Milieudefensie in de war van ecologische koprol; Sommigen vinden de wekelijkse boetedoening bij de glasbak wel voldoende; Anderen halen de heilige drie-eenheid der biobakken in huis of willen een nieuwe hemel op aarde

"Ecologische koprol' staat er op het omslag van het jubileumnummer van Milieudefensie, dat vrijwel geheel is gevuld met toelichting en uitleg op het vlak voor Pasen gepresenteerde Actieplan Nederland Duurzaam. Of deze koprol betrekking heeft op de ontwikkelingen binnen de milieu-club sinds de oprichting in 1972, op dit actieplan zelf of op de noodzakelijk geworden mentaliteitsverandering is niet geheel duidelijk. Lezend in het jubileumnummer en Actieplan wordt wel duidelijk dat er bij die koprol nogal wat hersencellen door de war zijn geraakt.

Dat is niet verwonderlijk. De ondergang van het communisme in Oost-Europa heeft ook de triomferende democratieën in het Westen in een identiteitscrisis gestort. In het vacuüm van de verdampte ideologieën nestelen zich allerhande surrogaat-programma's als nationalisme, regionalisme, traditionalisme en de ecologie. Nu bestaat de milieubeweging in Nederland al enkele decennia, maar de verwarring lijkt groter dan ooit, en vooral bij de Vereniging Milieudefensie, de linkse tak van de milieubeweging die de verzuiling van de jaren vijftig op ander terrein met verve heeft voortgezet.

Het milieu heeft sinds de verschijning van het Rapport aan de Club van Rome in 1972 sociologisch gezien de rol van de kerk overgenomen. In geen ander land stroomden de kerken zo snel leeg als in Nederland, in geen ander land werd dit Rapport zo goed verkocht: naar schatting de halve wereldoplage staat hier als seculiere bijbel in de boekenkast - veelal even slecht gelezen, op het lijstje hoofdzonden na.

Net als de gelovigen van alle gezindten, hebben de diverse milieu-groepen één overtuiging gemeen. Voor de milieugroepen is dat de overtuiging dat de ideologie van de vooruitgang, die vanaf het einde van achttiende eeuw de religieuze heilsverwachtingen verdrong en waarin de permanente "economische groei' werd aanbeden, op de helling moet. Alleen zó kan de onafwendbare wereldcatastrofe worden voorkomen, van koningin tot kruidenier is men het daar over eens.

De neo-religieuze praktijk varieert bijna per gelovige: sommigen vinden de wekelijkse boetedoening bij de glasbak wel voldoende, anderen halen de heilige drie-eenheid der biobakken in huis. Weer anderen, zoals Milieudefensie, willen een geheel vernieuwde hemel op aarde.

In den beginne construeerde men daartoe een neo-marxistische totaaloplossing voor het hele ondermaanse, die er op neer kwam dat het enige heil te verwachten was van de afschaffing van het milieuverwoestende kapitalisme en van de terugkeer naar een utopische moestuin-economie. Decentralisatie, kleinschaligheid, verdeling en anarchisme waren de trefwoorden. Na de revolutie zou de rest, beleid bijvoorbeeld, vanzelf wel komen.

De revolutie kwam niet, en de milieubeweging heeft de afgelopen twintig jaar zo'n beetje alle denkbare tactieken uitgeprobeerd om het kwaad te bestrijden. Men ontdekte dat sommige zaken schoner en beter aan te pakken waren als men het grootschalig deed, men werd zakelijker, pragmatischer, goed in de PR, en minder en minder ideologisch, kortom respectabel, present in allerlei adviesraden en besturen om een steentje bij te dragen aan de "ecologische modernisering' van bijvoorbeeld het verpakkingsmateriaal.

Maar na de ontdekking van het duivelse broeikaseffect en het goddeloze gat in de ozonlaag, draaide eind jaren tachtig de blik van de PET-fles weer in de richting van de hemel. En zo is Milieudefensie met het Actieplan Nederland Duurzaam weer terug bij het begin; bij, zoals men zelf schrijft, de grootse visie en de grootse wereld-idealen.

