Indonesië: stabiliteit vóór mensenrechten

BRUSSEL, 25 APRIL. De Indonesische overheid staat positief tegenover de ontwikkeling van een mensenrechtenbeleid in nauw overleg met de regio, maar stelt de sociale en politieke stabiliteit in het land nog steeds als hoogste prioriteit gevolgd door economische ontwikkeling en een betere verdeling van de welvaart.

Deze rangorde verwoordde de Indonesische ambassadeur bij de Europese Gemeenschap, Atmono Suryo, deze week in Brussel tijdens een hoorzitting van het Europese Parlement over de mensenrechtensituatie in Oost-Timor.

De directe aanleiding voor de hoorzitting van de Commissie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheid was het bloedbad dat op 12 november van het vorig jaar werd aangericht door het Indonesische leger op het kerkhof St. Cruz bij de Oosttimorese hoofdplaats Dili. Volgens officiële cijfers van Indonesische zijde verloren daarbij 50 mensen het leven. Het Oost-Timorese verzet ter plaatse, dat een eigen onderzoek bijna heeft afgerond, komt op bijna 200 dodelijke slachtoffers.

Terwijl de agenda van de hoorzitting al geruime tijd geleden was vastgesteld, gaf de Indonesische regering vorig week de wens te kennen ook gehoord te willen worden. Besloten werd voor de Indonesische delegatie 45 minuten in te ruimen, evenveel tijd als Portugal, dat officieel nog steeds de soevereiniteit over Oost-Timor zegt te hebben, even veel tijd kreeg.

Oost-Timor werd in 1975 door Indonesië bezet en kort daarna als 27ste provincie van het land ingelijfd. Portugal staat op het standpunt dat de bevolking van Oost-Timor zelf moet uitmaken wat zij wil. De regering in Lissabon wordt in haar standpunt gesteund door resoluties van de Verenigde Naties.

In de Indonesische delegatie in Brussel zaten ook twee Oost-Timorezen, F.X. Lopez de Cruz, lid van de Hoge Adviesraad van president Soeharto en een lid van het Indonesische parlement, C.D.R. Amaral. Volgens Amaral betrof de schietpartij op 12 november in Dili “een ongelukkig incident” dat was veroorzaakt door een klein groepje separatisten. Inmiddels zijn volgens hem verregaande maatregelen getroffen om nieuwe "incidenten' te voorkomen.

Dr. Santos, speciaal ambassadeur van Portugal voor Oost-Timorese zaken, wees de commissie op de consequenties voor Indonesië van de unanieme aanvaarding van een resolutie door de VN-commissie voor de Mensenrechtenm vorige maand in Genève. In de resolutie stemt Indonesië, dat lid is van de commissie, ondermeer in met een verder internationaal onderzoek naar de gebeurtenissen op 12 novemer in Dili. “In feite betekent dit een afwijzing van het eigen officiële onderzoeksrapport”, aldus Santos.