Een dijk van een zaal

Dinsdag is het feest in Den Haag. Nederland wenst zichzelf geluk met zijn parlementaire democratie. Met de opening van haar nieuwe zaal kan de Tweede Kamer na 177 jaar behelpen eindelijk vergaderen in de gastvrije en doelmatige behuizing die haar belangrijke taak vraagt.

Het is een dijk van een zaal: van het Spui gezien een beetje log en stenig neergezet in het tussen vaderlandse geschiedenis, projectontwikkeling en verval balancerende stadslandschap van de residentie. Binnen is het nieuwe complex een triomf voor de geduldige architect Pi de Bruijn, die de bestaande gebouwen aaneen wist te smeden tot meer dan de som der samenstellende delen. Een paleis vol beloften.

Als de hoempa is ingepakt en het parlementaire werk weer begint, moet natuurlijk blijken of de lang gekoesterde wens van de Kamer om bouwkundige maatkleding te mogen kopen, gerechtvaardigd was. Een elegant en hier en daar zelfs stijlvol gebouw kan noden tot tevredenheid met omgangsvormen en entourage. Een paleis voor verbale volksvlijt ligt op de loer.

De Kamer heeft zich terecht zichtbaarder in stad en land geplaatst als zij er in slaagt rustig maar doelbewust een weg te vinden uit de huidige sfeer van cynisme die de vertegenwoordigende democratie bedreigt. Het kabinet verzuipt in zijn eigen koopkrachtplaatjes, maar het wantrouwen tegen bestuur en politiek bij veel Nederlanders zit dieper en breder. De malaise is terug te voeren op meer dan de voorjaarsmoeheid die iedere coalitie kan treffen.

Veel leden van de Tweede Kamer vinden dat zij te veel op ambtenaren zijn gaan lijken. De kwaal is bekend: wie "relevant' mee wil praten met de horde deskundige ambtenaren achter de minister, moet taal en probleemstelling van die wereld overnemen. Zelfs parlementariërs zonder regeringsmedeplichtigheid komen voortdurend in die groef terecht. Niemand wordt graag genegeerd.

Alle commissies van en voor Deetman kunnen leden van de Kamers der Staten Generaal niet verlossen van het oer-dilemma van de volksvertegenwoordiger: hoe te blijven luisteren naar de stem van het volk zonder met alle winden mee te waaien? De Haagse wethouder Noordanus heeft het deze week op de Opiniepagina treffend beschreven: de inspraakgolf van de jaren '70 en '80 is vastgelopen in wederzijdse routine. Laten we maar eerlijk zeggen waar wel en niet over mag worden meegepraat, zei hij, bij de verkiezingen kunt u afrekenen.

Zo is de stand. Bij kernenergie durft men niet, bij de Betuwe-lijn wel. Bestuurders verzinnen listen om zo min mogelijk last te hebben van de kakofonie van meningen. Burgers werden jaren uitgenodigd zich met hulp van de buurtwerker te komen uiten; nu het niet meer hoeft, voelen zij zich dubbel in de steek gelaten.

De enige oplossing is dat volksvertegenwoordigers zich bevrijden uit de zelfgesmede ketenen van de over-specialisering. Beperking van verantwoordelijkheid leidt tot beperkte verantwoording. En dan klagen dat je je zo ambtenaar voelt.

Het is even voorspelbaar als bizar dat Kamerleden die in "milieu' zijn gespecialiseerd de regering eraan moeten herinneren dat zij een Europese richtlijn ontduikt door geen milieu-effectrapportage (MER) bij de ruim zeshonderd kilometer dijkverzwaring in het rivierengebied toe te passen, terwijl de Kamerleden die "natte waterstaat' in hun portefeuille hebben, hameren op zo snel mogelijke voltooiing van de zeedijken die half Nederland op Delta-hoogte doorsnijden.

Daar is de Kamer niet voor. Ferme uitspraken doen zonder zulke tegenstrijdige overwegingen met elkaar in verband te brengen is gevaarlijker dan geen uitspraken. En dit is maar een voorbeeld. Zoals het hele monster-project van de dijkverzwaring een voorbeeld is van democratie als versteende vorm. Met gewetenloze gevolgen.

De Raad van State zal binnen afzienbare tijd adviseren over de herziening van de MER-wet. Het zou verbazen wanneer de Raad de regering niet zou herinneren aan haar Europese verplichtingen en aan de strekking van de Nederlandse wet. De regering is al door Brussel herinnerd aan de Europese richtlijn.

Bij de dijkverzwaringen zijn een paar dingen mis, die symptomatisch zijn voor een Tweede Kamer die op zoek is naar zich zelf. Naast overspecialisatie lijdt de besluitvorming aan een voorkeur voor stoere gebaren boven ingewikkelde feiten. In dit geval is het makkelijker onvoorwaardelijk te voldoen aan de Roep om Veiligheid dan te zoeken naar evenwicht tussen alle aspecten van het menselijk leven die hier in het geding zijn.

De systematisering van het rivierenlandschap heeft tot nu toe aanhoudende parlementaire goedkeuring genoten dank zij de technofobie van de Kamer. Nog steeds heerst in de Kamer als geheel een overdreven respect voor deskundigen in het algemeen en deskundigen die kunnen rekenen in het bijzonder. Daarom worden absurde verschillen in risico-bestrijding geaccepteerd. Met desastreuze consequenties voor honderden hectaren cultuurlandschap èn de democratie ter plekke. Het verkeer is oneindig veel gevaarlijker dan de Rijn, maar ze doen alsof het water een soort aids is die bij Lobith ons land binnenstroomt.

Waar verwarring heerst, kan een parlementaire meerderheid zich demagogisch van één argument meester maken. Daar is een oud, met traditie gevuld zaaltje heel geschikt voor. Wie goed geoutilleerd en overzichtelijk wil besluiten, is in de eerste plaats gehouden te zorgen voor een deugdelijke analyse van de problemen. In het geval van de rivieren ontbreekt die. Alle vragen die niet in het beeld van Rijkswaterstaat passen, worden door de minister gedwee van de vergadertafel geveegd.

Over hoog water, het klimaat, ijsvorming en de kans op dijkdoorbraken zijn zo veel tegenstrijdige wijsheden, dat zij geen basis meer vormen voor ingrijpende werken. Een wakkere Kamer neemt geen genoegen meer met oude zekerheden en halve redeneringen. Zij is zelf verantwoordelijk voor de afweging, maar het is geen schande advies van onafhankelijke buitenstaanders te vragen. Als één meter van de huidige dijkverzwaring in het Centrum van Amsterdam plaatshad was allang een parlementaire enquête-commissie ingesteld.