Reprise

Vijf kwartier zit een fuut vrijwel zonder bewegen in mijn telescoop. Ik denk: God wat gebeurt er weinig, het lijkt hier wel tuur.

De plek is met zorg gekozen: de stille uitloper van een overigens drukbezocht viswater. Tegen een zoom van riet en wilgjes ligt het nest uit de wind, in de zon. Als je fuut was, zou je er zelf willen zitten.

De vogel heeft zijn kop op zijn rug gelegd. Nu en dan haalt hij zijn verschrikkelijke snavel te voorschijn om iets aan zijn veren te doen. Verder is het een en al gedoezel.

Om de tien, twintig seconden gaat zijn oog even open. Omdat er een meerkoet langskomt. Omdat er een autodeur wordt dichtgegooid. Of alleen maar om te kijken of de wereld er nog net zo uitziet als tien, twintig seconden geleden. En dan gaat dat oog weer dicht, wat een paar grappige rimpeltjes veroorzaakt.

Zo wordt hier gewerkt aan een bescheiden reprise van het oer wonder: de schepping van leven uit dode materie. Futen kunnen dat. Ze leggen een ei, ze voegen er wat warmte aan toe en het gebeurt.

Na vijf kwartier dan eindelijk iets dat wat wegheeft van een gebeurtenis. Wisseling van de wacht. De ene fuut glijdt het water in, de andere klimt op het nest en drapeert zich over de eieren. Misschien houden ze van doezelen. Misschien beschouwen ze eieren alleen maar als een geschikt voorwendsel.