Kunstenaarsvilla Domburg wordt met sloop bedreigd

De gemeenteraad van het Zeeuwse Domburg beslist dinsdag over Villa Loverendale, begin deze eeuw verzamelpunt voor kunstenaars als Jan Toorop en Piet Mondriaan. Waarschijnlijk wordt het huis gesloopt om er luxeflats te kunnen bouwen.

Met het rooien van bomen rondom de Domburgse Villa Loverendale is alvast een begin gemaakt. De voorbijganger heeft daardoor goed zicht op het prettige, maar niet al te pretentieuze huis dat de kunstminnende ministersdochter Marie Tak van Poortvliet in 1908 naast het Badhotel liet bouwen. Vorige week is het Badhotel afgebrand en de kans is groot dat de gemeenteraad dinsdag instemt met sloop van de villa, de enige tastbare herinnering aan Domburgs hoogtijdagen als cultureel centrum.

Onder aanvoering van de Middelburgse kunsthistorica Jacqueline van Paaschen heeft een groep mensen van divers pluimage een tegenvoorstel gedaan. “Het idee van onze stichting is: maak van Villa Loverendale een museum met 's zomers wisselende exposities en een vaste collectie werken in bruikleen van Nederlandse kunstenaars die in Domburg hebben gewerkt. Het Zeeuwse Museum, de Kunsthandel 2000 en oud-werknemer Wim Passenier van het Badhotel hebben zich bereid verklaard werk van Jan Toorop in bruikleen af te staan.” Ook de Culturele Raad van Zeeland en het Cuypers Genootschap hebben zich achter het initiatief geschaard.

Enig zicht op financiering is er wel: “De Veenendaalse kunst- en antiekhandelaar J. Huibers wil er 's zomers veilingen houden en heeft het museum in oprichting één miljoen gulden toegezegd. Daarmee kunnen we de restauratie betalen, maar er is nòg een miljoen nodig om de projectontwikkelaar af te kopen.” Beheerszaken als bijvoorbeeld beveiliging van een dergelijk museum zijn van latere zorg.

Het beleidsplan van de Stichting Marie Tak van Poortvliet Museum Domburg i.o. begint met een citaat van Jan Toorop. “De moderne Eva's en Adam's verlangen ook op den badplaats moderne kunst te zien. Daarom hebben wij voor hen, voor de kunstenaars en voor de Domburgers (-) een mooi en goed kunstzaaltje vlak voor het Badpaviljoen geplaatst.” In een boekje in de Zeeuwse Slib-reeks met brieven van Domburgse kunstenaars, Francisca van Vlotens Heimwee houdt ons gevangen, is een vale foto te zien van dat paviljoen. Tussen het groepje mensen ervoor staan onder anderen Jan en Charley Toorop, Marie Tak van Poortvliet en haar vriendin Jacoba van Heemskerk, die haar atelier had achter Villa Loverendale.

Al vanaf eind vorige eeuw hadden kunstenaars Domburg bezocht, maar pas in 1907, 1908 ontstond wat nu wordt genoemd "de Domburgse groep'. In 1910 werd de Moderne Kunst Kring opgericht uit onvrede met de fauvistische voorkeur van rivaliserende kunstenaarsvereniging St Lucas: de MKK wilde de nieuwe Franse stroming, het kubisme, in Nederland introduceren. Tussen 1911 en 1920 (met uitzondering van 1918) werden gezamenlijke zomertentoonstellingen georganiseerd die in het hele land aandacht trokken. De eerste was direct een succes. Het tijdschrift "Onze Kunst' schreef: “Er is een geestelijke richting stroomend - Waarheen? - De toekomst houdt het nog verborgen! De schilderachtigheid van "t dorp inspireert; hier, in Domburg, is een innerlijk schoonheidszoeken gaande met aanknoping van buiten!”

In het middelpunt van de groep stonden twee vrouwen: de Domburgse schilderes Mies Elout-Drabbe, protégé van Toorop, en de Haagse verzamelaar en mecenas Marie Tak van Poortvliet. Die laatste bezat een van de slechtst drie verzamelingen eigentijdse kunst die toen in Nederland bestonden, met werk van onder anderen Marc, Kandinsky en Mondriaan; ze schreef er artikelen over (en een biografie van Jacoba van Heemskerk) en steunde vrienden en bekenden. Veel van de kunstwerken die hier zijn gemaakt, zoals Kerk te Domburg van Mondriaan (1910-11) zijn nu in het bezit van diverse musea. Jacoba van Heemskerk is op dit moment met een krachtig stuk grafiek in zwart-wit vertegenwoordigd op de tentoonstelling Entartete Kunst in Berlijn.

Rondom Villa Loverendale zijn al met rood-witte linten de omtrekken afgebakend van de vijf luxeflats die projectontwikkelaar Colthof hier wil bouwen onder de noemer Résidence Domburg (“excellent woonniveau in Zeelands meest chique badplaats”). Volgens de glossy folder die in een keet voor het Badhotel te verkrijgen is, vindt Colthof zelfs dat “Domburg verplichtingen heeft aan haar voorname, historische verleden”. Maar intussen staat de villa geruime tijd open, daarmee blootgesteld aan weer, wind en - erger nog - baldadige jeugd die er vuurtjes stookt en het interieur ook anderszins vernielt.

Colthof zou bereid zijn van één van de vijf woonblokken af te zien, mits de gemeente voldoende compensatie weet te bieden. De politieke wil daartoe lijkt echter niet zo groot. Desgevraagd begint burgemeester H.W. Hietkamp (CDA) over "de vormgeving qua ruimtelijke indeling' en "de architectonische ritmiek', maar tot slot belandt hij bij "de pecunia'.

Zou het een oplossing zijn om de andere vier blokken hoger te maken?

“Ik vrees dat er dan verzet komt van de buurtbewoners.”

Zijn de buurtbewoners het er dan mee eens, dat de villa als restant van Domburg als kunstenaarsdorp verdwijnt? “U moet twee dingen onderscheiden,” zegt hij. “Aan dit gebouw hangt natuurlijk de nostalgie naar het verleden. Maar de kunstwerken, en daarmee een slecht weer-accommodatie voor het toeristenseizoen, kunnen ook elders worden ondergebracht. En veel toplocaties om in ruil voor deze te bieden, heeft Domburg niet.”