HUNKEREN NAAR HOUVAST

Renaissance van de esoterie. Een kritische oriëntatie door Jörg Wichmann 341 blz., Het Spectrum 1991, vert. Piet Hein Geurink (Die Renaissance der Esoterik, Kreuz Verlag 1990), f 44,90 ISBN 90 274 2851 4

Normen vervagen, de kerken lopen leeg. Maar op de voedingsbodem van dit zedelijk verval verdringen zich antroposofie, reïncarnatie, kabbalistiek, New Age, tarot, astrologie, spiritisme, I Ching en talloze andere manieren om de zinloosheid te bestrijden en in de diepten van het eigen zelf te turen.

Voor het ontstaan van deze spirituele vloedgolf zijn al heel wat verklaringen aangevoerd. De economische recessie van de jaren zeventig en het daardoor ”verharde, materialistische' klimaat dat tot een vergeestelijkte reactie noopte; het besef van een dreigende milieuramp op wereldschaal ten gevolge van techniek, vooruitgang en economische groei; ontkerkelijking en het verdwijnen van allerlei normen sinds de jaren zestig; een explosief groeiende fixatie op gezondheid waaraan ook onze omvangrijke gezondheidszorg nooit afdoende kan beantwoorden. Al deze factoren heten van invloed te zijn op de ongekende spirituele honger en de vele alternatieve praktijken van de laatste jaren.

Hoewel de esoterie-golf zich voornamelijk lijkt te manifesteren onder redelijk goed opgeleide veertigers kan misschien toch ook aan de oorzaken voor de bloei ervan de vergrijzing worden toegevoegd. Want bij de sterk toenemende groep ouderen in onze samenleving speelt de dubbele kern van de esoterische opleving, het verlangen naar gezondheid en een hang naar ”Gene Zijde', nog eens extra duidelijk. Langzamerhand ontstaat er een oudere generatie met minder traditionele ideeën maar met minstens evenveel fysiek ongemak als de vorige. Omdat de geneeskunde tegenover de kwalen van de ouderdom uiteindelijk altijd tekortschiet en omdat door het naderend eind de aloude vraag naar de zin van leven en dood in het bejaarde gemoed rondspookt, is esoterisch gedachtengoed voor een grote groep opportuun.

Voor dergelijke problemen heeft dit denken namelijk antwoorden klaarliggen in toegankelijke boekjes, tijdschriftrubrieken en televisieprogramma's. Zo is in de Verenigde Staten het zogeheten channeling populair. Tijdens optredens, die via radio en tv vaak door miljoenen worden bijgewoond, zoeken mediums contact met het hiernamaals, zodat raad verkregen kan worden en soms ook genezing, of minstens ”heelwording'. Ook in Europa krijgt channeling voet aan de grond. Op een congres over dit fenomeen in het Duitse Murnau schijnt een aantal deelnemers een piramide van ijzerdraad op het hoofd te hebben gedragen als antenne om berichten uit andere dimensies op te vangen.

ONVERSCHILLIGHEID

De interesse in gezondheid heeft iets vanzelfsprekends, maar de enorme aandacht voor ”Gene Zijde', die met een haast postmoderne onverschilligheid in brede kring wordt geaccepteerd, wekt verbazing. Het is verwonderlijk, hoe weinigen nog bereid zijn de ouderwetse vraag te herhalen, of er eigenlijk wel zoiets bestaat als Gene Zijde.

””Natuurlijk is er een Gene Zijde'', zegt Woody Allen. ””De vraag is alleen: is het niet te ver van de binnenstad en kun je er na sluitingstijd nog terecht?'' Dit relativerende motto zet Jörg Wichmann boven een hoofdstuk uit zijn Renaissance van de esoterie, een van de weinige wat meer afstandelijke boeken in een onafzienbare stroom van spirituele publikaties. Wichmann beschrijft de geschiedenis van de veelsoortige esoterische traditie, uiteenlopend van joodse mystiek en Gnosis tot Rozenkruizers, vrijmetselaars, satanisme en theosofie, en hij schetst een aantal opvattingen over zaken als karma, magie, geesten, aura's, de Levensboom en het Watermantijdperk. Ten slotte gaat hij in op esoterische praktijken die nog altijd of weer opnieuw in zwang zijn, waaronder astrologie en tarot, meditatie en geestbezwering, pendel en wichelroede, tovenarij en gebed.

