"MITTERRAND WAS NIET RIJP VOOR DE DUITSE VERENIGING'; Journalist Daniel Vernet over de moeizame relatie tussen Parijs en Bonn

La Renaissance Allemande door Daniel Vernet 220 blz., Flammarion 1992, f 45,50 ISBN 2 08 066639 8

Hoe de Fransen diep in hun hart over de Bondsrepubliek denken, blijkt zonneklaar uit de personele bezetting van het Duitsland-departement op het Quai d'Orsay, het ministerie van buitenlandse zaken. De baas is een liefhebber van Italië, en hij spreekt behalve Frans alleen Italiaans. De overige medewerkers kennen slechts een half woordje Engels. ""Duits?'' sneerde Alfred Grosser, een van de weinige Franse Duitsland-deskundigen, onlangs, ""Welnee! Als de heren hun collegae uit Bonn op bezoek krijgen, zullen zij wel in gebarentaal communiceren. Het is te pijnlijk voor woorden!''

Grosser is auteur van onder meer L'Allemand en Occident en hij wordt er in Frankrijk altijd bijgehaald als er wat over de "gedoodverfde partner' gezegd moet worden. Hij speelt dan het geweten van een natie die pas sinds de val van de Muur weer enige belangstelling ontwikkelt voor de erfgenamen van Bismarck. Grosser is ook degene van de gulden stelregel dat bij een Frans boek over Duitsland pas het notenapparaat bepaalt of het serieus genomen moet worden. Meer dan eens is hem een studie voorgelegd over de geschiedenis van Duitsland zonder dat de auteur een enkele Duitse bron had geraadpleegd.

Een van de zeer weinige boeken over de machtige oosterbuur die in Frankrijk zijn verschenen sinds de hereniging is La Renaissance Allemande van de journalist Daniel Vernet. Het stelt in zoverre gerust, dat er veel Duitse bronnen in voorkomen. Maar dit keer vormt het personenregister weer een raadsel. Daar staan zegge en schrijve veertien namen: die van de bekendste Duitse politici, van Adenauer tot Brandt voor het ene Duitsland en van Ul-bricht tot Honecker voor het andere, de voormalige DDR. Wèl minister van buitenlandse zaken Genscher, maar niet ex-bondskanselier Schmidt. Wèl de voormalige minister-president van Beieren Strauss, maar niet ex-president Carstens.

DUITSLAND IN DE MODE

Vernet is een ervaren schrijver, chef-redacteur van Le Monde en oud-correspondent voor die krant in Bonn, Moskou en Londen. Op zijn rommelige kantoor in Parijs geeft hij toe dat hij schrijft voor een publiek dat weinig weet. ""De enkeling die zich voor een boek over Duitsland interesseert, wil snel zoveel mogelijk te weten komen. Maar Duitsland raakt wel in de mode. Dat zie je aan het aantal Franse studenten dat Duits gaat leren.''

In La Renaissance Allemande neemt Vernet de Franse lezer bij de hand in een poging hem uit te leggen hoe het allemaal zo gekomen is met de voormalige vijand en huidige verplichte vriend. Met reuzensprongen overspant hij het tijdperk van 1945 naar 1989, waarbij zowel de economie, als de politieke, militaire en mentale band met het Westen de revue passeren. Het doel van het boek is de argwanende Fransman ervan te overtuigen dat ""het verschijnsel Duitser'' wel degelijk deugt. Intussen gebruikt hij wel het cliché dat ""wij'', de anderen in Europa, de Duitsers moeten omarmen, willen ze zich niet in eenzaamheid afsluiten en gevaarlijke bokkesprongen gaan maken. Zo waarschuwt Vernet voor de mogelijkheid dat Duitsland ""de twintigste eeuw zou kunnen verlaten zoals het land haar is begonnen, als een Bismarck-patchwork''.

De suggestie is duidelijk: Duitsers zijn uitsluitend ongevaarlijk wanneer ze niet alleen worden gelaten. ""We moeten Duitsland integreren in Europa, opdat het, vast verankerd, niet meer de neiging ontwikkelt een grote mogendheid te worden die te klein is om haar stempel op Europa te drukken, maar te groot is om in een Europese orde te passen'', schrijft Vernet, zoals zovelen voor hem. Ook zijn visie op de toekomst van Europa sprankelt niet van originaliteit. De observatie dat het welzijn van ons continent voor een belangrijk deel hand in hand gaat met dat van de Bondsrepubliek, is althans geen verrassing.

