Islam heeft bewezen zich te kunnen invoegen

De uitlatingen van VVD-fractieleider Bolkestein over de islam en de moslims in Nederland roepen twee soorten bezwaren bij mij op. Ten eerste generaliseert hij als hij stelt dat er een wezenlijk onderscheid bestaat tussen de islam en de Westerse cultuur. Daarbij trekt hij vooral het vermogen van de islam in twijfel om zich harmonieus te voegen naar humanisme en democratie. Ook zet hij de islam in negatieve zin af tegen het vermogen van het christendom in dit opzicht. Hij waagt zich daarbij op het terrein van de vergelijkende godsdienstgeschiedenis door als mogelijke oorzaak van het door hem gesignaleerde verschil het onderscheid in leeftijd van islam en christendom aan te wijzen.

Wat hij ziet als wezenlijke eigenschappen van de Westerse cultuur (secularisme, empirisme en dergelijke) zou echter ondenkbaar zijn geweest zonder het historische cultuurcontact tussen (Westers) christendom en islam, waarbij joodse geleerden dikwijls een brugfunctie vervulden. In de huidige tijd wordt een groot debat van historische betekenis gevoerd binnen de Arabische en islamitische wereld over de relatie tussen islam en moderne tijd, waarbij juist waarden als democratie en humanisme centraal staan. Ten slotte heeft de islam reeds historisch bewezen zich te kunnen voegen in geografisch en cultureel zeer sterk verschillende omstandigheden over de gehele wereld. Dit alles vindt Bolkestein voor zijn beoordeling van de islam blijkbaar niet relevant.

Ernstiger is dat de VVD-leider deze generalisaties inbrengt in een debat over moslims in Nederland. Zijn negatieve waardeoordelen over de islam krijgen hiermee directe politieke implicaties voor de islamitische minderheidsgroepen in ons land. Dit effect is des te sterker doordat de beschikbare kennis over de godsdienstige praktijk van de moslims in Nederland, hoewel grotendeels op kosten van de Nederlandse schatkist verzameld, in het geheel niet in de beschouwingen wordt betrokken. Men behoeft slechts enkele uren van studie te besteden aan de hier bedoelde, voor ieder bereikbare kennis, om te beseffen hoezeer Bolkesteins generalisaties spotten met ieder gevoel voor realiteit.

Uitspaken over de onverenigbaarheid van islam en Westerse cultuur behoren reeds jaren tot het vaste jargon van de Centrum Partij en de Centrum Democraten. Hetzelfde geldt voor tal van anonieme racistische pamfletten waarin expliciet tot gewelddadigheden tegen moslims wordt opgeroepen. De leider van een grote politieke partij hoort bij het doen van uitspraken rekening te houden met het klimaat waarin ze worden gedaan en met het effect dat ze zullen sorteren.

Bolkestein heeft niet gezegd dat de moslims alleen in Nederland mogen blijven als zij hun godsdienst afzweren. Maar hij had moeten voorzien dat zijn boodschap zo kan worden opgevat. Voor de betrokken islamitische groepen wordt het natuurlijk heel moeilijk, zo niet onmogelijk, een onderscheid te maken tussen een zogenaamd erudiete uiteenzetting over de onverenigbaarheid van islam (hun godsdienst) en Westerse cultuur (ook hùn cultuur!) enerzijds, en een betoog waarin zij botweg worden opgeroepen om hun godsdienst af te zweren. Dit is hetgeen ik naar voren wilde brengen in het op 17 april gepubliceerde interview met mij in deze krant. De aan mij toegeschreven uitspraak “Dat iemand als VVD-fractieleider Bolkestein ongehinderd kan zeggen: als ze (dat wil zeggen: de moslims, VK) hun godsdienst afschaffen mogen ze hier blijven, anders niet”, heb ik zo niet bedoeld. Overigens was de kop boven dit interview "Hoogleraar: veel obstakels bij integratie moslims' in zoverre onjuist dat ik geen hoogleraar ben, maar universitair hoofddocent.