Wichmann kiest voor een weinig pretentieuze, licht sceptische maar ook tolerante aanpak in een soms prettige encyclopedie-voor-jongeren-stijl (””pas met de Grieken bevrijdde Europa zich van het mythische denken''). Temidden van de enorme hoeveelheid esoterische pulp is het zijn verdienste, zo niet een huzarenstukje, om de lezer die niet naar ”heelwording' en ”persoonlijke verdieping' hunkert, te informeren zonder voortdurend irritatie op te wekken.

Wichmann is echter minder kritisch dan de ondertitel van zijn boek doet vermoeden. Weliswaar distantieert hij zich van gewinzucht en oplichterij, van de vermeende objectiviteit van allerhande gekkigheid die labiele geesten zich zoal in hun hoofd halen, van de haast gênante spiritistische praktijken waarin een dode opa nog zijn lievelingspijp zit te roken of van de sektarische starheid van veel antroposofen, maar hij mist misschien iets te veel de verwonderde blik van de echte buitenstaander.

Dat blijkt wanneer hij het terrein van de esoterie tussen dat van wetenschap en religie situeert. Wetenschap en esoterie sluiten elkaar uit, zo schrijft hij terecht, ze zijn onvergelijkbaar. De laatste werkt met symbolen en redeneert aan de hand van analogieën, waarmee gebeurtenissen zin en betekenis voor het leven krijgen. Daarom kan een fysicus wel de oorzakelijke relatie tussen een regendans en een regenbui ontkennen, maar niet het zinvolle verband van die twee voor de dansende indianen. Zo'n vaker gehoord pleidooi voor bescheidenheid van de verschillende domeinen lijkt sympathiek. Toch overtuigt het niet.

””Iemand die voor een kapotte wasmachine zit en bidt dat deze weer gaat draaien'', zegt Wichmann namelijk, ””doet even grotesk aan als iemand die de uitkomsten van een orakel statistisch probeert te evalueren.'' Ik ben echter tamelijk benieuwd naar de uitkomst van het laatste en in het geheel niet naar die van het eerste. Maar zolang je orakels opvat als niets meer dan persoonlijke aforismen, is de statistische waardering ervan natuurlijk niet interessant. De betekenis van een orakel gaat wel degelijk verder dan die van een meerduidige boodschap die richting aan het leven kan geven, zoals een roman dat kan doen. De auteur lijkt die beperkte zienswijze ten aanzien van astrologie en tarot aan te hangen en het is jammer dat hij dit standpunt niet expliciet en over de volle linie verdedigt, want dat zou zijn positie sterker gemaakt hebben.

”ERVARINGEN'

Zo'n terughoudende opstelling, waarin esoterische uitspraken niets tastbaars en toetsbaars over de wereld beweren, blijkt echter moeilijk te handhaven. Ook Wichmann kan de verleiding niet weerstaan en behandelt allerlei wonderlijke verschijnselen zonder omhaal als feitelijk gegeven. Zo gebruikt hij in de loop van het boek steeds meer het begrip ”ervaringen', die - zo meldt hij in een noot - ””boven de normale ervaring van de vijf zintuigen'' uitgaan. Dat is weliswaar ””een groot probleem'', maar de oplossing daarvan ””hoort niet thuis in een inleidend werk zoals dit''. Die kennen we!

