GAY TALESE; Een emigrantenzoon kijkt om in verwondering

Unto the Sons door Gay Talese 635 blz., Alfred A. Knopf 1992, f 62,50 ISBN 0 679 41034 1

Van het Vrijheidsbeeld ziet hij niets, zo mistig is het als Joseph Talese in de vroege ochtend van 23 december 1920 de haven van New York binnenvaart.

Op dat moment zitten er al vier miljoen Italianen in de Verenigde Staten. De meesten zijn afkomstig uit het zuiden en hebben een slechte reputatie. Volgens de kranten zijn het dieven, drinkers en moordenaars. Als de regering in 1921 de stroom immigranten uit Italië probeert in te dammen, is niemand daar rouwig om.

Maar door z'n familie in Philadelphia wordt Joseph Talese feestelijk onthaald. Er wordt Italiaans gesproken, Italiaans gegeten en het huis van samenkomst staat middenin de Italiaanse wijk. Je hebt hier mensen die de buurt nooit verlaten, of het moet zijn voor een bezoek aan een van de Little Italy's in een andere stad aan de Oostkust.

Talese trekt bij een oom in en hangt boven de voordeur een bordje waar "kleermaker' op staat. Veel klanten heeft hij niet. Het valt hem op dat de Italianen zich sjofel kleden. Na het werk sjokken fabrieksarbeiders naar huis zonder enige allure. En op zondagmorgen, als vrouwen naar de mis gaan, ziet hij nergens de ijdele, goedgeklede mannen die je op dat tijdstip op ieder dorpsplein in Italië aantreft. Het enige wat ze hem vragen is of hij hun kleren kan uitleggen. Teveel vlees, teveel eieren, boter in plaats van olijfolie; de Amerikaanse keuken heeft de meeste Italianen kilo's zwaarder gemaakt.

Later trekt Talese naar de kust, naar Ocean City in New Jersey. Hij vestigt zich ook hier als kleermaker en begint een stomerij. In de winderige badplaats is geen Italiaan te bekennen en nu ziet hij het Amerikaanse leven op ware grootte. De mensen leven hier vrijer dan hij ooit heeft meegemaakt. Zonder gêne maken echtparen ruzie bij hem in de zaak en buiten zie je vrouwen die auto's besturen en die nog roken ook.

Het is in in Brooklyn dat hij een Italiaanse vrouw vindt om mee te trouwen. Haar familie komt uit Maida, een stadje in Calabrië, waar ook Joseph vandaan komt. De zaken gaan goed; alleen al de stomerij levert hem 200 dollar per week op en in 1932 wordt zoon Gaetano geboren. Zestig jaar later heeft die als de befaamde journalist Gay Talese een boek geschreven over de lotgevallen van z'n vader.

PORTRETTEN

Gay Talese was tien jaar lang verslaggever bij de New York Times, maar zijn roem heeft hij te danken aan de portretten die hij in de jaren zestig voor Esquire schreef. Hij ging niet te werk als de meeste journalisten: iemand vragen stellen, de antwoorden noteren en thuis het stuk uitschrijven. Talese zoog zich helemaal vast aan de mensen waarover hij schreef. En dat waren niet de minsten: de legendarische honkballer Joe DiMaggio, de bokser Floyd Patterson, Playboy-baas Hugh Hefner zijn maar een paar voorbeelden.

Hij volgde ze in alle mogelijke situaties, sprak met ze, maar gaf vooral z'n ogen goed de kost. Hij bleef net zo lang in de buurt van z'n slachtoffer tot de façade wegviel en er iets heftigs plaatsvond. Drama, feest, ruzie of verdriet; alles wat bij iemands leven hoort maar waar zelden een journalist bij is, werd door Talese gezien en genoteerd. Een van z'n mooiste verhalen is "Frank Sinatra Has a Cold", waarvoor Talese de kwaadaardige entertainer zes weken lang schaduwde.

