"Iedereen speelt spelletjes, maar Arie Selinger speelt ze het beste'; “Ik kon anderen meeslepen met mijn standpunten.”; Overal waar Grabert komt is hij een buitenbeentje

Op ROB GRABERT na is door de terugkeer van Blangé, Posthuma en Zoodsma bij de nationale volleybalploeg de voormalige “magnificent six” van Arie Selinger compleet. Grabert heeft er geen idee van waarom hij niet is uitgenodigd.

Hij heeft in Italië al weken niets meer van volleyballend Nederland gehoord. “Geen telefoontje, zero.” Ook niet van collega's Blangé, Posthuma en Zoodsma. De "Italianen' vormden nog niet zo lang geleden een hecht blok in de moeizame onderhandelingen met de bond over hun rentree bij Oranje. Het was Rob Grabert die steeds namens de vier de tekst voor de faxen opstelde. “Voor mij gold wel: met z'n vieren in het Nederlands team of anders niet. De anderen dachten er blijkbaar toch niet zo over. Zoiets moet uit het hart komen. Anders heeft het geen zin.”

Ronald Zoodsma was jarenlang zijn “maatje”. De Fries voegde zich als laatste bij Selingers nieuwe "gouden team'. “Ronald heeft meer dan één keer in het openbaar gezegd dat hij alleen maar zou terugkeren als ik ook zou worden gevraagd. Hij heeft me gebeld voordat hij met het team naar Japan ging. Hij zei me dat hij ervan overtuigd was dat ik nog wel zou worden geselecteerd. Daarom ging hij mee. Maar ik weet nu eerlijk gezegd niet goed wat ik met die uitleg aan moet.”

Echt druk maakt Grabert zich er ogenschijnlijk niet over. De rol van de NeVoBo en bondscoach Arie Selinger in de afgelopen maanden stemt hem veel kwader. Hij noemt hun houding laks. “Ik vind het onvoorstelbaar dat gezaghebbende personen die in het dagelijkse leven een zware baan hebben niet in staat zijn geweest de zaken met ons vier op een fatsoenlijke manier rond te krijgen. Het is een welles-nietes-spelletje geworden. We hadden voortdurend het gevoel dat we voor de gek werden gehouden.” Grabert spreekt van “een puinhoop, een soap-opera.” De volleyballer kon soms een lach niet onderdrukken, “maar het is natuurlijk erg, erg treurig”.

De 28-jarige Grabert, met zijn club Jockey Schio gepromoveerd naar de hoogste klasse in het sportgekke Italië, kan alleen maar gissen naar de reden van het niet-selecteren van zijn persoon. “Het kan niet om mijn spel gaan. Ik heb daar nog geen bal geslagen en ik heb vier jaar in de basis gestaan en meer dan tweehonderd interlands gespeeld.” Uiteraard wil hij de ware toedracht weten. “Ik ben van nature nieuwsgierig.” Grabert verwacht echter niet dat de hele waarheid ooit het daglicht zal zien. “En ik heb er niets aan als er één of ander willekeurig verhaal wordt opgehangen. Dat kan me niet bevredigen. Laten ze nou gewoon eens een keer eerlijk zijn. Dat zou ik erg op prijs stellen. Ook als ze mij iets vervelends hebben te vertellen.” Hij rekent trouwens niet alsnog op een uitnodiging voor Oranje: “De ploeg is al bijna weer een week terug uit Japan en als er iets in de lucht hangt had ik het ongetwijfeld gehoord. Ik steek in ieder geval zelf geen vinger meer uit.”

Arie Selinger en de bond hebben elkaar in de vreemde behandeling van Grabert tot nu toe steeds keurig de verantwoordelijkheid toegeschoven. Er is verstoppertje gespeeld. “Dat is logisch. “De betrokkenen in het nu gesloten compromis zullen elkaar niet afvallen. Ze kijken wel uit.” Wie heeft volgens Grabert zijn terugkeer tegengehouden? “Ik denk toch Arie, ja. Hij heeft het beste overzicht.”

