geen rouw).''

De laatste toevoeging hield verband met de rouwperiode die eind 1890 was afgekondigd na de dood van Emma's echtgenoot Willem III. Slechts elf jaar eerder was zij, als twintigjarig meisje, de gemalin geworden van de ruim drie keer zo oude koning. Kort tevoren nog had deze, na het overlijden van zijn vrouw Sophia, op het punt gestaan te huwen met een Franse operazangeres (Mlle E. d'Ambre), die hij met het oog daarop alvast had geadeld tot baronesse d'Ambroise. Nadat de Nederlandse regering een krachtig protest had laten horen, zette hij haar echter aan de kant voor de Duitse prinses Emma van Waldeck-Pyrmont. Al een jaar na het huwelijk werd hun dochter Wilhelmina geboren: de enige die, na de dood van Willems tweede zoon Alexander in 1884, in aanmerking kwam voor de troon.

Daardoor stond Emma te boek als degene door wier toedoen de dynastie was gered, iets waarvoor men zich in brede kring dankbaar toonde. De voorzitter van een Comité voor Christelijke Feesten in Zutphen vertolkte veler gevoelens toen hij opriep tot vreugde omdat ""God ons de laatste telg uit het Huis van Oranje deed behouden.''

Als het anders was gelopen, aldus een wijd verbreide opvatting in die dagen, zou de Nederlandse samenleving in gevaar zijn gekomen. ""Van de nationale eenheid is (...) niet veel meer over dan de gemeenschappelijke eerbied voor het vorstenhuis'', had De Gids na de dood van Alexander al bezorgd vastgesteld. ""De gevaren van regeringsloosheid en maatschappelijke ontbinding bedreigen Nederland.''

Maar de regentes zag kans de somberheid over de toekomst van de natie weg te nemen. Daarvoor nam ze een voor die tijd ongebruikelijke stap die, in hedendaagse termen, een effectieve vorm van public relations kan worden genoemd. ""In gezelschap van haar dochtertje reisde ze een tijdlang per trein het land door'', vertelt Ed Krabbenbos, één van Nederlands bekendste Oranje-sympathisanten. ""Op die manier liet zij zien dat de opvolging was verzekerd. "Wij zijn er nog!' leek ze te willen zeggen. In die jaren bewees Emma dat zij een grote vrouw was, iemand die vond dat ze een dienende functie had en daarom zichzelf wegcijferde.'' Het is deels aan haar te danken, voegt Krabbenbos er op bewogen toon aan toe, dat nu negentig procent van de bevolking (een eigen schatting) positief staat tegenover het koningshuis.

Steunpunt

Omstreeks de eeuwwisseling hadden de regentes en de jonge koningin het pleit al voor zich beslecht. Velen in het land toonden zich daarover opgelucht. De koninklijke familie, zo betoogt de antropoloog Hans de Beukelaer in zijn boek In naam van Oranje, was voor verschillende zuilen in het land een belangrijk symbool en steunpunt. Zowel de liberalen als de protestanten zagen "Oranje' als een garantie om het verdeelde land tot eenheid te brengen. De gereformeerden gingen daarbij uit van de onverbrekelijke trits God, Nederland en het Huis van Oranje. Net als in de achttiende eeuw, toen velen van hen overtuigd waren dat niet alleen Israel maar ook Nederland een speciaal verbond had met God, zagen rechtzinnigen de Oranjes als uitverkorenen die het volk moesten leiden. Bemoedigend in dit opzicht was dat koningin Wilhelmina al snel een "huisgodsdienstoefening' instelde, volgens de voorman van het Zutphense comité een teken dat zij ""den naam des Heeren uitriep als bron van alle kracht''.

De katholieken hadden minder reden zich eensgezind achter de troon te scharen. De houding in hun kring was dan ook afstandelijker dan die van de protestanten, maar uitgesproken anti-Oranjegezind was men niet. Alleen de socialisten waren voorstanders van een republikeinse staatsvorm. Hun aantal was echter te beperkt om invloed te hebben op de inhuldiging van Wilhelmina, die in 1898 gepaard ging met nogal wat feestelijkheden. De minder fortuinlijke landgenoten werden daarbij niet vergeten, getuige de berichten dat het in veel plaatsen kwam tot een "uitdeeling aan de armen'.

