Marja Keyser (1944) beheert de Bibliotheek van de ...

Marja Keyser (1944) beheert de Bibliotheek van de Koninklijke Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels. Deze collectie vormt de kern van de onderzoekscollectie Boekhandelsgeschiedenis in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek (UB). Deze week werd bij de viering van het 100-jarig bestaan van uitgeverij H.J.W. Becht het belangrijke archief van de firma geschonken aan de Bibliotheek van de Vereeniging. Ter gelegenheid daarvan is in de expositiezaal van de UB (Singel 425, Amsterdam) een tentoonstelling ingericht.

Woensdag 15 april

Tegen kwart voor zeven drijft ergernis over de "radioflaters' op Hilversum 1 me snel naar de badkamer. Daarna vis in de magnetron voor de drie katten: heerlijk apparaat, geen visstank meer in de morgen. Laatste boterham door de vis, zelf dus alleen thee vanochtend. Met de bus van woonplaats Ilpendam naar Amsterdam: twaalf kilometer in ongeveer een kwartier. Op de UB even naar de Bibliotheek van de Vereeniging ter bevordering van de belangen des Boekhandels (VBBB) en dan naar de tentoonstellingszaal.

Becht is een leuke uitgeverij, maar het probleem is dat niemand de naam kent. Als je dan auteurs noemt en titels, blijken die ineens wel bekend en vertrouwd: Schoolidyllen, Karl May, Carry van Bruggen, Herman Heijermans, Het kookboek van Wannée, de Katjangs, Toepoels Hondenencyclopedie en niet te vergeten Nils Holgersson en Hoe hoort het eigenlijk?

Zoveel titels en maar tien vitrines. Jan Schilt, ex-directeur van Uitgeverij Becht en auteur van het jubileumboek, arriveert tegen negenen. Gisteren heeft hij zijn dialezing over de Becht-geschiedenis met veel succes voor het personeel van de uitgeverij gehouden. Na het aanbrengen van de laatste wandlatten (daarop moeten boeken staan) kunnen we verder met de vitrines. Per vitrine moet de inhoud een duidelijk verhaal vertellen en dat lukt met vereende krachten.

Om elf uur slaan we een paar broodjes brie in en dat is maar goed ook, want als we eraan toe zijn is het half drie en de kantine vrijwel zonder brood. Doorgewerkt tot kwart voor zes. Dan ga ik, voorzien van tijgerlelies, eten bij L. De tuin bij diens huis op de Prinsengracht staat wonderbaarlijk in bloei: grote rode camelia, longkruid, magnolia, narcissen, blauwe druifjes en ander bolgewas. Garnalensalade en koffie. Gepraat over uitgevers en boeken - onuitputtelijke onderwerpen. En ook over mooie, maar dure en dus moeilijk te realiseren projecten.

Donderdag

Half negen op de UB en na wat afdelingszaken geregeld te hebben: de tentoonstelling. Er komt duidelijk tekening in de chaos. Maar niet genoeg om nog tijd te hebben voor een afspraak met vriendin M. Gelukkig begrijpt ze het wel. J.S. is al vroeg gekomen en onvermoeibaar. Op de binderij even geïnformeerd naar toestand van collega in het ziekenhuis: longembolie, maar schijnt redelijk te gaan gelukkig.

Om half één snel naar boeiende lunchlezing van Kurt Löb over grafisch ontwerper Henri Friedländer, de laatste in de reeks vanwege de week van het Joodse boek. Aan het einde van de middag komt C. van uitgeverij Gottmer/Becht even kijken en ook Jans vrouw Ilse die lekkere dingen haalt om ons te sterken, zoals met amandel gevulde olijven. We hebben afgesproken dat de vitrines vandaag klaar moeten. Doorwerken dus, tot we om negen uur constateren dat dat punt in feite bereikt is, ook al ligt nog niet alles zoals het moet.

Even uitblazen bij café Hoppe, waar we uiteraard over boeken en uitgevers en natuurlijk over het leven praten. We gaan bijna weg als blijkt dat J.S. nog met mijn oudere zuster A. op het Barlaeus-gymnasium heeft gezeten en haar zelfs goed kende. In 1943, '44 hebben ze in het schoolorkest gespeeld en hij herinnert zich zelfs dat ze een Haydn-concert speelde. Hoe is het met haar? In de tram naar het station tref ik J., net uit de Matthäus-Passion. Amsterdam is klein.

