De geplande terugkeer van de otter

De otter mag uit het Nederlandse landschap verdwenen zijn, onder de mensen leeft hij meer dan ooit.

De huidige populariteit van de grote afwezige in het Nederlandse zoetwatermilieu begon met de oprichting van de Stichting Otterstation Nederland in 1985. In een woud van ottervriendelijke mijlpalen wordt verder de aandacht getrokken door het Herstelplan Leefgebieden Otter (1989) van het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij, een analyse van ottervijandige knelpunten op de "natte as Friesland-Deltagebied' als bijlage bij de Derde Nota Waterhuishouding van Rijkswaterstaat in 1990, een Project Otterwegennet Oost-Groningen in datzelfde jaar, dit jaar gevolgd door een Project Otterwegennet Midden-Friesland waarvan alleen al het deelrapport over de “ontwikkeling van ecologische verbindingszones tussen de Terkaplesterpoelen en de Oude Venen” 42 dwarsprofielen en situatieschetsen toont van lokaties die na de voorgestelde landschappelijke ingrepen niet langer een obstakel zullen zijn voor passerende otters.

Provinciale otterwerkgroepen bestrijken nu meer dan de helft van Nederland, onder verkeerswegen liggen ottertunnels terwijl otterkerende rasters in de berm ervoor moeten zorgen dat de dieren daar ook gebruik van maken. In rietvelden zijn otterterpen opgeworpen, vervuild boezemwater-kerende leemkaden zijn gelegd rond otter-habitats - en dat is allemaal nog maar een greep uit wat er gaande is ter verwelkoming van de palingminnende marterachtige waarvan de laatste in ons land vier jaar geleden onder een auto kwam, en die opnieuw zal worden uitgezet. Van alle immigranten in Nederland worden de otters verreweg het best opgevangen.

Er zijn er al twee, Lisa en Adam uit Duitsland, die nu in Haren bivakkeren op een terreintje met een paar vijvers bij het Biologisch Instituut van de Rijks Universiteit van Groningen. Als de huidige ontwikkelingen zich doorzetten, zal over een jaar of tien in Friesland en de kop van Overijssel een otterleefgebied gereed zijn met zo weinig PCB's in het water (en dus in de vissen) en zoveel ottercorridors tussen de reeds bestaande natte natuurterreinen, dat de eerste otters los kunnen. Aan Adam en Lisa de taak om ervoor te zorgen dat er dan genoeg beschikbaar zijn. Op dit punt stagneert de zaak enigszins: er wordt aan gewerkt, maar nog niet met het gewenste resultaat.

Hun bivak staat onder beheer van de Stichting Otterstation. Terwijl we ons rond voedertijd achter de omheinende schutting opstellen, verduidelijkt directeur Drs. Ing. Addy de Jongh dat de herintroductie van de otter vooral moet worden gezien als kroon op een werk dat veel verder reikt. “Bijna alle maatregelen die nu getroffen worden, komen ook andere soorten ten goede. Wij vinden dat heel belangrijk: niet scoren per soort, maar voor de hele natuur. We denken er ook aan om de bever in Friesland uit te zetten, en dat zou al over een paar jaar kunnen, vooropgesteld dat er een breed maatschappelijk draagvlak is. Bevers zijn wat minder gevoelig voor milieuvervuiling en zijn heel geschikt om goede biotopen voor otters te maken. De otter is een signaalsoort: als die zich kan handhaven, gaat het goed met het hele zoetwatermilieu.” Vanuit een strikt biologisch standpunt zijn er wel betere signaalsoorten, zoals de parelmossel die nog veel gevoeliger is voor watervervuiling, maar die als mascotte en sponsorwerver door de otter verpletterend wordt verslagen.

In die hoedanigheden is de otter nu al actief - en succesrijk. Nog afgezien van alle overheidsgelden die aan landschapsinrichting en milieuverbetering werden uitgegeven, wist hij in de laatste paar maanden drie ton te werven voor een nieuwe otterstation bij Leeuwarden dat exclusief BTW 5,4 miljoen gaat kosten. Met potentiële nieuwe sponsors wordt dezer dagen druk onderhandeld terwijl de financiering dankzij bankgaranties en toegezegde subsidies in feite al rond is: over een paar weken wordt de eerste paal geslagen en volgend voorjaar kunnen de poorten open voor de verwachte veertig à honderdduizend bezoekers per jaar. De Stichting Otterstation zal tegen die tijd negen vaste personeelsleden en elf otters tellen. Vijf dieren komen in een publieksvrij fokcentrum, de andere zijn voortdurend te bezichtigen: niet alleen als ze door hun ren rennen, maar vanachter dik dubbel glas als ze slapen en vanuit een onderwatertunnel ook als ze achter hun voer aanzitten.