Het contact tussen de Brabantse speler en de Amerikaanse coach is volgens Grabert in de vier jaar dat hij in het "volleybalinternaat' zat altijd “interessant” geweest. “Arie had respect voor mij, zeker weten. Ik was de meest kritische speler van de ploeg. Ik ben gewend te praten over dingen die me dwarszitten en mijn standpunt tot op het bot te verdedigen. Ik neem niets voor zoete koek aan. Communicatie is de basis van alles. Ik wilde bij het Nederlands team iets uitlokken, maar er werd in de groep nooit inhoudelijk op kritiek ingegaan. Ik voerde met Selinger ook discussies over zaken buiten het volleybal. Hij had bijvoorbeeld veel op met Amerika, maar ik stelde de Amerikaanse economie aan de kaak. Dat kon hij wel waarderen, geloof ik. Maar hij moest mij natuurlijk wel in het gareel houden. Hij beschouwde me als een hete aardappel. Ik was gevaarlijk met mijn standpunten, kon anderen meeslepen. Dan gebruikte Arie grof geweld tegen me. Ik ben zelfs twee keer uit het team gezet.” Mogelijk werd Grabert nu dus als zijnde "te lastig' uit de selectie geweerd. De speler: “Dat zou heel goed kunnen.”

Grabert protesteerde ook toen in 1989 de naar Japan vertrekkende Selinger door Harrie Brokking werd opgevolgd. Hij noemt dat achteraf “een gevaarlijke beslissing”. “Ik vond dat dat allemaal niet zo makkelijk kon. Alleen op grond van het feit dat Harrie de assistent van Arie was moest hij de nieuwe bondscoach worden.” Het gesputter van Grabert werd, zoals vaker, weggemoffeld en werd naar buiten gebracht dat alle selectie unaniem achter Brokkings benoeming stond. “Ik heb het gevoel dat er vaak spelletjes over onze ruggen zijn gespeeld. Iedereen speelt spelletjes, maar Arie speelt ze het beste. Hij verkoopt zich goed, heeft charisma. En zijn macht is ook de onmacht van anderen.

“Arie is op dit moment ook de enige juiste man om de nationale ploeg te leiden. Hij is misschien ongenuanceerd en gevaarlijk, maar hij is wel gedreven.”

Grabert constateert nu dat hij achteraf in bepaalde opzichten gelijk heeft gekregen met zijn kritiek. Brokking is gewogen en uiteindelijk te licht bevonden. “Maar dat heeft wel twee jaar geduurd.” Grabert zegt zich met name in het laatste jaar dat hij bij de nationale selectie zat vaak heel eenzaam te hebben gevoeld. “Zeker weten. Je kan in een drukke stad toch ook eenzaam zijn? Ik voelde een enorme kloof tussen mij en de andere spelers. Afgezien van het volleybal hadden we niets gemeenschappelijks.” Toch is er van grote ruzies en vijandelijkheden geen sprake geweest. “Maar er zat weinig diepgang in het onderlinge contact.”

Wel maakten spelers die op de bank zaten regelmatig opmerkingen over de houding van basiskracht Grabert. Hij zou veel te kritisch zijn en daarmee de teamsfeer ondermijnen. “Maar het ging ook om hele banale dingen. Dat ik op het vliegveld bijvoorbeeld te weinig de koffers droeg.” Grabert herinnert zich een trip naar China waar hij bondscoach Brokking voorstelde de onderlinge irritaties binnen de groep uit te spreken. “Dat gebeurde dus niet. Harrie koos voor een compromis. Hij liet iedereen z'n gang gaan. De ploeg was onder Harrie een losse boel. Hij voerde geen harde lijn en liet gewoon de spelers beslissen, de meerderheid.” Dus werd het een machtsstrijd.

Rob Grabert is tegenwoordig in Italië “een zeer gelukkig mens”. Hij voelt zich op de grens van de Venetiaanse Dolomieten en de Po-vlakte zo vrij als een vogel en trekt er in deze mooie lenteperiode hele dagen met de motor op uit. “Ik ben hier behoorlijk tot bloei gekomen”, stelt hij. “Ik ben altijd erg individueel ingesteld geweest. Ik heb nooit zo aan groepen gehangen, misschien raar voor een volleyballer.” Hij heeft altijd geweten dat hij nooit honderd procent tot een groep zou kunnen behoren. Overal waar Rob Grabert komt is hij op de één of andere manier een buitenbeentje. Hij heeft een Duitse vader en Nederlandse moeder, spreekt met een zachte g, studeerde lange tijd - scheikundige technologie - en is geïnteresseerd in politiek, cultuur en de natuur.

