Henk Krul, Industriebond FNV: In CAO's is te veel nadruk gelegd op stijging van lonen

AMSTERDAM, 25 APRIL. De Industriebond FNV heeft ruim honderd collectieve arbeidsovereenkomsten in de industrie afgesloten. Daaronder vallen de belangrijkste sectoren en bedrijven, zoals metaalnijverheid, Hoogovens, Philips en Avebe. Het CAO-seizoen zit er dus nagenoeg op. “We hebben gescoord met de lonen, maar te weinig bereikt op het gebied van korter werken en werkgelegenheid”, zegt H. Krul, CAO-coördinator van de Industriebond FNV.

De gemiddelde loonstijging komt in de afgesloten contracten ruim boven de vier procent uit. Een trend die zich volgend jaar bij stijgende inflatie in versterkte mate zal voortzetten. “Overheid en werkgevers spelen met vuur”, vindt Krul. “Mensen constateren dat werkgevers snel aan hun looneisen tegemoet komen. Maar alle andere voorstellen verdwijnen dan wel van tafel.”

Die nadruk op loonsverhogingen lijkt aantrekkelijk voor de werknemers. Maar, waarschuwt Krul, op de lange termijn “snijden de werknemers van nu zich daarmee in de vingers”. “Want vroeg of laat hebben zij ook baat bij de zogeheten goede doelen. Scholing, ATV, meer allochtonen en herintredende vrouwen aan het werk zijn belangrijke onderwerpen.”

Eenzijdige nadruk op het loon kan de werkgevers nog duur komen te staan. Want als inflatie en arbeidsproduktiviteit in 1993 oplopen - en die voorspellingen liggen er - kan het volgend jaar tot een ware loongolf komen, meent Krul. En in 1993 lopen de CAO's bij onder meer de metaalindustrie en Shell, Akzo en Unilever af.

De Industriebond FNV kan bogen op twee redelijk succesvol verlopen CAO-acties. De eerste bij het aardappelmeelconcern Avebe, waar de werknemers met succes een verhoging van de Vut-leeftijd tegenhielden. Ook de stakingen in de metaalnijverheid, die gisteren werden beëindigd, hadden enig resultaat. Hier is het inleveren van vrije tijd bij ziekte - een werkgeverseis - niet helemaal van de baan, maar maatregelen zijn in ieder geval uitgesteld.

“Wij zijn niet tegen negatieve prikkels”, zegt Krul. “Maar dan moeten ze wel aan het einde van het traject zitten als er geen andere mogelijkheden meer zijn om het ziekteverzuim naar beneden te krijgen. Negatieve prikkels moeten niet een doel op zich worden, zoals de werkgevers hebben geprobeerd.”

Er is veel energie verloren gegaan met het tegenhouden van allerlei voorstellen die de vakbonden nu juist nièt wilden. Daarnaast werden de looneisen vaak zonder veel kleerscheuren door de werkgevers overgenomen.

Om te voorkomen dat de werkgelegenheid in de CAO-besprekingen in 1993 weer een onderbelicht aspect blijft, stelde de Industriebond FNV onlangs een centrale aanbeveling voor, waarin de sociale partners afspraken moeten maken over de arbeidsparticipatie. Een merkwaardige manoeuvre voor een vakbond die zich als de kampioen van de decentralisatie van arbeidsvoorwaarden heeft geprofileerd.

De FNV houdt niettemin vast aan decentrale onderhandelingsvrijheid. “We willen niet een vierdaagse werkweek over het hele land uitroepen. Maar we willen afspraken maken over de werkgelegenheid, die werkgevers en vakbonden vervolgens gezamenlijk per bedrijf of branche invullen. Kijk, in de Rotterdamse chemiebedrijven willen we meer mensen in ploegen. Maar ergens anders kunnen we misschien wel naar verdere arbeidstijdverkorting toe.”

Centrale afspraken leverden in het recent verleden weinig resultaat op. Van de afspraak in de Stichting van de Arbeid om voor 1994 zo'n 60.000 allochtonen aan het werk te helpen, is weinig te merken. Hetzelfde geldt voor het invoeren van negatieve arbeidsprikkels voor de bestrijding van het ziekteverzuim. DeIndustriebond FNV blijft overigens van mening dat in de Stichting van de Arbeid alleen is afgesproken het ziekteverzuim te laten dalen.

Het volstrekte gebrek aan uniformiteit in de eisen van de FNV-bonden is dit jaar opvallend. Bij de NS liepen de vakbonden te hoop tegen flexibilisering van de arbeidstijd, in de suiker ging het om automatische prijscompensatie, in de zuivel was de Vut het grote conflictpunt en in de metaal ging de staking om het ziekteverzuim. Van een herkenbare FNV-lijn viel weinig te merken. De Voedingsbond FNV streed voor handhaving van de Vut-leeftijd in de zuivelindustrie, terwijl de Industriebond FNV bij Akzo akkoord ging met geleidelijke afschaffing van de Vut en een "flexibel ouderenbeleid'.

Krul: “In de komende jaren zullen de verschillen tussen de bonden verder toenemen. Iedereen heeft immers zijn eigen belangen. In Nederland moeten flexibele arbeidsorganisaties ontstaan.”