Pas bij nauwkeuriger lezing wordt duidelijk dat die stereotypen het interessante aspect van La Renaissance Allemande aan het oog onttrekken. Vernet heeft in feite helemaal geen boek over Duitsland geschreven, maar over Frankrijk. Over de rol die de Fransen moeten spelen om de Duitsers op de koers te houden die Frankrijk goed uitkomt; over de manier waarop arrogantie afgebroken en vertrouwen opgebouwd dient te worden. Kortom, over de positie van Frankrijk in het Europa van morgen. En dat dreigt er sinds de hereniging heel anders uit te gaan zien dan de strategen op Quai d'Orsay en aan het Elysée hadden vermoed. Vernets boek had eigenlijk Le défi Allemand, "De Duitse uitdaging', moeten heten.

SPIEGEL

""Wij zijn een volk van navelstaarders'', zegt Vernet, ""Ik probeer met dit boek mijn landgenoten wakker te schudden zodat zij enerzijds hun visie over Duitsland bijstellen, en daardoor anderzijds beter naar zichzelf zullen kijken. De Frans-Duitse betrekkingen zijn en blijven in Europa immers de hoeksteen. Als wij willen begrijpen wat ons Fransen te doen staat, dan moeten wij ook begrijpen wat de rol is van de Duitsers. Dat wij een aantal zogenaamd onwrikbare gegevens moeten herzien, staat voor mij vast: militair moeten we opnieuw gaan denken over onze rol. Hebben we nog kernwapens nodig? Wat is de rol van de Navo in de veranderende wereld? Hoe gaan we met de Amerikanen om en hoe lang houden we de Duitsers nog voor dat zij vanwege hun verleden geen kernwapenmogendheid mogen worden?''

""Misschien,'' piekert Vernet, ""is de centrale vraag wel of wij Fransen ons moeten terugtrekken op ons eiland uit protest tegen de groeiende macht van Duitsland, of een open houding dienen aan te nemen. Zal de Duitse uitdaging vertaald worden in een nieuw Frans nationalisme of in samenwerking? Het antwoord op deze vragen is cruciaal voor onze eigen toekomst, niet voor die van de Duitsers. Als Frankrijk nog enigszins wil meetellen, dan zal het zijn hand moeten uitsteken en niet in dedain het hoofd moeten afkeren. De kwestie is: zullen de Fransen zichzelf al deze vragen durven stellen?''

HART ONDER DE RIEM

Maar: willen de Franse politici wel begrijpen wat er sinds 1989 in Europa is veranderd? Vooral president Mitterrand lijkt het daar moeilijk mee te hebben. Hij heeft het tempo van de hereniging schromelijk onderschat en vervolgens op allerlei manieren getracht dat tempo te drukken. Toen de omwenteling in volle gang was, ging Mitterrand nog naar de DDR alsof hij de Oostduitse leiders een hart onder de riem wilde steken. Twee weken daarvoor was hij in Kiev in de verwachting dat Michael Gorbatsjov hem zou verzekeren dat de Sovjet-Unie tegen een hereniging was. Daar zei Mitterrand nog vol zelfvertrouwen dat ""we eerst tot een Europese integratie moeten komen en dan pas tot een Duitse vereniging''.

Minister van buitenlandse zaken Roland Dumas schatte de situatie niet veel beter in. De Muur was al zes dagen open toen hij nog volhield dat de EG-leiders tijdens de top in Straatsburg op 8 en 9 december niet aan de ""belangrijke thema's zoals de audiovisuele wetgeving voorbij zullen gaan om tijd te verdoen aan een eventuele Duitse eenwording''.

Zijn de Fransen naïef of keken zij opzettelijk de andere kant op?

""De Franse politiek loopt wat Duitsland betreft altijd een maat achter. Maar anderzijds zijn de Duitsers ook nogal bot geweest met hun dubbele spelletjes. Helmut Kohl heeft op 28 november 1989 zijn tien-puntenplan over de betrekkingen tussen de DDR en de Bondsrepubliek op tafel gelegd zonder er met een woord over te reppen in Parijs, waar de twaalf regeringsleiders tien dagen eerder informeel hadden gedineerd op het Elysée. Sinds de herfst van 1989 botert het eigenlijk helemaal niet meer tussen Kohl en Mitterrand, maar dat neemt niet weg dat Mitterrand filosofisch gezien nooit tegen de hereniging is geweest.''