Voor otters alleen kan je ook naar Blijdorp, maar op de tien hectare bij Leeuwarden komt veel meer. “Een bezoeker zal zeker een halve dag kwijt zijn om alles te kunnen zien”, garandeert De Jongh. “Er komen ook bunzings, ooievaars, kikkers, salamanders, vissen en wat verder in een gezond zoetwatermilieu thuishoort.” De sponsorwervingsmap rept van “een natuur- en milieu-educatief bezoekerscentrum van nationale allure”, waarin, benadrukt De Jongh, geen plaats zal zijn voor bestraffend opgeheven vingertjes. Wel komen er "doe-opdrachten'. Leeuwarden is voor de gemiddelde Nederlander ver weg, vandaar dat de directeur van de Stichting Otterstation goede mogelijkheden ziet voor geïntegreerde milieu-totaal-busreizen waarbij randstedelingen bij voorbeeld ook naar de Zeehondencrèche in Pieterburen en een potentieel otterleefgebied gevoerd zullen worden.

Tien minuten voordat een dame met een emmer vis hun terrein zal betreden, verlaten Lisa en Adam hun hol onder het kantoor van de stichting om te laten zien wat we missen zolang de otter in onze sloten en meren ontbreekt. Daarbij zij aangetekend dat de waarneming van otters in het wild veel geluk vereist, terwijl het bij Leeuwarden maar negen gulden gaat kosten. Alsof de scheiding tussen lucht en water geen enkele betekenis voor ze heeft, glijden de twee dieren een vijver in en uit, en als snelle grote rupsen met platte kattekopen rennen ze iets minder elegant over land, soms piepend als een oude staldeur. Als het voer arriveert, happen ze elk vlug een stuk hart uit de emmer, en zwemmen ermee weg om het op een iets rustiger plek te verslinden.

Hoe tam otters kunnen worden mocht De Jongh ervaren toen hij als biologiestudent veldwerk deed in Schotland. “Omdat ik hun onder-watergedrag wilde bestuderen, moest ik er een hebben die geen enkele angst voor me had. Er was een hok voor hem, maar een tijd woonde hij bij mij in een caravan. Als ik een dag weg was geweest had hij het slot van de ijskast opengemaakt, eieren en bacon opgegeten, melk omvergegooid, en lag dan op mijn vuile was te slapen als ik terugkwam.”

De otters die in Nederland zullen worden uitgezet, zullen dergelijke kansen niet krijgen. De kunst is juist om ze zo wild mogelijk te houden. De Jongh: “In Tsjechoslowakije is een populatie-overschot in een gebied dat grote overeenkomsten heeft met Friesland. Het best is het om ze daar te vangen en ze dan zo snel mogelijk weer los te laten. De otters die we zelf gefokt hebben zullen voor hun loslating eerst moeten uitwennen in een omheind deel van een natuurgebied. Zolang ze in het fokcentrum zitten, zullen ze regelmatig levende prooi krijgen, net als Lisa en Adam. Jonge otters hebben een blauwdruk voor hun gedrag in de natuur, maar ze leren veel van hun moeder, die ze ook letterlijk het water in moet slepen.”

Als alles volgens plan verloopt zullen in eerste instantie drie of vier otters worden losgelaten. Ze krijgen geïmplanteerde of opgebonden radiozendertjes mee, en dan moet blijken of ze inderdaad gebruik maken van de tracés die dan voor ze in gereedheid moeten zijn. Otters hebben elk omstreeks vijftien vierkante kilometer leefgebied nodig, en verplaatsen zich zo nodig over grote afstanden. “In heel Friesland en Noordwest-Overijssel moet daarom een netwerk van geschikte terreinen voor ze beschikbaar zijn”, zegt De Jongh optimistisch. Een areaal met zo'n omvang heeft weer tot gevolg dat de otters makkelijk het onderling contact kwijtraken, en dus moeten er na inleidende experimenten snel en veel nieuwe otters bij - “in totaal een stuk of zestig”, vermoedt De Jong.

En dan heeft hij het dus alleen over Friesland en Overijssel. Maar ook in Groningen, Limburg, Noord- en Zuid Holland, Utrecht en Zeeland zijn otterwerkgroepen actief. Het project is pas klaar als een otter ongehinderd van Delfzijl via Vaals naar Terneuzen kan - en als hij daar niet de minste aandrag toe voelt, omdat hij het in heel nat Nederland wel naar zijn zin heeft.

Foto Sake Elzinga: Adam (links) en Lisa, de otters in het otterstation Haren.