In deze nog broze sfeer van harmonie ontstonden, verspreid door het land, de eerste Oranje-verenigingen. Initiatiefnemers waren plaatselijke notabelen (althans burgers van onbesproken gedrag), die hiermee een alternatief wilden bieden voor de door drankmisbruik ontsierde kermissen. Maar daarnaast stond hun een ideëel doel voor ogen dat, getuige een recent congres van de Federatie van Oranjeverenigingen, ook nu nog wordt onderschreven: getuigenis afleggen van "aanhankelijkheid aan en instemming met het Vorstenhuis'.

Vooral in de jaren tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog vormde dit het uitgangspunt voor uitgebreide festiviteiten. In die tijd ontstonden die vanzelf, herinnerde dr. J. Gajentaan, ex-voorzitter van het Amsterdamse Oranje-comité, zich nadien. ""Als 's ochtends de kanonschoten bulderden, dan had je 's avonds feest'', vertelde hij me. Maar men was toen ook nog met weinig tevreden: mede dank zij de Vereniging tot Veredeling van het Volksleven kregen de kinderen, aldus de vermaarde Oranje-veteraan, twee glazen melk, drie krentenbollen, een glas limonade en een ijsje. ""En verder had je koekhappen, zaklopen en vanzelf de praalwagens.''

Toch zag het er halverwege de jaren dertig naar uit dat de economische crisis een ondermijnende invloed had op het landelijk feestvertoon. Om de malaise te keren, werd besloten tot oprichting van een Nationaal Comité van Oranjeverenigingen dat, naar later werd geopperd, mede tot doel had een vaderlandslievend blok te vormen tegen het opkomend communisme. Duidelijkheid daarover ontbreekt, maar zeker is wel dat NSB-leden als voorstanders van een absolute monarchie pogingen deden de Oranjebeweging te infiltreren.

Laconiek

Na de oorlog kwamen de verenigingen en feestcomités langzaam maar zeker weer tot bloei. In de grote steden echter was de ware geestdrift verdwenen. Meer en meer, zo mopperde dr. Gajentaan, legde men zich toe op het vieren van Koninginnedag in gepaste stijl, iets dat naar zijn oordeel tot niet anders kon leiden dan "routine, gesneden koek'. Elders in het land ging het nog altijd geïnspireerd toe, maar het karakter van de dag is ook daar geleidelijk aan veranderd. De Federatie van Oranjeverenigingen in Nederland en zijn confessionele tegenhanger, de Christelijke Bond van Oranjeverenigingen, zijn het erover eens dat het publiek vandaag de dag een "laconieke' instelling heeft tegenover het Koninklijk Huis. Deze manifesteert zich het duidelijkst bij de jeugd, maar is volgens waarnemers ook bij anderen te signaleren: de tijd dat een politieman in de houding sprong bij het horen van het Wilhelmus ligt achter ons. Het is, zo wordt geconstateerd, allemaal veel afstandelijker geworden.

De secretaris van de Bond, mevrouw G.D. Overweel, meent dat dit deels te wijten is aan het spijtige besluit te stoppen met de défilés die tot het aftreden van koningin Juliana voor het bordes van paleis Soestdijk werden gehouden. ""Die optochten veroorzaakten een gevoel van saamhorigheid. Zolang het duurde, was er één dag per jaar dat je, meelopend in de stoet of staande achter de hekken, er zeker van kon zijn de koningin te zien. Voor de bevolking is het jammer dat die mogelijkheid nu niet meer bestaat.''

Ernstiger acht men in Oranjekringen het gevaar van een voortgaande commercialisering. Naar het voorbeeld van Amsterdam uit deze zich in gestaag groeiende vrijmarkten, waarvoor de koopwaar vaak al een nacht tevoren wordt uitgestald. ""Ook in mijn woonplaats Baarn moeten we tegenwoordig al om 4 uur 's morgens aanwezig zijn om de zaak in banen te leiden'', vertelt mevrouw Overweel. ""Als je niet oppast, blokkeren ze gewoon de deuren van de kerk waar een paar uur later een zangdienst moet beginnen. Zo gaat dat als de mensen geld ruiken. Zelfs voor kinderen levert zo'n markt al gauw 50 tot 300 gulden op.''

Ed Krabbenbos, bestuurslid van de Federatie, beaamt dat het allemaal snel is veranderd. ""Veel mensen zien 30 april nu als zomaar een vrije dag. Om hen te trekken organiseren Emmerich en andere Duitse grenssteden dan eigen festiviteiten, zodat men zich aan de Nederlandse kant gedwongen voelt als tegenwicht de winkels open te laten. Hier in Doesburg hebben we met het gemeentebestuur een gentlemen's agreement om 's Konings verjaardag op passende wijze te vieren, maar in veel plaatsen neemt door de recente ontwikkelingen de vervlakking toe.''