De vraag is gerechtvaardigd waarom zo'n type destijds dan toch het enge wereldje van de volleybalselectie in de Bankrashal binnenstapte. “Ik wilde op sportgebied mijn grenzen leren kennen.” Hij hield het uiteindelijk nog lang vol tussen de andersdenkenden, vier jaar. Medio 1990 was de scheiding echter onafwendbaar. Grabert vertrok samen met Peter Blangé naar Catania op het woelige Sicilië. Het werd vooral door “een gewetenloze voorzitter” een sportief gezien teleurstellend seizoen. Verder had hij het op het eiland best naar zijn zin. Bij het ambitieuze Schio gaat het nu ook op veld naar wens. Als kampioen van Serie A2 mocht het team aan de play-offs om de landstitel meedoen en versloeg toen zelfs de nummer zes van de hoogste klasse, Padova, een historisch gebeurtenis. Grabert beseft dat het Nederlands team de springplank naar zijn huidige, vrij riante situatie is geweest. “Ik heb een harde en goede leerschool gehad, zonder meer.”

Grabert vindt het terugblikkend nog steeds jammer dat er bij de volleybalploeg geen plaats was voor iemand die behoefte had aan enige persoonlijke vrijheid. “Ik wilde toch ook winnen, net zoals iedereen.” Hij maakt het bij zijn huidige club in Italië mee dat het wel degelijk anders kan. “Anastasi, een international bij ons, gaat soms volledig over de rooie, schopt gaten in het plafond en scheldt trainers en spelers verrot. Dat heb ik in Nederland een speler nog nooit zien doen. Het is misschien wel a-sociaal, maar iedereen kan het opbrengen die jongen zijn vrijheid te gunnen. Het gaat namelijk om het resultaat en Anastasi speelt goed.”

Ook door in Italië opgedane ervaringen heeft Grabert ingezien dat hij zelf ook fouten heeft gemaakt in zijn tijd bij Oranje en dat hij zich beter wat milder had kunnen opstellen. Hij realiseert zich dat hij sommige zaken gewoon had moeten accepteren. Dus wat als hij het nu allemaal over zou moeten doen? “Dan zou ik eerder uit de ploeg zijn gestapt. Of ik zou me in bepaalde situaties niet meer druk hebben gemaakt.” Met deze wetenschap had Grabert een rentree in Oranje ook voor mogelijk gehouden. “Als volwassen mensen hadden we tot een oplossing moeten kunnen komen.” Maar Grabert zit momenteel op duizend kilometer van de Bankrashal. Toch voelt hij zichzelf niet de schlemiel van de laatste volleybalklucht. Bij hem overheerst de opluchting over het feit dat hij niet negatief in het nieuws is geweest. Daar was hij wel bang voor. “Destijds bij mijn vertrek bij de nationale ploeg is er op de man gespeeld. Dat had iets vulgairs. Peter (Blangé, red) en ik werden toen afgeschilderd als een stelletje mooi-weervolleyballers.”

Grabert is toch nog niet helemaal los van de NeVoBo. Tegen hem en Peter Blangé loopt nog steeds een bodemprocedure die door volleybalbond bij het vertrek van de twee spelers in 1990 uit de nationale ploeg werd aangespannen. Blangé heeft bij zijn rentree in Oranje de verzekering gekregen dat hij er in ieder geval geen financiële schade van zal ondervinden. Grabert hoorde daarentegen nog niets uit Woerden. “Alleen omdat Peter bij het Nederlands team speelt en ik niet zouden we in deze zaak verschillend worden behandeld. Dat zou dus gewoon een vuil spelletje zijn. Een bewijs ook hoe kleinzielig mensen kunnen zijn. Het is trouwens discriminatie. Dat moeten ze me dus maar eens uitleggen. Desnoods roep ik Peter als getuige op.”