Waarin Enzensberger uitgebreid centraal staat in ...

Waarin Enzensberger uitgebreid centraal staat in De Herenclub

"Grote Goden, Daan'', peinsde ik nadat ik de eerste zin van het veel te dikke manuscript van de komische komiek Jerry de Jong (die zelf schrijver wilde worden), hardop had voorgelezen, ""en ik dacht dat ik een creatieve crisis had!''

Terwijl zijn woorden nog door de kamer ricocheerden, zocht ik wanhopig naar een manier om de virtuoze verbalist uit zijn literaire droom en mijn huis te helpen. ""Jerry bedankt,'' riep ik, ""het is qua roman zonder meer een magnum opus, daar moet ik even de tijd voor nemen, anders doe ik je letterkundig gezien te kort. Maar nu heb ik een dringende afspraak met mijn goede vrienden van sociëteit De Herenclub. En ze wachten op mij, mind you, voordat ze met hun wekelijks welingelicht gesprek beginnen!''

Daar had hij niet van terug, en met een gezicht alsof hij zojuist qua culturele kennissenkring gedegradeerd was naar de 1e divisie droop hij af.

Pfff, dat was een narrow escape! Het was niet de eerste keer dat ik het slachtoffer dreigde te worden van de literaire aspiraties van een hoofdstedelijke hot-shot. Ik herinnerde me nog levendig hoe.... neen, nu niet, Daan, dacht ik, ik moest me haasten. Want dit zou een avond op niveau worden, een goed gesprek onder gelijken op Sociëteit De Herenclub, wellicht mijn entree voor lidmaatschap voor het leven!

""Hoe zei u dat uw naam was?'' snauwde de uitsmijter wantrouwend, nadat ik mij op vanzelfsprekende toon had aangemeld bij het culturele bolwerk Arti et Amicitiae. ""Schrijvers... Daan Schrijvers, ik word verwacht!,'' hakkelde ik, alvorens hij mij lusteloos toeliet.

Dit was dus Arti! Nou, en het was er knap gezellig. Dit was het beroemde brandpunt van denkend Nederland, de thuishaven van alle kosmopolitische opinieleiders, hier werden meningen gemaakt en gebroken, hier moest je zijn om mee te tellen, dit was beter dan thuis!

Aan het biljart stond een groepje vergrijsde oud-rebellenleiders een potje tien-over-rood te spelen. In de hoek zat een kwartet oud-kunstenaars krampachtig te klaverjassen, een hobby waarbij de inzet danig geslonken was na afloop van de BKR.

Ha, kijk: daar aan de ronde tafel, in de luwte, daar zaten de Heren! Ik herkende ze gemakkelijk: professor Bep Bakhuys, H. J. A. Hofkens, W. L. Lenstra, Harry Kiprich, Jan Jansen van Gobbel, Cees Nootermans, Hugo Pieters Graafland, alias de Voetballer die Niet op de Bank Wilde Zitten, en de heer die eruit zag alsof hij in 1957 op de zesde plaats was geëindigd in de James Dean Look-Alike-Contest te Helmond. Ze waren gehuld in een wolk sigarenrook en één enkele lamp bescheen de tafel waaromheen zij in hemdsmouwen en bretels zaten. Zo achteloos onderkoeld nonchalant mogelijk antichambreerde ik mij richting culturele Godfathers.

""Je bent laat, Daan!'' dubbeltongde W. L. Lenstra. Even dacht ik dat hij een schouderholster aanhad met daarin zijn vlijmscherpe Parker-vulpen, maar het was een lelijke vlek mosterd van zijn zojuist genoten braadworst.

""Welkom, welkom, goed dat je er bent,'' noodde professor Bep Bakhuys mij aan tafel. Ik voelde iets door mijn middenrif trekken dat ik tien jaar geleden als een gepast gevoel van trots had gedefinieerd. Had mijn vader dit maar gezien! Op tafel was het een wirwar van half leeggegeten borden, omgevallen jeneverkruikjes en pontificaal geplaatste radiomicrofoons die weliswaar nergens op aangesloten waren, maar de communicatie tussen de Heren wel een naturel tintje gaven.

Onmiddellijk boog Harry Kiprich zich naar mij toe. ""A propos, Daan, je bent toch niet vergeten dat ik binnenkort 65 jaar wordt? Daar doen jullie bij Boek in Beeld toch wel iets aan? Misschien een special?''

""Spreekt voor zich, meneer Ki.. ehh.. Harry'', antwoordde ik losjes, ""We bellen nog!''