Ook als hij het esoterisch denken van religie afgrenst, vergeet hij zijn net voorgenomen bescheidenheid wanneer hij beweert dat de esotericus ””ook kan weten in plaats van alleen maar te moeten geloven''. Dit is een voor dergelijk denken representatief misverstand. Want ””iets weten'' betekent drie dingen. Als iemand weet dat het Watermantijdperk ophanden is, moet (a) die uitspraak waar zijn, (b) hij of zij van die waarheid overtuigd zijn en (c) over argumenten beschikken om die waarheid aan te tonen. Die laatste voorwaarde is niet onbelangrijk. Ik kan op de fiets stappen en ervan overtuigd zijn dat ik een lekke band krijg. Als dit gebeurt, wist ik het dan van tevoren of niet? Dat hangt ervan af, of ik argumenten had om het aan te nemen. En aan argumenten schort het nu juist precies in de esoterie. Er is in dit opzicht dan ook geen enkel verschil met religie.

Dat Wichmann niet de onbevangen blik van een buitenstaander heeft, blijkt ook uit de geschiedenis die hij van het esoterische denken schetst. Hij kiest wel voor een afstandelijke beschrijving, maar omdat hij kennelijk bang is om de esoterische praktijk belachelijk te maken, blijft elke schilderachtigheid in zijn boek achterwege. Door aldus kool en geit te sparen, wordt het historisch overzicht van een zo bont spektakel als de esoterische traditie onnodig saai.

Want over processen tegen heksen en ketters is door het werk van een aantal historici inmiddels toch het nodige bekend. Of neem de fascinerende en zeer omstreden Britse satanist Alcister Crowley (1875-1947), die schandaal verwekte met seksuele magie en veelzijdig misbruik van zijn volgelingen, en die nog altijd invloed heeft op magische orden en satansculten. Of de klopgeestrage in Amerika, nadat zich in 1848 bij de familie Fox in Hydesville ”gecodeerde klopgeluiden' hadden voorgedaan. Wichmann behandelt zulke dingen in afgemeten bewoordingen, zonder enige opsmuk en met weglating van alle details.

KRISHNAMURTI

Zo horen we ook geen enkele bijzonderheid over de wonderlijke geschiedenis van Krishnamurti. Een leidsman van de Theosofische Vereniging, Charles Leadbeater, ”ontdekte' begin deze eeuw in een gewone Indiase jongen een nieuwe wereldleraar en de wedergekeerde Christus. Na een grondige inwijding werd deze Krishnamurti als leider van de Orde van de Ster in het Oosten wereldberoemd. Totdat hij er op zijn negenentwintigste plotseling genoeg van kreeg, de orde ophief en voor zichzelf begon.

Het is de vraag of je iemand het verwijt kan maken dat hij niet aan deze misschien wat goedkope hang naar sensatie toegeeft. Wel is het jammer als er zo weinig aandacht besteed wordt aan wat de esoterische traditie in ruimer cultuurhistorisch perspectief betekent. Het ontstaan van een kloof tussen alchemie, astrologie en humeurenleer en aan de andere kant moderne wetenschap is intrigerend, en ook essentieel voor begrip van het ondergrondse karakter van esoterische kennis.

Die kennis is ook relevant voor een aantal kunstwerken uit het verleden. Astrologie en obscure theorieën werpen een ander licht op bij voorbeeld Leonardo da Vinci en Dürer, op het werk van Shakespeare en op de Faust van Goethe. Juist dit soort dingen kunnen de belangstelling van de buitenstaander opwekken. Zo kan een toelichting op vrijmetselarij het soms wonderlijke libretto van Mozarts Zauberflöte verduidelijken. De opgegeven raadsels aan het einde van de opera zijn immers vrijmetselw

erk van het zuiverste water.

Verder is het een teken van te geringe distantie, dat Wichmann noch de vele anderen die over de geschiedenis van de esoterie publiceren, oog hebben voor de verstrekkende invloed die de romantiek de laatste tweehonderd jaar hierop heeft uitgeoefend. Want wie de rijk geschakeerde esoterische beweging onder één noemer probeert te brengen, zal ontdekken dat zich hier het bijna volledige filosofische programma van de romantiek openbaart.

