Slopende weken

ZE ZIJN ERUIT in Den Haag. Hoewel, dat is nu maar net de vraag. Een paar uur nadat minister-president Lubbers verslag had gedaan van het kabinetsberaad over de begroting voor 1993 waren de meningen over wat er nu precies besloten was al weer hopeloos verdeeld. De daadkracht duurde zodoende dit keer maar heel even.

Wat er ongeveer staat te gebeuren is wel zo'n beetje duidelijk. Allereerst blijven de afspraken over het reduceren van het financieringstekort intact. Dat is een hele geruststelling nadat premier Lubbers aanvankelijk in de discussie over de begroting had laten doorschemeren dat wat hem betreft wel wat soepeler mocht worden omgesprongen met dit onderdeel van het regeerakkoord. Rustiger aandoen met het terugdringen van het financieringstekort zou een heilloze weg hebben betekend. In die zin is het in minister Kok te prijzen dat hij zich niet heeft laten verleiden tot een losbandiger begrotingsbeleid.

Dat de koppeling tussen lonen en uitkeringen ook het volgend jaar niet te handhaven zal zijn was eigenlijk allang een vaststaand gegeven. De wet is op dit punt helder. Als de verhouding tussen actieven en niet-actieven verder uit het lood raakt kan er worden ontkoppeld. Door toch weer uitgebreid te discussiëren over de noodzaak van ontkoppeling heeft de PvdA dit gevoelige punt slechts weten te accentueren, verwachtingen gewekt, en toen deze niet bewaarheid werden over zich heen geroepen te worden gebrandmerkt als verliezer van deze strijd. Het politiek-tactisch vernuft blijft bij de sociaal-democraten soms ver te zoeken.

HET KABINETSBELEID is er verder op gericht de inflatie volgend jaar beperkt te houden tot maximaal 3,5 procent. Terecht staat inflatiebestrijding centraal. Wat het kabinet nu doet, had in feite een jaar eerder moeten gebeuren. Vorig jaar gingen bijvoorbeeld de huren en de kosten voor vervoer door overheidsmaatregelen flink omhoog. De opbrengsten van deze operatie werden, in tegenstelling tot wat de bedoeling was, niet in de vorm van lastenverlichting teruggesluisd naar de burger. Hierdoor ontstond een inflatieopdrijvend effect. Door alsnog de btw te verlagen wordt een verzuim van een jaar geleden goedgemaakt.

Maar of de btw ook werkelijk wordt verlaagd is overigens nog maar de vraag. De financiering van een dergelijke lastenverlichting die bijna twee miljard gulden bedraagt is, zoals zoveel uit het pakket, nog onduidelijk, terwijl minister Kok voor een dergelijke "geste' ook iets terug zou willen zien van werkgevers en werknemers in de vorm van extra loonmatiging. Of de vakbeweging daartoe bereid zal zijn is, getuige haar eerste, uiterst negatief getoonzette reactie op de kabinetsbesluiten van gisteren, zeer twijfelachtig.

DAARMEE KOMEN we bij de politieke context van het geheel. Wat thans voor de PvdA dreigt is een nieuwe WAO-zomer. Ruzie met de vakbeweging over het loslaten van de koppeling en ook nog eens over het inkomensbeeld dat resulteert in een achteruitgang voor de laagstbetaalden en een inkomensverbetering voor de overige groepen. Daarbij valt de pijn voor het CDA die het gedeeltelijk ongedaan maken van de inflatiecorrectie zal veroorzaken, naar alle waarschijnlijkheid in het niet. Kan de PvdA nog wel een nieuwe confrontatie met de vakbeweging aan? Getuige de voorbehouden die gisteren in de loop van de avond vanuit de PvdA werden gemaakt is dat niet het geval.

Het kabinet heeft slopende weken achter de rug. Het is vanuit zijn positie begrijpelijk dat premier Lubbers gisteren concludeerde dat het kabinet er steviger bij zat. Maar de verschillen van uitleg tussen PvdA en CDA over wat er nu eigenlijk is afgesproken wijzen in een heel andere richting. Het rottingsproces in de coalitie zet gewoon door.