Geroutineerd nam Jan Jansen van Gobbel het woord: ""De kwestie van deze week is: de toekomst van Europa. Spreker is: onze gewaarde collega Daan Schrijvers. Hij zal zelf wel vertellen waarom.''

""Dank u wel, gewaardeerde collega's,'' sprak ik overmoedig, ""Juist deze week sprak ik op Bahnhof Zoo toevallig nog met mijn goede vriend, de Grote Duitse Denker Hans Magnus Enzensberger over onderhavig onderwerp. De crux van ons huidige tijdsgewricht blijkt kort en goed gezegd: het verleden is voorbij en de toekomst staat voor de deur. Daarom ook, schrijft Enzensberger: ""dass ein reduziertes Murmeln immer noch besser ist als ganz zu schweigen''. Hiermee legt hij haarscherp de vinger op de wonden van Europa ...''

Vanuit mijn ooghoek zag ik dat de Heren onrustig op hun stoelen heen en weer schoven. ""Pardon, mag ik je even onderbreken?'' zei de meneer van de James Dean Look-Alike-Contest te Helmond, ""We staan droog!'' Plotseling riep iedereen enthousiast naar de ober dat er nieuwe drank (en sigaren) moest komen.

""Ehh,'' mompelde ik terwijl ik mijn in duigen gevallen zinnen bijeen raapte. ""Dat was mooi gesproken, Daan,'' kraaide Hugo Pieters Graafland, wiens faam berustte op het feit dat hij in zijn columns slechts verwees naar nazi-Duitsland als het strikt noodzakelijk was - en dat was het in zijn entrefilets bijna altijd, ""Machtig interessant ook. Maar nu is het tijd voor een leuk woordspelletje. Pim-Pam-Pet! Doe je mee?''

""Weet je wat het trouwens is met die jonge columnisten, Daan'', onderbrak H. J. A. Hofkens, ""Ze zijn veel te colu. Ze lezen zelfs de New York Times niet, toch een machtige bron van intellectuele inspiratie!''

""Zeg, Daan,'' probeerde W. L. Lenstra zich verstaanbaar te maken boven het tumult uit, ""weet jij iets van de nieuwe fiscale aftrekbaarheid van onze AOW-regeling?''

Cees Nootermans snikte almaar zachtjes: ""Hij is dood, Daan, Bennie Hill is dood! Nu zijn er helemaal geen leuke mensen meer op deze dorre planeet. En ik kan het weten, want ik ben overal geweest!''

""Dat herinnert mij eraan,'' sprak de meneer van de James Dean-Look-Alike-Contest op socratische toon, ""dat ik zodadelijk nog bij NOS-Laat een deskundig televisiepraatje moet houden. Over het Huis van de Macht dat een nieuw behangetje nodig heeft enzo.''

""Oh, dat treft,'' vulde H. J. A. Hofkens hem aan, ""Ik ook! Zo zien we elkaar nog eens!'' ""Waarom hebben ze mij daar niet voor gevraagd?,'' riposteerde W. L. Lenstra somberend, ""Ik ben al jaren deskundig op elk gebied.''

""Nou, dan rij je toch met mij mee!,'' intervenieerde Jan Jansen van Gobbel, ""want ik zit vanavond weer in Met het Oog op Morgen.''

""Blijven jullie ook slapen in de studio?,'' riep Hugo Pieters Graafland, ""want overmorgen alweer zijn we samen te gast in Het Gebouw van de VPRO!'' ""Goed dat je het zegt,'' vrolijkte professor Bep Bakhuijs opgewekt, ""want dan zit ik bij Stop de Persen om te zeggen dat het daar niet genoeg naar krant stinkt; kunnen we gezellig samen eten. Dan zien we elkaar nog eens!''

Als afgesproken stonden de Heren gedecideerd op, vanuit het plichtsbesef dat de radeloze Natie op hun kostelijke opinies wachtte. ""Zeg Daan,'' zei H. J. A. Hofkens sonoor, ""reken jij even af, wij zitten al op zulke hoge lasten met al dat gereis naar die rondetafelgesprekken!''

Voordat ik het besefte, was het stil om mij heen. De halfleeggegeten borden en de niet-aangesloten radiomicrofoons staarden mij uitdrukkingsloos aan.

Alle Jezus, Daan, dacht ik, dit is helemaal niet beter dan thuis! Dit is erger dan een redactievergadering bij Boek in Beeld!

(Wordt vervolgd)