U schrijft dat ""Mitterrand zich niet tegen de geschiedenis wilde verzetten''. Maar is dergelijke taal niet hoogmoedig en irritant voor Duitsers en andere Europeanen?

""Natuurlijk. Maar Mitterrand hoopte dat hij de ontwikkelingen zou kunnen afremmen. Hij was er mentaal nog niet rijp voor. Het was even wennen dat de Duitsers er met zichzelf vandoor bleken te kunnen gaan. U moet niet vergeten dat Duitsland, in de ogen van veel Fransen, nog steeds bezet gebied was. Het laatste stukje Franse macht in Europa, het laatste bewijs van de overwinning op Hitler. Frankrijk was al die jaren na de oorlog de gelijke geweest van de andere geallieerden, de Amerikanen, Russen en Britten. Het telde dus mee. De hereniging bracht voor het eerst aan het licht dat Frankrijk een middelmatige mogendheid is. De val van de Muur betekende voor ons een gigantische identiteitscrisis.''

Gaat de irritatie tussen Bonn en Parijs de Europese eenwording vertragen?

""Ik geloof dat irritatie nog geen crisis betekent. De Duitse kanselier en de Franse president, wie zij ook zijn, begrijpen dat zij samen moeten werken. Zelfs als de Fransen praten over een Mediterraanse toekomst, of een as Parijs-Londen, of een as Parijs-Rome, moet iedereen weten dat zij zich ervan bewust zijn dat zonder de as Parijs-Bonn Europa niet vooruit komt. Als Frankrijk en Duitsland niet op één lijn liggen, komt er oorlog, dat heeft de geschiedenis wel bewezen. Nu de twee Duitse staten in één democratie herenigd zijn, doet zich een historische gelegenheid voor om de banden aan te halen. Wat wij Fransen echter niet leuk vinden, is min of meer gedwongen te worden onder druk van Bonn Slowenië en Kroatië te erkennen.''

Een van uw vrienden uit de diplomatieke dienst monkelde onlangs: en nu volgt binnenkort de erkenning van de onafhankelijkheid van Elzas-Lotharingen. In uw boek heeft u het over de entente Franco-Boche, de Frans-moffrikaanse vriendschap. Die taal spreekt toch boekdelen?

""Het verleden slijt langzaam, dat is waar. Een Duitser heeft het eens tegenover mij gehad over "de entente van de achterliggende gedachten'. De zogenaamd ideale paren De Gaulle en Adenauer, Giscard d'Estaing en Schmidt, Mitterrand en Kohl gingen ook mank aan "achterliggende gedachten'. Giscard vond Schmidt eigenlijk maar een burgermannetje, al had hij bewondering voor diens eenvoud, terwijl Schmidt het prachtig vond om te verkeren met zo'n intellectuele machine vol adellijke uitstraling. De Frans-Duitse vriendschap speelt zich dus niet altijd op hetzelfde niveau af. Het is eerder een noodzaak.''

U vindt dat de overige Europeanen geduld moeten hebben met de identiteitsproblemen van het nieuwe Duitsland en dat wij met z'n allen verantwoordelijk zijn voor het oplossen van die problemen.

""Het is niet gemakkelijk om buurland te zijn van een gigantische regio waar chaos en anarchie dreigen. De Duitsers stonden eerst het dichtst bij de Sovjet-dreiging en nu staan ze weer het dichtst bij de afgrond. We mogen hen er niet alleen voor laten staan. Niemand weet wat er gebeurt als Duitsland over de rand valt, maar zeker is dat het dan een Europees probleem wordt. Frankrijk wordt zich daar langzaam van bewust. Europa kan nooit meer een Franse achtertuin worden.''

De Duitse historicus Arnulf Baring heeft over de Fransen gezegd dat zij ""bewuster zijn van hun zwakheden, dan wij van onze kracht''. Zelf concludeert u dat de Duitsers ""in de spiegel die anderen hen voorhouden nooit meer vinden dan fragmenten van antwoorden''. Zullen jullie elkaar ooit begrijpen?

""Begrijpen? Nee. Respecteren? Ja. Een oud echtpaar, twee conciërges in een roerig Europees huis.''