Ook vertrek van Waldheim is onrustig

WENEN, 25 APRIL. Morgen kiest Oostenrijk een nieuwe bondspresident. Op zichzelf geen opwindende gebeurtenis, want het staatshoofd heeft weinig macht en moet zich beperken tot een grotendeels ceremoniële rol. Hooguit kan hij, zoals bondspresident Weizsäcker in Duitsland, proberen het morele geweten van de natie te zijn.

Desondanks heeft de presidentiële campagne nogal wat belangstelling gewekt. In de eerste plaats omdat met de verkiezing van een nieuw staatshoofd een einde komt aan het presidentschap van Kurt Waldheim, wiens omstreden oorlogsverleden wereldwijde afkeuring oogstte met als gevolg dat Waldheim door praktisch alle staatshoofden werd geboycot. Behalve in een enkele Arabische staat kon hij nergens een statiebezoek afleggen. Met zijn vertrek uit de oude keizerlijke behuizing, de Hofburg, hoopt Oostenrijk dan ook uit het isolement op staatshoofdelijk niveau te kruipen.

Maar hiernaast was de campagne interessanter dan verwacht omdat, ondanks alle goede voornemens over het niet herhalen van het "moddergevecht' van 1986 (de Waldheim-verkiezing), er toch een flink spektakel losbarstte tussen twee van de vier kandidaten voor het hoogste Oostenrijkse ambt. Met als belangrijkste onruststoker vanaf de zijlijn de zelf niet kandiderende leider van de Freiheitliche Partei Österreich (FPÖ) Jörg Haider.

De twee kandidaten van de grote partijen, de sociaal-democratische oud-minister van verkeer Streicher en de man van de Volkspartij, de diplomaat Thomas Klestil, hielden zich keurig. Volgens de opiniepeilingen zijn zij goed voor respectievelijk 39 en 26 procent van de stemmen en daarmee zouden zij moeiteloos door de eerste ronde komen. Een tweede ronde is nodig als geen kandidaat meteen de absolute meerderheid weet te behalen.

Hun campagnes straalden aartsvaderlijke rust uit, slechts waardige opvattingen ontsnapten aan hun lippen: Oostenrijks neutraliteit noemden zij een groot goed, dat ook behouden kan blijven als tot de EG wordt toegetreden en zelfs als Oostenrijk deel zou worden van een Europees veiligheidssysteem; toetreding tot de EG is van groot belang en waardevol, ook al zullen zij als bondspresident het volk geen advies geven bij het komende referendum; buitenlandse asielzoekers moeten, als zij bonafide zijn, worden toegelaten, maar economische vluchtelingen kunnen niet onbeperkt worden verwelkomd; de FPÖ van Haider is geen rechts-extremistische partij, want zij is democratisch gekozen en distantieert zich, net als SPÖ en ÖVP, van rechts extremisme, dat overigens een Europees verschijnsel is, enzovoorts, enzovoorts.

Pag.4: Strijd tussen vrouw en futuroloog

Het was vaak moeilijk de uitspraken van de heren te onderscheiden. Een nuanceverschil ontstond hoogstens in hun zelfpresentatie als persoonlijkheden. Streicher, de vrijmetselaar met hoge ethische maatstaven, noemde zich “geen regimentspaard dat in actie komt als de trompet schalt”. Klestil beloofde een “advocaat van het volk” te zullen zijn die zich uitspreekt over principiële zaken. Hij benadrukte zijn onafhankelijkheid, als diplomaat, van het diplomatieke bedrijf en zijn internationale ervaring (Bush noemt hem “Tom”). Waren zij de enige kandidaten geweest, de Oostenrijkse kiezer zou in een diepe slaap zijn weggezakt.

Maar naast of achter hen holden nog twee andere renpaarden mee in de race naar de Hofburg, die voor afwisseling zorgden. Heide Schmidt, de fakkeldraagster van de FPÖ, kwam meer in de krant door permanente deining in haar partij dan door haar verkiezingscampagne, waarin humanistische idealen, gelijke rechten voor de vrouw, het afstand doen van presidentiële privileges (zoals het bewonen van twee residenties) naar voren kwamen. Haar relatie tot partijleider Jörg Haider, die vorige maand enige prominente liberalen uit de leiding van zijn partij verwijderde en verdere ondersteuning van Schmidts campagne weigerde toen zij liet blijken niet gecharmeerd te zijn van zijn optreden, bleef de berichtgeving domineren.

Want ook nadat de vrede weer was getekend en Haider de kiezers kwam vertellen dat Heide Schmidt een geweldige kandidate was, nog koppiger dan hijzelf, moest steeds weer gerapporteerd worden dat mevrouw Schmidt zich had gedistantieerd van nieuwe extreme uitspraken van haar partijleider. Zij moest wel, want op haar verkiezingstournees werd haar steeds vaker gezegd dat haar succes lelijk werd belemmerd door een rugzak met het opschrift: Haider.