Terwijl elders linkse intellectuelen en activisten naakt het paradijs van de theoretishe systemen hebben verlaten, en in arrenmoede hun toevlucht zoeken bij een minimum-programma (beetje ecologie, beetje maatschappelijke solidariteit en verzet tegen het nieuwe geronk van het racisme), komt Milieudefensie met een plan voor Nederland en de rest van de wereld waarin tal van oplossingen soms tot drie cijfers achter de komma zijn uitgerekend. Maar waarin een paar kleinigheden zoals de menselijke natuur en de post-Tsjernobylse werkelijkheid even worden vergeten.

Toegegeven, in het rapport lijkt men zich meer bewust van politiek-maatschappelijke voetangels en klemmen dan vroeger. Men beseft dat de dood van de ene ideologie vaak slechts nieuwe ideologieën tot leven wekt, en dat de scheidslijn tussen de groene beweging en extreem-rechtse "Blut und Boden'-groeperingen minder scherp is dan men in de naïveteit van vroeger had gemeend. Zo waarschuwt Fanta Voogd in het jubileumnummer: “De moderne milieubeweging moet zich ervan bewust zijn dat ze deels een produkt is van dezelfde voedingsbodem waarop het nationaal-socialisme heeft kunnen ontstaan”.

Het siert Milieudefensie dat zij dit gevaar erkent. Die erkenning past precies bij de individualistische levensstijl van tegenwoordig. De moderne, zich in almaar kleinere eenheden opdelende maatschappij ontwikkelt zich immers in omgekeerde richting van het toenmalige ideaal van eenheid tussen werk en leven, individu en collectief, cultuur en politiek, economie en moraal. De hippie-droom van de maatschappij als organische gemeenschap ligt al jaren aan duigen. Maar daarmee ligt ook het moestuin-moralisme waarmee Milieudefensie in 1972 begon aan duigen.

In het Actieplan is weliswaar precies uitgerekend dat we in 2010 nog slechts elke drie dagen een bal gehakt mogen eten, 70 procent minder autokilometers mogen afleggen, 0,4 kuub hout mogen gebruiken, niet langer in exotische natuurgebieden mogen rondstruinen en allemaal (per bus) naar Sporthuis Centrum en Torremolinos moeten (omdat “de mensen daar niet van het terrein afkomen en dus relatief weinig schade aanrichten” en omdat vliegen naar Griekenland evenveel energie kost als de verwarming van een eensgezinswoning gedurende een vol jaar). Maar uit de berekening dat eensgezinshuishoudens ongeveer drie keer zo veel gas en licht gebruiken als huishoudens met vijf personen, wordt niet de conclusie getrokken dat de gezinsverdunning moet worden afgewezen. Want: uit de individualisering blijkt een zekere "volwassenwording': “men loopt minder achter opinieleiders aan en vormt meer een eigen oordeel”.

Dat de milieubeweging moralistisch en pseudo-religieus is, beseffen sommigen in eigen kring ook. Zo zegt Hans Opschoor (milieu-econoom aan de Vrije Universiteit) in het jubileumnummer over het vage woord "duurzaam' waar het hele Actieplan vol mee staat: “Ik ben opgegroeid met het ethische begrip "zonde'. En nu komt er met "duurzaam' weer precies zo'n ethisch begrip. Dat verkoop je niet aan het Zuiden: zeggen dat ze van hun bomen af moeten blijven terwijl we zelf bezig zijn de laatste boom om te trekken.”

De uitweg uit de verwarring heeft Milieudefensie gevonden in het overnemen van Verschoors begrip "milieugebruiksruimte', dat nu als nieuw toverwoord wordt gelanceerd. Het is zakelijk, maar toch gebaseerd op de aloude socialistische moraal. Het uitgangspunt is namelijk dit: “De aarde biedt een beperkte hoeveelheid grondstoffen en kan een beperkte hoeveelheid afvalstoffen aan. Dat is één. En elke wereldbewoner heeft recht op een gelijk aandeel van hetgeen de aarde kan produceren. Dat is twee. Ziedaar de uitgangspunten van het begrip milieugebruiksruimte, het centrale concept van het Actieplan Nederland Duurzaam”.

Zo heeft men de totale "wereldmilieugebruiksruimte' globaal berekend voor de essentiële hulpbronnen: energie, (zoet) water, grondstoffen en landbouwgrond. Door deze wereldmilieugebruiksruimte te delen door het aantal wereldburgers (vastgesteld op 7 miljard in 2010) krijgt men de milieugebruiksruimte die per persoon beschikbaar is.