Taarten

Dit wil niet zeggen dat het met het Oranjewerk is afgelopen. Verre van dat: voor zover bekend, telt Nederland op het ogenblik 1600 Oranjeverenigingen en -comités (2,3 per gemeente), waarvan er 240 zijn aangesloten bij de neutrale Federatie en 85 bij de christelijke Bond. Beide organisaties werken tot op zekere hoogte samen in een Confederatie, die ruim vijftien jaar geleden werd opgericht omdat, naar verluidt, het Koninklijk Huis het liefst via één kanaal met de achterban wilde communiceren.

Ieder afzonderlijk boekten Bond en Federatie de laatste jaren succes met pogingen de bevolking meer "Oranje-minded' te maken. De aandacht ging in eerste instantie uit naar de Nederlandse driekleur die, zoals uit een onderzoek bleek, bij twee op de drie Nederlandse gezinnen ontbreekt. Daarbij komt dat er met de vlag wordt gesold, aldus Krabbenbos: ""Bij de snackbar wappert zij dag en nacht, van op tijd binnen halen hebben ze nooit gehoord, maar op meer toepasselijke plaatsen vergeten ze haar op feestdagen uit te hangen.'' In de verwachting hierin verandering te brengen, worden hier en daar taarten uitgereikt aan mensen bij wie op Koninginnedag, zoals het hoort, 's morgens om 7 uur al de vlag in top is. Waarnemingen zouden uitwijzen dat hun aantal groeiende is.

Een tweede punt van aandacht is de gebrekkige kennis van het Wilhelmus, waarvan het eerste couplet kort geleden maar bij twintig procent van de Nederlanders bekend was. Tot deze groep behoort keeper Hans van Breukelen die, zo bleef niet onopgemerkt, als enige van het Nederlands elftal het volkslied uit volle borst meezingt. Een oproep van de Oranjevereniging te Oud-Beijerland aan de minister van onderwijs het Wilhelmus tot verplichte leerstof te maken, had geen resultaat; nu echter posters en lesbrieven met de tekst zijn verspreid, bestaat er goede hoop dat Van Breukelens voorbeeld door anderen zal worden gevolgd.

Moedgevend achten de Oranjewerkers de terugkeer van de aubades, waarvan er volgens de laatste tellingen op Koninginnedag 460 worden gehouden. Het leek erop dat deze vorm van samenzang in onbruik raakte, maar sinds enige tijd wordt de liefde voor het vaderland weer bezongen in liederen uit de zangbundels van weleer. Het repertoire vermeldt "evergreens' als O schitt'rende kleuren van Nederlands vlag, In een blauw geruite kiel, Gelukkig is het land en het nog steeds actuele Holland ze zeggen je grond is zo dras (Maar mals zijn je weiden en puik is je gras/ En vet zijn je glanzende koeien). Om een en ander in goede banen te leiden, publiceerde het orgaan van de Christelijke Bond (Oranje-vaan) onlangs een aantal aanwijzingen, waaruit blijkt dat de aubade als vanouds begint met het hijsen van de vlag en wordt onderbroken door de overhandiging van een ruiker aan de echtgenote van de burgemeester of de burgemeester zelf (mits deze een vrouw is).

Rotterdam

Evenals de opbloei van sommige Oranjeverenigingen lijken deze ontwikkelingen de juistheid te onderstrepen van een al eerder verkondigde stelling: de wervingskracht van "Oranje' is, ondanks bepaalde negatieve tendensen, weer groeiende. Vandaar misschien dat de koningin ditmaal haar verjaardag niet viert in een kleine, overzichtelijke gemeente, maar in Rotterdam.

De organisatoren, vereend in het Comité Nationale Belangen, hebben weinig nagelaten om haar bezoek memorabel te maken. Zo worden alle gebouwen in het centrum en de scheepskranen in de haven gepavoiseerd met oranje en krijgen allen die langs de route wonen van gemeentewege oranje handschoenen en een dito stofdoek om mee te kunnen wuiven. Maar het belangrijkste deel van het programma vindt plaats in de Afrikaanderwijk en Overschie, een indertijd door Rotterdam geannexeerd dorp dat (naar geschriften aantonen) al in vroeger tijden was "verslaafd' aan Oranje.