Talese bedient zich van technieken die normaal bij fictie horen: hij schrijft in scènes, dramatiseert, noteert details, geeft flarden dialoog weer en wisselt makkelijk van gezichtspunt, zodat de lezer door de ogen van de beschreven personages naar de wereld kijkt. Al die kunstgrepen zouden nergens toe leiden als Talese niet dat enorme schrijftalent had, dat vermogen om met woorden muziek te maken.

Zijn werkwijze heeft hij ook op grotere schaal toegepast. Talese schreef The Kingdom and the Power over de New York Times, Honor thy Father over twee generaties van een Amerikaanse mafiafamilie en Thy Neighbor's Wife. Dat laatste werk is een prachtige schets van het seksuele leven in de VS in de jaren zeventig. Jarenlang trok Talese langs peepshows, sauna's en communes, ondervroeg honderden mensen naar hun intimiteiten en schreef een boek over de nieuwe moraal die rampspoed over heel de natie heeft gebracht.

Thy Neighbor's Wife maakte Talese niet alleen schatrijk, het ruïneerde ook nagenoeg z'n carrière. Want waar moest het volgende boek over gaan? Hij was nu bekender dan bijna iedereen die hij zou kunnen interviewen. Aanvankelijk begon hij in 1980 aan een boek over Lee Iacocca. Maandenlang reisde hij mee in het kielzog van de autohandelaar, maar ten slotte strandde het project en vatte hij een ander plan op: de kroniek schrijven van z'n eigen familie.

MONDAINE ALLURE

De reis over de oceaan van Joseph Talese stond niet op zich. Sinds de Italiaanse eenwording van 1861 raakte de oversteek naar Amerika steeds meer in zwang. Het voormalige Rijk van Napels had z'n betekenis verloren en jonge mannen trokken massaal uit het zuiden weg. De haven van Napels dankte een groot deel van haar bedrijvigheid aan het transport van emigranten.

Wie uit de VS voor een kort verlof naar Zuid-Italië terugkeerde, was een man met aanzien. Allereerst beschikte hij over geld, wat van de meeste achterblijvers niet gezegd kon worden. Maar er was meer. Het verblijf in een ver land en het heen en weer gereis tussen Europa en Amerika verschafte hem een mondaine allure.

Natuurlijk waren er ook minpunten. Vaak leek het of de verlofganger z'n respect was kwijtgeraakt voor de gebruiken die eeuwenlang hadden gegolden. Het gezag van de oudere generaties werd niet langer aanvaard en steeds vaker kwam hij in opstand tegen de keuze van de vrouw die door familie was uitverkoren voor het huwelijk. Ook het geloof maakte hem minder angstig dan voorheen; passeerde de emigrant een pastoor, dan tikte hij niet meer vanzelf aan de hoed. Alles bij elkaar had de massale trek naar de nieuwe wereld voor veel onrust gezorgd in de Zuiditaliaanse gemeenschappen.

Gaetano Talese, de vader van Joseph, was in 1888 uit Maida naar Amerika vertrokken en keerde met regelmaat terug naar Calabrië. Bij thuiskomst bewonderde hij z'n pasgeboren kind, maakte z'n vrouw zwanger en vertrok weer naar Philadelphia waar hij in de bouw werkte. Joseph was nog geen tien jaar oud, toen hij van z'n vader een dollar kreeg. Hij hield het groene biljet tussen duim en wijsvinger, knisperde ermee en borg het weg. Deze dollar was voor hem het bewijs dat hij met z'n vader mee zou gaan als hij eenmaal volwassen was.

Iedere ochtend bad hij voor de Heilige Franciscus van Paola, ging bij de nonnen naar school en werkte 's middags bij de kleermaker van Maida waar hij knoopsgaten op colberts naaide.