Het holistisch adagium dat alles met alles samenhangt, de overgave aan een bezielde natuur, het voortdurend beroep op intuïtie, mystiek en het verzet tegen onze zo beperkt geachte verstandelijke vermogens, het denken in analogieën, de rol van symbolen, reserve jegens materialisme en ”de' techniek, bewondering voor volkswijsheid en voor geheime en raadselachtige zaken, belangstelling voor oosterse godsdiensten, het denken in polariteiten en het streven de eigen individualiteit te overstijgen door op te gaan in een ander of in een andere wereld - zie hier het romantisch gedachtengoed in een notedop. We treffen het aan bij de Engelse romantici en in de Duitse romantiek van de gebroeders Schlegel, van Novalis, Carus, Goethe en Hölderlin. Wie iets van de filosofische opvattingen van Coleridge of Wordsworth of van het (door Rudolf Steiner uitgegeven) werk van Goethe over Newtons kleurenleer leest, realiseert zich onvermijdelijk hoezeer de huidige esoterische belangstelling een romantische reprise is.

KITSCH

Voor een ongelovige is het dan ook niet zozeer de vooringenomenheid of de zweverigheid die specifiek verantwoordelijk is voor de beperkte waarde van het esoterisch denken, want die treffen we bij religieuze gezindten net zo goed aan. Het is bovenal de enorme kitsch van een bijna universeel plagiaat die de (althans intellectuele) interesse in dit denken snel doet doven. Waar de romantiek nog werkelijk nieuwe gebieden ontsloot en voor het eerst het innerlijk vergaand exploreerde, heeft de opleving van New Age, antroposofie en eigentijdse vormen van spiritisme iets kunstmatigs en gemakzuchtigs. Iets maniëristisch, dat al die diepzinnigheid zo oppervlakkig maakt.

Er zijn natuurlijk meer verschillen. Zo is er bij esoterici nauwelijks aandacht voor de esthetische dimensie die in de romantiek centraal stond. Waar kunst in een esoterische context opduikt, beperkt ze zich tot meditatieve New Age-muziek, waarin kabbelende beekjes, regen en dierengeluiden in een bos (de zogenaamde earth sounds) of muzikaal behang van synthesizers zijn te horen; of tot antroposofisch geschilder in fletse, symbolisch bedoelde kleuren.

De moderne esoterie verschilt echter het meest van de romantiek in haar ongebreidelde gezondheidsmanie en de onbeperkte behoefte aan therapieën die de ichbezogen levensangst moeten temperen, de behoefte aan ”heil' en ”heelwording' die ook Wichmann lijkt te delen, al laat hij de gezondheidscultus grotendeels voor wat die is. In elk geval is hij geen verkondiger van natuurgeneeswijzen en hij maakt zich tenminste niet schuldig aan die kruidenvrouwtjestoon van een Klazien uit Zalk, die beweert dat ze haar eigen geneesmidelen moet bereiden omdat er geen dokter is in ””het kleine dorp'' waar ze woont. (Per auto is men vanuit Zalk in tien minuten in Zwolle, per postkoets binnen een uur.) Integendeel, hij protesteert tegen de zo gangbare ”eigen schuld'-verklaring van veel alternatieve geneeskunde, die pijn en leed graag bagatelliseert ””als uiterlijke bijverschijnselen van de lessen die men in het leven nu eenmaal te leren heeft''.

Gezien de frustraties die bij velen leven over de beperkingen van wetenschap en geneeskunst en gezien de stuurloosheid die even zo velen in onze steeds complexere wereld ervaren, is er een goede kans dat de holistische en alternatieve denkwijzen van de esoterie nog wel enige tijd in de belangstelling blijven. Daar is ook niets tegen, als we afzien van uitwassen en het door sommigen gewenste beroep op algemene middelen, om bij voorbeeld homeopathie of andere alternatieve therapieën te financieren, waarvan op zijn zachtst gezegd het rendement niet vaststaat.

De een zoekt vertroosting bij een symfonie van Mahler, de ander bij extracten van herfstgentiaan en kersepruimbloesem volgens de Bach-bloesemtherapie. Zo heeft ieder zijn eigen recepten. Niet altijd als toegangskaartje voor Gene Zijde, maar wel na sluitingstijd verkrijgbaar.