De meeste publiciteit kreeg de afgelopen weken de vierde kandidaat voor de Hofburg, de namens de Groenen optredende 78-jarige schrijver, futuroloog en journalist Robert Jungk. Ook hem lukte dat niet door zijn campagne die op zichzelf origineel genoeg was. Jungk heeft op bijna alle fronten afwijkende opinies. Hij wil het leger afschaffen en daarvoor in de plaats "catastrofeteams' oprichten en groepen die kunnen helpen bij de ecologische veranderingen die in het land nodig zijn. Hij wil Oostenrijk buiten de EG houden, die in zijn ogen een materialistisch, door economische krachten en concerns beheerste club is, die op den duur in oorlog zal raken met de Derde Wereld. Hij wil een neutraal Oostenrijk dat, zoals vroeger Zwitserland, een plaats van ontmoeting en goede internationale diensten zou moeten zijn, aantrekkelijk voor zowel de Oosteuropese landen als de staten van de Derde Wereld. En verder heeft hij aangekondigd als president te zullen weigeren ooit de FPÖ-leider Haider te beëdigen, mocht die ooit minister of bondskanselier dreigen te worden. Zijn stelling: ook Hitler kwam ooit via de democratische spelregels van de Weimar-republiek aan de macht. Een bondspresident zou zijn minimale politieke macht en zijn morele gezag moeten inzetten om het aan de macht komen van een in zijn ogen levensgevaarlijke, door ultra-rechtse krachten gesteunde populist te voorkomen.

Jungk heeft zondag geen echte kans. Hij krijgt waarschijnlijk niet meer dan tussen de 5 of 10 procent van de stemmen (Heide Schmidt volgens prognoses niet meer dan tussen de 15 en 20 procent). Met zijn kandidatuur zegt hij zijn denkbeelden te willen uitdragen, maar vooral te willen wijzen op het gevaar van het nieuwe rechtse populisme van de steeds meer stemmen trekkende Jörg Haider. Dat heeft deze niet op zich laten zitten. In het veel bekeken televisieprogramma "Pressestunde' op zondagochtend 5 april beschuldigde Haider Jungk ervan in 1942 een “jubelbrochure over het Derde Rijk” te hebben geschreven en daarbij citeerde hij een paar zinnen uit een artikel dat Jungk, destijds als joodse anti-nazi in Zwitserse ballingschap levend, in Die Weltwoche had gepubliceerd.

Alom ontstond grote opwinding. De serieuze pers toonde al gauw aan dat Jungk in 1942, in de voorzichtige bewoordingen die toen in Zwitserland nodig waren, juist een zeer kritisch en voor de nazi's hoogst onaangenaam artikel had geschreven, maar het massablad Kronenzeitung steunde Haiders beschuldiging. Jungk spande meteen een kort geding tegen Haider aan met als resultaat dat de FPÖ-leider nu op de televisie zijn woorden zal moeten terugnemen.

Streicher en Klestil noemden de beschuldiging dat Jungk, een nazi-slachtoffer, een verkapte nazi-sympathisant zou zijn geweest “absurd', maar een discussie tussen de vier kandidaten leidde toch tot grote ruzie omdat Heide Schmidt zich niet van Haider wilde distantiëren en eraan herinnerde dat Jungk bij een anti-atoomenergie-demonstratie in 1986 de oproep had gelanceerd: “Maakt kapot wat jullie kapotmaakt”. Jungk noemde daarop Haider “een lummel” en zei in verkiezingstoespraken dat de FPÖ-leider tot geweld ophitste en vergeleek hem met Hitlers propagandagenie Goebbels. Op zijn beurt spande Haider een kort geding aan, waarop de rechter Jungk weer verbood dergelijke uitspraken te herhalen.

Wat de kiezer van dit alles vindt, kan morgen worden afgelezen uit de verkiezingsuitslag. Verrassingen verwacht niemand. Maar de ruzie tussen Jungk, Schmidt en Haider van de afgelopen weken heeft een onoverzichtelijk element aan de verkiezingen toegevoegd. Vooral het resultaat van Haiders FPÖ wordt interessant. Scoort Heide Schmidt meer dan de opiniepeilingen tot nu toe hebben aangegeven, dan zal de partijleider zeker claimen dat zijn populariteit en onmiskenbare talent om elke publiciteitsshow te stelen de oorzaak zijn van de winst. Komen er veel minder stemmen dan verwacht uit de bus, dan zal Heide Schmidt daar de schuld van krijgen.