Na de Eerste Wereldoorlog was het zuiden van Italië nog dieper weggezakt. Bij tienduizenden waren infanteristen uit Calabrië aan het Oostenrijkse front gesneuveld en de streek had niemand nog iets te bieden. De meeste winkels in Maida waren voorgoed gesloten. Meer dan ooit was het voor Joseph tijd om te vertrekken.

HEIMWEE

Eenmaal in Amerika, is Joseph Talese niet meer teruggekeerd naar Italië. Ook toen het hem voor de wind ging in Ocean City, weerstond hij de verleiding om in Maida te laten zien hoe goed hij zich had weten te redden.

Maar de heimwee is er niet minder om. Want in Italië mogen de oude gebruiken wegslijten door toedoen van verlofgangers uit Amerika, in Ocean City koestert Joseph Talese z'n land van herkomst als een heilige schat. Hij luistert de hele dag naar Italiaanse muziek, gaat stijlvol gekleed in het stadje vol morsige Ierse immigranten en rijdt op zondag met z'n gezin naar een Napolitaans restaurant in Atlantic City. Daar plaatst hij de bestelling in z'n eigen taal en eet spaghetti met een vork.

De echte beproeving komt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als een voorbeeldig patriot loopt Joseph Talese in de winter van 1944 patrouille langs de Altantische kust, op zoek naar vijandige duikboten. Maar op hetzelfde moment toont het bioscoopjournaal hoe bergdorpen in Calabrië worden gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen. Maida is veel te klein om genoemd te worden in het frontnieuws en Joseph raakt overspannen van het idee, dat z'n geboortegrond door Amerikanen aan stukken wordt geschoten.

Het zijn de mooiste passages in dit boek. Gay Talese kan hier putten uit zijn eigen ervaringen tijdens de oorlogsjaren. Tien jaar lang heeft hij aan Unto the Sons gewerkt. Hij bezocht lokaties, sprak ooggetuigen, verdiepte zich grondig in de geschiedenis van z'n voorouders, gebruikte brieven en dagboeken, en weet alles van Amerika en Italië rond de eeuwwisseling. En toch is dit niet zijn beste werk geworden.

Dat heeft veel te maken met de gekozen vorm. Talese schrijft ook hier in scènes, gebruikt dialoog, dramatiseert en komt met een overdaad aan details. Vroeger, bij het portretteren van Sinatra, DiMaggio, Patterson, Hefner of de mafiaboss Bill Bonanno bleken dat prachtige hulpmiddelen te zijn. Eenmaal doorgedrongen tot hun levens maakte Talese van alles mee. Er werd geschoten, gevochten en op z'n minst iemand bedreigd. Wat hij aantrof was "bigger than life' en de zwaar aangezette vorm paste daar mooi bij.

Het leven van z'n vader heeft wat dit aangaat weinig te bieden. Joseph Talese is een onkreukbare kleermaker die z'n uiterste best doet om zonder aanstoot door het leven te gaan en hier doet de stijl en opzet gekunsteld aan.

Meermalen creëert Talese spanning terwijl er niets spannends gebeurt, alsof hij is vergeten dat een middenstander en niet een gangster de hoofdpersoon van zijn relaas is. Elders komt hij met allerlei details, terwijl je zou willen dat de handeling zich verder ontwikkelt. Hele bladzijden zijn gevuld met de beschrijving van personen, kleding en interieurs. Er hoeft maar iemand in Maida over straat te gaan en Talese vertelt uitputtend met wie we hier van doen hebben. Het is te overdadig; met gemak had een kwart van de tekst uit het boek kunnen blijven.

Unto the Sons is pas de eerste aflevering van een driedelige familiesaga. Gay Talese is nog lang niet uitgeschreven, maar hij kan er zeker van zijn dat de lezers het zullen waarderen als hij in de komende delen niet alles vertelt wat hij van z'n familie weet. En evenmin zou het een ramp zijn als hij de verdere gebeurtenissen op een eenvoudige manier opschrijft.