Voorne verontrust over milieu Rijnmond; Batterijbrand bij de AVR is al het derde ongeluk in korte tijd

Een van de opslagplaatsen voor gebruikte batterijen bij de C2-deponie op de Maasvlakte. In zo'n bak brak vorige week vrijdag brand uit. (Foto NRC Handelsblad / Leo van Velzen)

OOSTVOORNE, 25 APRIL. Mevrouw C. Postma uit Oostvoorne woont hemelsbreed zes kilometer van de C2-deponie op de Maasvlakte, waar vorig week vrijdag brand woedde in een opslagplaats voor oude batterijen. “De volgende dag”, vertelt ze, “rook ik een scherpe, zure lucht, die op mijn ogen sloeg. Ik belde gelijk de DCMR, de milieudienst van Rijnmond in Schiedam, en vroeg: "Zou dat soms van die batterijen komen?' "Ja, dat zou wel eens kunnen', was het antwoord. Dus ze beaamden dat het mogelijk was. Ze hadden trouwens al meer klachten ontvangen.”

Mevrouw Postma maakt deel uit van de Werkgroep Verontruste Burgers Voorne, die in 1980 werd opgericht als reactie op plannen om hier vlak voor de kust een depot voor vervuild havenslib aan te leggen. Dat bekken is er gekomen, zij het iets verder verwijderd, en draagt de naam Slufter: een soort aanhangsel aan de Maasvlakte, waar ook zo veel ander afval wordt geborgen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de C2-deponie, opslagplaats van de Afval Verwerking Rijnmond (AVR) voor onverwerkbare zware metalen en chemicaliën, de "hard stuff' onder het industriële afval.

De brand van vorige week was voor de werkgroep aanleiding een reeks landelijke en regionale autoriteiten te bestoken met een brief vol vragen en zorgen, te beginnen met de veronderstelling dat bij het incident “naar alle waarschijnlijkheid gevaarlijke dampen zijn ontsnapt”. De DCMR mag dan tijdens de brand bij metingen in de rookwolk naar eventuele emissies van zoutzuur, koolmonoxide en kwik geen ongerechtigheden hebben bespeurd, mevrouw Postma twijfelt sterk aan die officiële verklaring - zeker gelet op het antwoord dat ze de volgende ochtend van dezelfde instelling kreeg.

Ze wordt daarin hartstochtelijk bijgevallen door de voorzitter van de werkgroep, mevrouw C. Cosijn, en het lid D. van der Laan, botanicus bij het biologisch station Weversduin in Oostvoorne. “Dat de dampen onschadelijk waren, gelooft geen mens”, zegt hij, “en wat onze werkgroep betreft: we staan zeer wantrouwend tegenover de sussende berichtgeving van overheidsinsanties. De brandweer liep niet voor niets met maskers op. Bovendien beschikken ze bij de DCMR maar over beperkte middelen om metingen te doen.”

Toen eind jaren tachtig de bouwplannen voor de C2-deponie - in feite een reusachtige, deels overdekte betonnen bak - openbaar werden, had de Voornse groep direct bezwaren. Van der Laan: “We hebben van meet af aan gezegd dat die opslag niet aan de zuidkant van de Maasvlakte moest komen omdat er gevaren dreigden voor de mensen hier en voor het duin, een belangrijk natuur- en recreatiegebied - zeg maar de voortuin van Rotterdam. We dachten toen al aan schadelijke gassen die bij brand konden vrijkomen en aan wegsijpelend giftig bluswater. Daarom drongen we aan op een andere lokatie, aan de noordkant van de Maasvlakte, maar het heeft helaas niet mogen baten.”

De deponie werd op 17 april 1990 geopend; op de kop af twee jaar later begonnen de batterijen te branden. Van der Laan kan een vleug cynisme niet onderdrukken: “Ik wist niet dat ze daar op zo'n manier feest vierden. Maar in alle ernst: de deponie is destijds gepresenteerd als honderd procent veilig en dan gebeurt zoiets.”

Oostvoorne ligt met Rockanje (samen de gemeente Westvoorne) in de onmiddellijke invloedsfeer van de Maasvlakte. Bij de heersende westelijke of noordwestelijke winden slaan damp en stof van allerlei vuilopslag regelmatig neer in duin en dorp, waar zo'n 15.000 mensen wonen. En dat aantal betreft nog alleen de permanente bevolking. Straks komen er nog eens duizenden tijdelijke bewoners bij als ook de zomerhuisjes van het Kruiningergors en de campings opengaan. Bij elkaar een omvangrijk reservoir leden dan wel begunstigers voor vereniging of stichting die de lokale belangen behartigt.

Niettemin telt de werkgroep slechts vijftien burgers (onder wie ook enkele chemici) en dat wil ze voorlopig zo houden. Van der Laan: “We hebben bewust voor een klein gezelschap gekozen om slagvaardig te kunnen reageren op allerlei plannen die ons niet zinnen. Liever een kleine, maar snelle club dan een grote, logge organisatie. Wel weten we ons door het gros van de bevolking gesteund, van harte zelfs. Dat blijkt keer op keer als we om adhesiebetuigingen vragen. Dan stromen de handtekeningen bij duizenden binnen.”

Een nieuwe bedreiging ziet de groep in het Rotterdamse Havenplan 2010, dat een uitbreiding van de Maasvlakte naar het zuiden met nieuwe industrieën en opslag van schadelijk materiaal omvat. “Als dat zou doorgaan”, zegt Van der Laan, “komt de Maasvlakte als een hoefijzer om ons heen te liggen en raakt dit natuurgebied met zijn rijke flora nog verder in de verdrukking.”

Mevrouw Postma: “Wij zeggen bij al die plannen: zorg eerst eens dat je de lopende zaken in de hand houdt, want daar mankeert het aan. Die batterijbrand bij de AVR staat immers niet alleen. Het is in korte tijd al het derde ongeluk. Eerst die chloorexplosie bij Tiofine en toen die rampzalige ontploffing bij DSM Chemie met zeven doden.”

Van der Laan: “Ook de FNV heeft gesignaleerd hoeveel er fout is in Europoort en Botlek. De kwaliteit van de chemische industrie is volgens de vakbeweging twijfelachtig. Er gaat meer mis dan nodig zou zijn.”

En voorzitter Cosijn: “Wat ons zo verontrust, is dat er wel richtlijnen voor de veiligheid bestaan maar dat ze niet worden gecontroleerd en nageleefd.”