Russisch geduld is de schoonste aller zaken

SARATOV, 25 APRIL. “Wij verkopen dollars”. Het staat geschreven op een klein handgeschreven bordje op een marktstalletje in Saratov. De vrouw van middelbare leeftijd, die het kraampje beheert, heeft verder batterijen, ballpoints en zwarte kousen/panties in de aanbieding. De koers die ze voor haar dollars vraagt, is dezelfde die de officiële banken bieden: één op 110, zij het dat haar limiet bij vijftig "groenen' ligt en je er uiteraard ook geen reçu voor krijgt.

Kortom, op de markt van Saratov, een ruim vierhonderd jaar oude stad aan de Volga die tot voor kort nog "gesloten' was voor ongenode buitenlanders, is van alles te krijgen. Hele straten staan vol met mensen die hun waren te koop aanbieden, variërend van goedkope sigaretten via halve litertjes zoete portwein (à 40, 45 roebel, te verkrijgen in melkpakken omdat er een schrijnend gebrek is aan flessen) tot morsige pornografische blaadjes met titels als Hartstochten op z'n Goelag's, waarin stalinistische kampcommissarissen hun vrouwelijke gevangenen met revolver en vuist aan twee kanten tegelijk “verpletterend bevredigen”.

Het zou vorig jaar zomer nog ondenkbaar zijn geweest. Er mag dan wel wat afgelachen worden over de decreten van Jeltsin, die net als die van Gorbatsjov weinig soelaas bieden, maar zijn oekaze over vrije straathandel is niet aan dovemansoren gericht geweest. Dat decreet werkt.

Ik heb zin in een komkommer. Tegen de dorst. Zelfs de thee - Rusland is een echt theeland - is namelijk niet meer wat ze geweest is. In de woorden van een herbergier in het stadje Engels aan de overkant van de Volga: “Het lijkt wel stront van de Negentiende partijcongres-sovchoze even verderop”. Bij een van houten kistjes opgebouwde stalletje staan we voor komkommers in de rij. Ineens zie ik een arm voor m'n buik langs gaan, de hand grijpt een komkommer en steekt het ding vervolgens in een binnenzak. De man achter de hand, ongeveer 45 jaar, kijkt me dwingend aan. Zonder woorden is alles duidelijk: hier wordt tolerantie met de gauwdief verlangd.

Hij krijgt de compassie waar hij om vraagt. Want we hebben hier te maken met iemand die nog onder het “psychologische bestaansminimum” van twaalfhonderd roebel leeft en zich dus geen komkommer van vijftien roebel kan permitteren. Met een representant van de absolute onderklasse voor wie een tomaat (honderdveertig roebel per kilo) helemaal een fata morgana is. Kortom, met een Rus voor wie de zelfs de rij verleden tijd is omdat in het Rusland van Boris Jeltsin een rij geen uiting meer is van collectieve schaarste maar van individuele armoe.

Je zou zeggen, geen geringe sociale divergentie in een land waar “rechtvaardigheid” een ander woord is voor egalitairisme. Maar tot uitbarstingen heeft dat toch nog niet geleid. De prijsliberalisatie die vice-premier Jegor Gaidar als ware kamikaze-piloot de afgelopen maanden heeft doorgevoerd, heeft niet de boent (volksoproer) veroorzaakt die de zwartkijkers hadden voorspeld. Hier en daar een plaatselijk relletje, dat is het sociale weerbericht tot nu toe geweest.

Waarom? Wellicht omdat de burgers nu hun spaarbankboekjes aan het opeten zijn en zich daarom nog niet afvragen hoe het leven er uit ziet als de tegoeden op zijn. Maar ook omdat de terpenje (geduld, tolerantie) zo dominant is gebleven, dat typische Russische fenomeen dat voor een Nederlander onbegrijpelijk is.

Dat verschijnsel “geduld” kan soms zelfs zeer curieuze vormen aannemen. Zoals op die laatste avond in Saratov als we na sluitingstijd in een totaal verlaten eethol nog wodka zitten te drinken met een ober en een ex-communist, een heer in een leren jasje die hier 's avonds, op een onduidelijke volmacht, de kassa komt legen. We hebben het over dat wereldwijde thema van geld & maatschappelijke orde. Totdat de leren jas het gesprek ineens op een andere voet wenst voor te zetten, zeggend: “Zo, zo! En hebt u eigenlijk veel dollars op zak?”. “Heel veel, maar dat is nu niet belangrijk”, antwoord ik door de consumpties overmoedig geworden.

Om zijn beschouwingen wat kracht bij te zetten, trekt de voormalige partijganger deze nacht daarop even zijn revolver. Een beetje man heeft zo'n ding tegenwoordig op zak, nietwaar? Maar echt doorzetten met zijn gewapende mannelijkheid doet hij niet. Het ding lijkt meer een expressie van machismo dat slechts wordt getoond als vorm van zelf-identificatie. Een heuse beroving van die dollar-bezitter staat hier op dit nachtelijke uur niet op de agenda. Dat kan morgen ook nog. “Goedenacht”, zijn de laatste woorden van de leren jas slechts.

Zelfs criminelen in Rusland hebben soms, heel soms, geduld. Zonder terpenje is het leven in dit land zelfs voor hen onmogelijk. Wie vandaag zijn leven al op orde wil hebben, lazert immers vannacht nog in een van die overal aanwezige valkuilen waar je nooit meer uit zult komen.

O onbegrijpelijke terpenje! Ons rest slechts civiele dankbaarheid.