Joegoslavisch leger vecht zijn laatste strijd; Opgeven Bosnië zou een ramp betekenen

SARAJEVO, 25 APRIL. Het Joegoslavische leger (JNA), dat de afgelopen dagen steeds nauwer betrokken is geraakt bij de oorlog in de republiek Bosnië-Herzegovina, is in veel opzichten bezig aan zijn laatste strijd om overleving. Na de terugtocht, vorig jaar, van het leger uit de voormalige Joegoslavische deelrepublieken Slovenië, Kroatië en Macedonië, kan alleen nog de verovering van een flink deel van Bosnië-Herzegovina door de Serviërs verhinderen dat het leger zijn activiteiten beperkt ziet het "Derde Joegoslavië', de statenbond van Servië en Montenegro.

Voor het JNA zou een dergelijke inkrimping een ramp zijn. Niet alleen zijn Servië en Montenegro de minst rijke republieken van het voormalig Joegoslavië en zijn ze nauwelijks in staat de omvangrijke organisatie van het leger op den duur te financieren, ook veel militaire infrastructuur bevindt zich in Bosnië-Herzegovina, zoals de deels ondergronds gebouwde luchtmachtbasis Bihac in het westen van de republiek. Volgens Westerse deskundigen was zestig procent van alle militaire industrie van het voormalige Joegoslavië gecontenteerd op het grondgebied van Bosnië-Herzegovina.

Niet voor niets meldde het JNA in een verontwaardigd communiqué, dat Kroatische eenheden in Travnik en Konjic fabrieken van respectievelijk munitie en mortieren en kanonnen hadden ingenomen. Ook in Sarajevo is de afgelopen dagen gevochten om een militaire fabriek, ditmaal van voertuigen.

“Het leger blijft nog vijf à zeven jaar in Bosnië-Herzegovina”, verklaarde generaal Zivota Panic, kort na het begin van de vijandelijkheden eerder deze maand. De regering van Bosnië-Herzegovina - de wettige wel te verstaan - heeft het leger een compromisvoorstel gedaan, wetend dat een overgrote meerderheid van de naar schatting 120.000 in de republiek gestationeerde militairen ook uit Bosnië-Herzegovina afkomstig is.

De regering van president Alija Izetbegovic heeft voorgesteld, dat in de moslim-, de Kroatische- en de Servische sector waarin het land verdeeld zou worden, het leger steeds een afzonderlijke status zou kunnen krijgen. In de Servische gedeelten lijkt dat geen problemen op te leveren, maar in de Kroatische sector, waar zich eenheden van Kroatische vrijwilligers hebben genesteld die vastbesloten lijken naar het model van Kroatië zelf het JNA te verdrijven, bepaald wel. Al sinds meer dan een week is het JNA in deze gebieden dan ook verwikkeld in zware strijd met Kroatische onderdelen, onder andere in de buurt van Mostar. Deze week heeft het Joegoslavische leger in Capljina een kazerne met 170 militairen ontruimd, die al enige weken door de Kroatische soldaten was omsingeld.

Binnen het kamp van de moslim-politici is de houding tegenover het leger een strijdpunt. President Alija Izetbegovic heeft lang willen vasthouden aan de gedachte, dat in de moslim-gebieden het JNA tot de erkenning van het oppergezag van de wettige regering gebracht zou kunnen worden, en de lokale eenheden dan konden worden omgevormd tot een soort Bosnische leger. Onder de officieren van Izetbegovic' eigen “territoriale verdediging”, de geïmproviseerde verdedigingsmacht van de wettige regering tegen de bewapende Serviërs is deze gedachte van meet af aan impopulair geweest. Deze officieren zijn zelf veelal overgelopen officieren uit het JNA.

Aanvankelijk leek Izetbegovic de medewerking te krijgen van generaal Milutin Kukanjac, de commandant van het “tweede militaire district” in Joegoslavië, dat Bosnië-Herzegovina omvat. De generaal hielp in maart mee om het begin van gewapende strijd tussen vertegenwoordigers van verschillende bevolkingsgroepen de kop in te drukken, onder andere door gemeenschappelijke patrouilles van leger en republikeinse politie in Sarajevo. De verzekeringen van Kukanjac, dat het leger boven de partijen stond, begonnen al heel wat vreemder te klinken, toen de Servische vrijwilligers Sarajevo bestookten met hun duidelijk door het JNA verstrekte mortieren en kanonnen. Gisteren liet het leger alle schijn varen en maakte bekend met tanks en artillerie een aantal moslim-dorpjes nabij Sarajevo te hebben bestookt.

Voor het moment echter beweegt het JNA zich nog vrij door de stad die het in de avonduren bestookt, zij het dat de militairen voor hun verplaatsing van het ene gebouw naar het andere alleen nog van pantserwagens met een dreigend en bemand machinegeweer bovenop gebruik maken. Gisteren klaagde het leger in een verontwaardigd communiqué, dat de telefoonlijnen van het militair hoofdkwartier bij het centrum onklaar waren gemaakt. Elders in de binnenstad maakt het JNA een begin met het ontruimen van zijn talrijke kazernes en andere objecten. Kennelijk gaat ook het leger ervan uit, dat de definitieve krachtmeting niet kan uitblijven.