Vrijdag

Goede Vrijdag en gedachte voor de grondlegger van het christendom. Ook voor vertrekkende vrienden: P. die vandaag naar de VS vliegt en A. idem naar Israel. Aflevering van Bold and Beautiful gezien op RTL. Emotioneel geheel en mogelijk verslavend bij dagelijks gebruik. Hele dag doorgebracht met verwaarloosd huishouden. Ondertussen de tentoonstelling nog eens de revue laten passeren en best tevreden. De post brengt afhaalbericht van nieuwe giropas, maar postkantoor is uiteraard gesloten. Erbij zit memocard met gebruiksanwijzing. Handig, want af en toe komt de nodige pincode niet meteen in het geheugen.

Tegen de avond komt M., mijn neefje van vijf. Hij mag een nachtje logeren. Zijn moeder brengt ook de lap-top-computer mee, die ik eventueel zal overnemen. Maar het schermpje blijft zwart, omdat het schakelaartje niet goed werkt; pas de volgende ochtend zal het ineens moeiteloos gaan. M. en ik kijken tv. De gruwelijke burgeroorlog in Joegoslavië, de Messiah, en daarna wat de afstandsbediening in handen van een vijfjarige oplevert. Als altijd is ook de open haard een succes, vooral als hij er wat takjes in mag gooien. En verder uiteraard voorlezen, veel versjes voorlezen, tot hij tegen twaalf uur eindelijk moe is. En zijn tante ook.

Zaterdag

Nauwelijks gedacht aan Becht. Kleine M. is om 7 uur klaarwakker en gereed om in natte tuin "stokken' te zoeken voor de open haard. We ontbijten met thee en zijn geliefde crackertjes. Naar het dorp gelopen en diverse eierverf gekocht, stempelsetje en ingenieus apparaat om het ei klem te zetten en rond te draaien. Vervend brengen we de ochtend door, slechts onderbroken door de timmerman die hamer en schroevedraaier komt ophalen, achtergebleven na het inzetten van een nieuw slot vanwege gestolen tas (met sleutel erin en giropas).

Naar Purmerend voor boodschappen. 's Avonds wordt M. weer opgehaald; zijn ouders en grote broer R. (bijna 11) blijven eten. R.'s voetbalteam (DWS-c3) is kampioen geworden dit jaar!

Zondag, eerste paasdag

Slecht geslapen, grote hoofdpijn. Van eieren zoeken met de kinderen komt dus niets. Ook niet van het hoognodige jaarverslag van de bibliotheek. Geen zin in buiten, geen zin in binnen. Aanbellende Jehova-getuige met twee kindertjes verteld dat ik doopsgezind ben; niet waar, maar wel effectief. Voor het keukenraam bloeien kers en ribes maar dat zie ik pas als het hoofd wat beter is. Uit stapel boeken "The girl with a million' uit 1946 gepakt. Speelt tijdens oorlog in Londen en verhaalt van een vrolijke tante die haar geremde en door moeder geregeerde nichtje een miljoen nalaat op voorwaarde van drie champagnecocktails in een bar en een vakantie alleen. Ontmoet uiteraard bedenkelijke jongeman van goede familie, die tenslotte alleen zij nog van een zinloos leven kan redden. Voornamelijk aardig door milieutekening. Bewaren? Toch maar niet.

Maandag

Vandaag de hele dag heerlijk buiten geweest. Met J. gewandeld door het Baarnse Bos naar Kasteel Groeneveld, alwaar stijlkamers bekeken en de xylotheek door Lodewijk Napoleon geschonken aan Leidse Universiteit. De delen in deze bibliotheek van hout zien eruit als boeken, maar het zijn dozen gemaakt van hout en bast van de boom die in de doos gedocumenteerd wordt. Na twee eeuwen een treffend monument van hoe er toen wetenschap bedreven werd.

Ook is er een bijzondere tentoonstelling over de kunstenaarsgroep rond de Colsons, bewoners van het kasteel rond 1960: Karel Appel, Frits Müller en anderen. Colson heeft, blijkens aanwezige notariële acte, in 1946 ƒ 5000.- geleend aan echtpaar Van Breda om eigen uitgeverij te starten. Begin maart bezocht ik mevrouw Van Breda nog vanwege haar schenking aan de Bibliotheek VBBB van het financieel archief van deze kleine bijzondere uitgeverij (voornamelijk kinderboeken).