Duidelijker dan ooit bleek dat toen het zich in de Franse tijd verzette tegen de anti-Oranjegezinde patriotten. Vol walging maakte een Schiedammer melding van de "buitensporige vrolykheden' op 24 april 1784 (de verjaardag van "den Erf-prins') te Overschie. ""De gemeene kinderen'', schreef hij, ""pronkten met Oranje en schreeuwden niet anders dan Oranje boven, Oranje boven al'', het huis van Weduwe de Turcq was ""kwaksalverachtig met oranje versiert'' en de knechten van de bakker maakten ""doovemans muziek om welk geluid de zotste van het Dorp lachten''. Een paar jaar nadien rukte het Overschiese Oranjecorps op naar het pattriotisch corps te Kethel, dat zich zonder slag of stoot gewonnen gaf. Lang daarna, in het vreedzamer jaar 1911, leidde "de zugt voor Oranje' tot de oprichting van een Oranjevereniging, die al snel koninklijke goedkeuring verkreeg en sindsdien faam verwierf dank zij haar bewerkelijke festiviteiten.

Maar ook het gros van de 1600 andere verenigingen in het land maakt het zich niet makkelijk. Gezien het aantal activiteiten dat is voorbereid, begint de 30ste april in de meeste plaatsen vroeg. Bestudering van een twintigtal programmaboekjes leert dat in de regel om 8 uur 's ochtends de dag wordt ingezet met klokgelui of carillonspel (een enkele maal met herauten), waarna de aubade aan de beurt is. In sommige gemeenten is het feest tegen die tijd allang aan de gang. Te Katwijk aan Zee, bijvoorbeeld, verschijnen reeds om half 7 de Dorpsomroepers in klederdracht op straat. Een half uur nadien begint het Reveille, waarbij een tamboer- en trompetterkorps, een jeugdkorps en de Christelijke Muziekvereniging definitief duidelijk maken dat het met de rust is gedaan. Om 8 uur is het dorp dan rijp voor een "massale zanghulde met vlaggenceremonie'.

De rest van de dag wordt vaak een lange lijst evenementen afgewerkt. Ze variëren van traditionele vermakelijkheden als vossenjachten, touwtrekken, ringrijden, (siamees) zaklopen en Oranjebals tot meer eigentijdse attracties: playback-shows, disco's, parachutespringen en feesten met "tropische muziek'. Een apart genre vormen sinds kort demonstraties van vechtsporten (waaronder "dameszelfverdediging') en shows van politiehonden die zich, dank zij grondige training, hebben bekwaamd in bijtoefeningen.

Verzekering

De praktijk leert dat ook op het oog onschuldige programmapunten niet zonder risico zijn. Oranjebestuurder Krabbenbos vertelt over brekende etalageruiten, omvallende palen en trappende paarden, maar ook over een been dat moest worden geamputeerd nadat een plank het tijdens een kussengevecht had begeven (schade 4 ton). ""Die dingen gebeuren'', weet hij, ""op Koninginnedag kun je alles verwachten.''

Daarom is hij blij dat de Federatie doende is een collectieve verzekering af te sluiten, die de aangesloten verenigingen weinig geld kost. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een overeenkomst over de auteursrechten op uitgevoerde feestmuziek. ""Wat dit aangaat komen we steeds vaster te zitten in de tentakels van de Buma, maar we proberen nu bij deze organisatie kortingen te bedingen.'' Om deze redenen verwacht Ed Krabbenbos dat meer Oranjeverenigingen zich zullen aansluiten bij de Federatie. ""Samen vormen we een belangengroep die gewicht in de schaal legt, het zou goed zijn als men dat beseft. Door solidair te zijn, staan we sterker en wordt onze stem gehoord.''

Nog beter zou het zijn als de rechtzinnige en de profane Oranjevrienden zich aaneen zouden smeden. Krabbenbos is daarvan een warm voorstander. ""Ik draag de Bondsleden een goed hart toe: ze bidden en zingen uit volle borst, als zich problemen voordoen gaan ze tot de wortel en voor de rest streven ze naar een krachtig beleid. Die heldere lijn sprak sommige verenigingen bij ons zo aan, dat ze met hen wilden samengaan. Er is toen een marsroute uitgestippeld, maar er bleven meningsverschillen.''

Mevrouw Overweel geeft toe dat de verbinding die haar Bond legt met het hogere een samensmelting vooralsnog in de weg staat. ""Een fusie kan betekenen dat wij zaken moeten prijsgeven die voor ons van wezenlijk belang zijn. Het afschaffen van zangdiensten op nationale feestdagen, om iets te noemen, zou onze achterban niet accepteren.''

