Nederlands bedrijfsleven is bezig met de verovering van Oman; Export naar sultanaat stijgt in één jaar van 140 naar 218 miljoen gulden

MUSCAT, 25 APRIL. Het Sultanaat Oman, in het uiterste zuid-oosten van het Arabisch schiereiland, stijgt snel in de belangstelling van Nederlandse exporteurs en investeerders.

Trots meldt de Nederlandse ambassadeur, drs. Chris Sanders, dat de waarde van de Nederlandse export naar Oman in één jaar is gestegen van 140 miljoen gulden (1990) tot 218 miljoen (1991). “Ik denk dat wij hier al meer zaken doen dan Frankrijk”, aldus Sanders. Met een kleine staf van enkele medewerkers heeft de ambassadeur zijn handen vol aan alle contacten en consulaire besognes, maar voor de Nederlandse journalist neemt hij, trekkend aan een geurig sigaartje op het zonnige terras van de ambtswoning met uitzicht op de Golf van Oman, ruim de tijd om de stille economische revolutie die zich hier voltrekt uit te leggen.

Pas ruim twintig jaar geleden heeft Oman zich ontworsteld aan een Middeleeuws isolement en vooral dankzij de oliewinning die in 1964 begon, ontwikkelt het sultanaat zich in een ongekend tempo. Vrijwel de hele infrastructuur is nieuw. Rondom de hoofdstad Muscat rijst de ene na de andere kantoor- en bedrijfsvestiging de grond uit. Laagbouw overheerst, een afwisselende, Arabische architectuur, met veel wit en lichtgeel of beige. Platte daken met kanteelversiering in allerlei motieven. Op de moderne autowegen, compleet met geluidswallen, is het druk. Graffitti is verboden, alles is smetteloos schoon. Arbeiders uit India, Sri Lanka, Bangladesh en de Filippijnen zorgen voor het onderhoud van de groenvoorziening. Gazons en bomen moeten in dit droge land tweemaal per dag worden gesproeid.

Ruim 150 Nederlandse bedrijven, van groot tot klein, zijn nu actief in Oman of onderhouden er regelmatig contacten om opdrachten te verwerven. Ze spelen in op de politiek van sultan Qaboos bin Said Al Said om de economie van deze Golfstaat, die voor bijna 50 procent drijft op inkomsten uit de olie-export, te diversificeren. De Omaanse overheidsinkomsten komen voor meer dan 90 procent uit de oliesector.

Philips en de Koninklijke Maatschappij De Schelde hebben de afgelopen jaren teleurstellingen moeten verwerken omdat belangrijke orders aan hun neus voorbij gingen. Een telecommunicatieproject ter waarde van 150 miljoen gulden werd aan Thomson, de Franse concurrent van Philips gegund, en de Britse premier Major wist vorig jaar een order voor bewapende korvetten in de wacht te slepen, waarvoor De Schelde veel moeite had gedaan. Toch is de Vlissingse scheepswerf vorige week uitgenodigd een offerte uit te brengen voor de leverantie van twee - kleinere - patrouilleboten, misschien om de pijn wat te verzachten. De uitkomst is vooralsnog onzeker, want de overheid en de grote bedrijven in Oman werken bij de inschrijving voor grote projecten met een tendersysteem waardoor de concurrentie levendig is. Ten minste éénmaal heeft het ministerie van transport daar ook de nadelen van ondervonden. Bij de bouw van viaducten ("fly overs') staat een bordje "Verboden voor vrachtauto's met een gewicht van meer dan 3 ton'. Men is met een te goedkope aannemer in zee gegaan want de betonnen overspanningen bleken niet bestand tegen zware ladingen.

Elke week doet een DC-10 van Martinair afgeladen met verse Nederlandse waar de luchthaven van Muscat aan. In de supermarkten van de Omaanse hoofdstad vinden de Hollandse sla, champignons, tomaten, paprika's, spruitjes, kaas en Aalsmeerse bloemen gretig aftrek, en niet alleen bij de duizenden buitenlanders. “Als je zou willen kun je hier gewoon Hollands eten”, zegt de gastvrije echtgenote van Onze Man in Oman.

Het sultanaat moet verreweg de meeste voedingsmiddelen importeren. Dat is klein werk vergeleken bij de olie- en gaswinning waarmee Petroleum Development Oman (PDO) bezig is. Vooral dankzij Shell, de maatschappij die een belang van 34 procent in PDO heeft en als operator (technisch uitvoerder) optreedt. Na een schuchter begin in de jaren '60 is de olieproduktie van Oman nu opgevoerd tot 725.000 vaten per dag, ongeveer het niveau van een kleine OPEC-producent als Algerije.