En zo geeft Milieudefensie toch toe aan de neiging om precies dàt te herhalen wat het communisme uit naam van de de politieke utopie al vergeefs heeft geprobeerd: een wereld van totale gelijkheid, met een sterke overheid, verboden, heffingen en bonnen voor iedereen.

Het uitgangspunt heeft de genialiteit van de eenvoud, maar bij de uitwerking van Verschoors op zich wel nuttige "denkmodel', blijkt Milieudefensie van deze ecologische koprol tamelijk in de war. Want de consequenties die uit deze voor iedereen gelijke "milieugebruiksruimte' voortvloeien, zijn toch van iets andere aard dan die van glasbak en de gescheiden inzameling van groente-, fruit- en tuinafval. Zo worden uit de losse pols een paar scenario's op tafel gelegd, die op zijn zachtst gezegd de kringloop tussen naïveteit en pragmatisme ook weer bij het begin hebben gebracht.

Zo zijn natuurlijke hulpbronnen voortaan eigendom van “de gehele internationale gemeenschap”, en daarom biedt de “gedachte van begrensde soevereiniteit waardevolle aanknopingspunten”. Moet men hier begrijpen dat een land dat zijn hulpbronnen niet goedschiks wil afstaan, daar dan maar met harde hand toe moet worden gedwongen?

Omdat het systeem om ieder land op basis van inwonertal dezelfde quota te geven een “nogal star” is en flexibiliteit en markteconomie in de mode zijn, moeten die quota voor grondstoffen, voedsel en afvalstoffen kunnen worden "verhuurd' of verhandeld. Waarmee we weer terug zijn bij af, want dat is precies wat er nu gebeurt - zij het niet op rechtvaardige wijze: zij ons afval, wij hun hardhout. Als hier rechtvaardigheid moet worden afgedwongen, betekent dat een inkomensherverdeling van jewelste, een mondiale economische crisis, om over oorlogen nog maar te zwijgen. Want hoe groot moet de politiemacht zijn om bij onwillige landen al die "overtollige' hulpbronnen te gaan halen en de vrede te bewaren, als we zien tot welke heftige frustraties en oorlogen de groeiende armoede en verdelingsstrijd in Oost-Europa nu al leiden.

Moeten de hulpbronnen volgens het Actieplan mondiaal gedistribueerd worden, tegelijk moet een eind komen aan de bestaande trend naar mondialisering van de wereldeconomie. Dat gesleep met goederen zorgt maar voor vervuiling. Het Actieplan wil “continentale zelfvoorziening”. Daarmee is het probleem van de GATT ook meteen opgelost en is aan de vrije-markteconomie ook weer een einde gemaakt.

Is het geen technocratische manier om de milieuproblemen op te lossen?, zo vraagt Milieudefensie in het jubileumnummer aan Verschoor. Hij antwoordt: “inderdaad ... maar het is interessant om te zien of je het ook operationeel kunt maken”. Daarop heeft Milieudefensie niet willen wachten, er moet iets gebeuren.

Het grote voordeel van Verschoors concept ligt, net als van het woord "duurzaam', niet in de operationele sfeer maar in de sfeer van de zonde. Het is nu in de mode om niet te roken en louter spa te drinken, en om op te scheppen over de prestaties tijdens het joggen, de triathlon, de halve of de hele marathon. Het zou mode moeten wòrden om op feestjes en in praatprogramma's de persoonlijke "milieuverbruiksruimte' even tussen neus en lippen te vergelijken. Soberheid als statussymbool, overeenkomstig het zogenaamde "verinnerlijkingsbeginsel' van Winsemius en nu ook van Alders.

Milieudefensie wil echter niet meer vertrouwen op een mentaliteitsverandering, maar geeft er de voorkeur aan de minister van milieu liever beschouwen als de minister van oorlog. Maar als milieudefensie eigenlijk oorlog is, is het dan niet beter eerst maar eens de vijanden aan te pakken die ons nu bedreigen? Om er eentje nog maar eens te noemen: hoe "duurzaam' zal Nederland in 2010 zijn als er in Oost-Europa binnenkort een paar kerncentrales ontploffen?