Meer dan de neutrale Oranjeverenigingen kenmerkt de Bond zich door een strijdbare houding. In 1984 verhief het bestuur zijn stem tegen de tv-serie Willem van Oranje, waarin als "scabreuze concessie' vele naaktscènes waren opgenomen. Ergerlijker nog was dat de serie allerminst een eresaluut bracht aan "de Vader des Vaderlands' en zodoende de jeugd beroofde van "een lichtend voorbeeld uit eigen geschiedenis'. Een jaar later wilde de Bond een aanklacht indienen tegen oud-minister Vredeling omdat hij zich onheus had uitgelaten over prins Bernhard. Nadat de voorziter tot de slotsom was gekomen dat de ex-bewindsman "een zielig mannetje' is, werd van een proces afgezien. In een eerder stadium begon de organisatie onder de noemer Orde in vrijheid een actie, die was bedoeld als tegenwicht tegen de ordeverstoringen bij het huwelijk van Beatrix en Claus.

Onfrisse ruzie

Dergelijk optreden stoelt op een gevoel van eendracht die bij een deel van het Oranjefront ontbreekt. Kranten maakten de afgelopen jaren nogal eens melding van interne conflicten (bijvoorbeeld over de weigering vrouwen toe te laten bij het vogelschieten) en van plaatselijke ruzies (vorige week nog trad na anonieme bedreigingen de helft van het Oranjebestuur in Asperen af). Meer opzien baarde een "onfrisse ruzie' in de vereniging Oranje Hofstad, die in 1987 leidde tot het wegsturen van de voorzitster, de als een tiran afgeschilderde douairière Marie Hillegonda, gravin Van Limburg Stirum-Hoeufft van Velsen. Voor het zover was, zo vertrouwde zij het Algemeen Dagblad toe, gingen "heel beschaafde en zeer ontwikkelde mensen' zich te buiten aan ordinair geschreeuw. Niet minder onverkwikkelijk was, een jaar eerder, het rumoer rond de voorzitter van het Comité Koninklijk Gouden Huwelijk. De gepensioneerde rijksambtenaar, secretaris van een Haagse Oranjevereniging, bleek tot veler ontsteltenis lid te zijn van de Centrumdemocraten en moest om die reden zijn erefunctie neerleggen.

Maar dergelijke affaires zijn uitzonderingen, zo betoogt men: over het algemeen verloopt het Oranjewerk in een sfeer van harmonie. Goed gaat het vooral in het traditioneel koningsgezinde deel van het land, dat van Zeeland in een brede baan loopt naar het oosten. Drenthe, Oost-Groningen, het midden van Noord-Holland en de grote steden steken daar mager bij af.

Als het ligt aan Ed Krabbenbos komt daar snel verandering in. ""Mijn liefste wens is heel Nederland rijp te maken voor Oranje'', zegt hij strijdlustig. ""Ik wil alles doen om mijn omgeving ervan te doordringen dat wij ons gelukkig moeten prijzen met een koningin, die het land bestuurt als een uitstekend manager en laat zien hoe een mens behoort te leven. Het klinkt overdreven, maar ik heb soms het idee dat ik wat dit betreft een missie heb te vervullen. Wonderlijk is het wel - als het over Oranje gaat, ben ik niet meer te stuiten. "Je bent er altijd maar mee bezig', zegt mijn vrouw, en ze heeft gelijk: ik denk in Oranje-termen en ik zie alles door een Oranje bril.''

Dat verklaart waarom hij wel eens met de gedachte speelde de bevolking tot een nationaal reveil op te roepen. ""Als kind had ik zulke impulsen ook al; een tijdlang wilde ik zelfs de wereld verbeteren, maar mijn vader waarschuwde me dat ik met de kop tegen de muur zou lopen. Mijn collega's in het Oranjebestuur zijn het met hem eens. "Blijf met beide benen op de grond', houden zij mij voor.''

Maar als pleitbezorger van Oranje voelt Krabbenbos zich sterk staan. Van de teleurstelling dat vorig jaar geen enkele Oranjebestuurder was uitgenodigd voor het zilveren huwelijksfeest van het koninklijk paar, is bij hem niets meer te merken. ""Het gaat in het leven om heel andere dingen'', weet hij. ""In ons korte bestaan op aarde moeten we het voor elkaar zo prettig mogelijk maken. Daarom is het belangrijk de mensen te inspireren met elkaar feest te vieren, ze te laten zien dat we hier nog reden hebben vrolijk te zijn. Hoe kan dat beter dan door, om te beginnen, de vlag maar 's uit te steken? Gelukkig is is het elk jaar weer Koninginnedag, dat houdt mij gaande.''