Op de terugweg, net als heen trouwens, voornamelijk gepraat over de negentiende eeuw. Al heb ik na vijftien jaar het tijdschrift De Negentiende Eeuw als redacteur verlaten, de jaren 1770-1870 behoren voor mij tot de interessantste in de Nederlandse geschiedenis. Buiten gegeten, zomaar onder de bomen: het kan niet op! Terwijl vanmorgen nog ijs op de auto! Later J. naar de trein gebracht en zelf per auto naar huis. De verwachte Paas-file stelt om zeven uur nog niets voor.

Het journaal van acht uur laat de wereldtentoonstelling in Sevilla zien. Dit soort tentoonstellingen, een typisch negentiende-eeuws fenomeen uit tijden dat er nog nauwelijks massacommunicatie was, lijkt me tamelijk overbodig. Zo rond 1830 werden in (toen nog) de Nederlanden regelmatig tentoonstellingen gehouden van produkten van nationale nijverheid. De Amsterdamse chroniqueur/uitgever Anton Cramer bericht over zijn bezoek aan de Brusselse uitstalling (juli 1830): hoe hij er dagenlang rondloopt en zich vergaapt aan boeken en schilderijen, een leeuw van vermicelli die in het naastliggend scheepsbeschuit lijkt te bijten, damescorsetten met buiken van zijden stoffen onder een stolp, poppen, paardetuigen, leren hoeden, bouillonkoekjes en flesjes met buskruit. Rest van de avond besteed aan dit dagboek en het jaarverslag van de Bibliotheek dat morgen af moet zijn.

Dinsdag

Vroeg op, naar het werk en om 9 uur is het jaarverslag af. Daarna uiteraard Boeken van Becht. In het bij de aangrenzende theologische bibliotheek geleende vitrinetje komen documenten over Pisuisse en Blokzijl, die rond 1905 als journalist/straatmuzikanten door Nederland trokken. Becht gaf hun in het toenmalige Handelsblad gepubliceerde stukjes in boekvorm uit, evenals de door Pisuisse geschreven liedjes, zoals de befaamde Fransche Gouvernante. In 1943, toen Blokzijl een beruchte nazi was, dwarsboomde Becht zijn poging tot heruitgave van dit succesvolle boekje - en Blokzijl liet het erbij!

Na een telefoontje van de lokale radio zijn JS en ik live in het lunchprogramma. 's Middags verloopt het werk soepel. JS en N. rangschikken het materiaal tegen de wanden en bevestigen het glas, ik doe de laatste vitrines. Anderen lijsten een prachtig prentenboek van een trein in en hangen het af van de zoldering. Morgen de laatste wandplaten en de laatste loodjes.

Woensdag

Het duurt altijd langer dan gedacht, maar uiteindelijk is de tentoonstelling toch klaar. Zelf vinden we het natuurlijk prachtig, een opinie die 's avonds gelukkig gedeeld wordt door de aanwezige "Vrienden van de UB' voor wie een voorbezichtiging is georganiseerd. JS houdt een uitstekend verhaal over de geschiedenis van 100 jaar Becht en visualiseert dat daarna door de dia's. Ondanks de zó gewekte hoge verwachtingen valt het geëxposeerde niet tegen. En in de NRC staat een goed stuk, dat de rijkdom van het Becht-archief benadrukt.

Donderdag 23 april

De Becht-happening. Vóór het officiële gedeelte kunnen genodigden de tentoonstelling bekijken en al om één uur is het zaaltje opgepropt met enthousiaste mensen. Het houten plaatje met het Becht-motto "Hebt In Werken Bevrediging', maar vooral de bronzen kop van André Becht (directeur 1922 - 1974), maken herinneringen los.

Om drie uur spreekt mevrouw Hens Gottmer, "directeur Uitgeverij J.H.Gottmer/H.J.W.Becht BV' in de volle aula van de Universiteit het welkomstwoord uit. Daarna filosoof professor Doorman, die de feestrede als een ingewikkeld bloemstuk opbouwt, inpakt en met een prachtige strik versiert: cultuur, uitgeven, lezen, ondergang, het boek, en (strik!): het zeer brede fonds van uitgeverij Becht geeft als geen ander een beeld van de Nederlandse cultuur van de afgelopen honderd jaar.

Nadat JS zijn jubileumboek heeft aangeboden aan de oude mevrouw Becht, draagt Hens Gottmer het Becht-archief over aan de voorzitter van de "Vereeniging'. Een emotioneel moment: ik weet dat ze de schatten zal missen. Met het prachtige Pisuisse-lied "Triomf van den arbeid', wordt afgesloten. Daarna nog veel gepraat en vrolijkheid. Het Werken is over, wij hebben de Bevrediging gevonden.