Voor de Nederlands-Britse multinational Shell en wellicht een aantal andere Nederlandse bedrijven heeft Oman een nieuw, zeer groot project in petto. De reserves aan aardgas en condensaten (olie-achtige vloeistoffen) van het sultanaat zijn zo sterk toegenomen, dat aan grootscheepse export in de vorm van vloeibaar gas (LNG) wordt gedacht. Een eerste haalbaarheidsstudie heeft al aangetoond dat de ontwikkeling van zo'n project, waarbij vanaf 2000 jaarlijks 5 miljoen ton vloeibaar aardgas kan worden verkocht, commercieel haalbaar is. Oman kan dan ook nog zeker 50 jaar in zijn binnenlandse gasbehoefte voorzien. Daarbij is rekening gehouden met verdere industriële groei en de mogelijke vestiging van een grote petro-chemische fabriek, zegt dr. Herman Franssen, economisch adviseur van de minister van oliezaken en mijnbouw. Met het LNG-project is een investering van 16 miljard gulden gemoeid.

Het Amsterdamse ingenieursbureau Comprimo is al jaren betrokken bij kleinere olie- en aardgasprojecten in Oman, en nieuwe opdrachten liggen voor de hand. Comprimo heeft onlangs een tweede bedrijf opgericht om de activiteiten te verbreden.

Thomassen in Dieren heeft net een overeenkomst met Oman gesloten voor de levering van apparatuur voor elektriciteitscentrales ter waarde van 30 miljoen gulden en Interbeton is met een dochtermaatschappij actief in de bouw en de aanleg van havenfaciliteiten.

Hollandse Signaal in Hengelo kreeg onlangs samen met het Franse moederbedrijf Thomson een order voor de levering van radarapparatuur op de Omaanse korvetten die nu in Engeland worden gebouwd. HSA zou deze order ter waarde van 100 miljoen gulden aanvankelijk alleen krijgen, maar Parijs wist door een lobbie op hoog niveau in de Omaanse hoofdstad een deel in de wacht te slepen. Pijnlijk aspect daarbij is dat het paradepaardje van HSA, de Goalkeeper, het snelvuurkanon tegen vijandelijke projectielen dat aanvankelijk op de korvetten was gepland, wordt vervangen door het Franse Crotal anti-raketsysteem. Volgens kenners is dat systeem duurder en eigenlijk minder geschikt voor de Omaanse kustbewaking, de voornaamse taak van de korvetten.

Ook Fokker aast op een, zij het kleine Omaanse order, voor Fokker-100 vliegtuigen. Eind deze maand worden bij Muscat demonstratievluchten gehouden. Oman is tevreden over de drie F-27 transportvliegtuigen die het al lang in gebruik heeft, en die op den duur moeten worden vervangen.

Daf maakt door zijn combinatie met het Britse Leyland een goede kans op een order voor militaire trucks, ter vervanging van oude Bedfords van Britse makelij. Daf heeft al een testvoertuig aan de Omaanse landmacht geleverd.

Een Omaanse dochtermaatschappij van Unilever maakt voedingsmiddelen zoals spijsolie die ook naar andere Arabische staten worden geëxporteerd.

De regering in Muscat heeft volgens ambassadeur Sanders belangstelling getoond voor Nederlandse hulp bij de verbetering van de visserij, de landbouw, het zoetwaterbeheer en de ontwikkeling van het toerisme. De Arabische Zee zit vol vis van allerlei soorten, zeggen kenners in Oman, die grote kansen zien voor meer export. Maar zowel de kustvisserij als de diepzeevisserij op de oceaan is inefficiënt georganiseerd, met oude schepen en een gebrekkige afzet. Het strand ligt bezaaid met kleine vissoorten die overboord zijn gezet. Een groep vissers uit IJmuiden wil een samenwerkingsverband aangaan met Omaanse collega's. De Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) in Den Haag bestudeert dat plan en kan in principe per project een renteloos startkrediet van een half miljoen gulden verstrekken, om het risico met de IJmuidenaars te delen. Ook willen de Omanieten meer vissershavens aanleggen en een modern visverwerkingsbedrijf opzetten.

Zoet water is een schaars artikel in Oman, omdat het een van de droogste landen ter wereld is. Door de landbouw wordt veel water verspild en doordat te veel water aan bronnen wordt onttrokken, kampt een aantal dorpen met verzilting van het drinkwater. Uniek is het irrigatiesstelsel met de eeuwenoude falajes, kleine kanalen van meer dan 2000 jaar oud, een systeem dat vermoedelijk uit Perzië afkomstig is. De falajes transporteren het grondwater naar de akkers, maar een groot deel van het kostbare vocht verdwijnt in de brede rivierbeddingen waar het verdampt en wegzakt.

Oman heeft veel belang bij verbetering van het waterbeheer, want de landbouw en veeteelt die nu nog met subsidies op de been worden gehouden, moeten volgens het vigerende vijfjarenplan voor de economische ontwikkeling gaan zorgen voor volledige vervanging van alle voedselimport. Een groep deskundigen van TNO die in het buurland Jemen over de waterbeheersing heeft geadviseerd, is volgens ambassadeur Sanders “vrij exclusief” benaderd door de Omanieten. “We hopen de opdracht te krijgen, maar in Jemen was dat makkelijker, dat is voor Nederland een ontwikkelingsland. Die fondsen missen we hier.”