De breuk tussen twee provinciaalse landen; Professor Ong Hok Ham over de verstoorde relatie tussen Nederland en Indonesië

De opwinding in Indonesië over het opschorten van de ontwikkelingshulp is groot. Vooral onder ouderen. Zo groot dat de jongeren zich erover verbazen. "Wat is er tussen Indonesië en Nederland in hemelsnaam voorgevallen, dat de oudere generatie nu zo opgewonden is?', vragen studenten aan professor Ong Hok Ham, docent eigentijdse geschiedenis aan de Universitas Indonesia. En: hoe moet het worden geïnterpreteerd dat de hulprelatie werd verbroken precies op de dag dat decennia eerder het verdrag van Linggarjati werd gesloten?

Een jonge journaliste uit Jakarta - ik ken haar nog van de laatste keer dat Jan Pronk als IGGI-voorzitter naar Indonesië kwam en zij niet van diens zijde week: ""Het waren rare weken. Plotseling wemelden onze verhalen van voor mij onuitspreekbare namen als "Tweede Kamer der Staten-Generaal', "Partij van de Arbeid' en "Christen-Democratisch Appel'. Maar het allervreemdst was de reactie van mijn vader. Hij is in de zeventig; tot nu toe stond hij onverschillig, zelfs kritisch tegenover de huidige regering, maar na de beslissing van Soeharto om Nederlandse hulp te weigeren was hij een en al geestdrift. Zo kende ik hem niet.''

In de Indonesische pers en in het parlement overheersten de instemmende geluiden: parlementariërs en schrijvers van hoofdartikelen - merendeels opgegroeid na de soevereiniteitsoverdracht - spraken van ""onverdraaglijke Nederlandse bemoeienis'' en noemden de beëindiging van de hulp "gezond'. Ook jonge volwassenen gaven blijk van instemming. Indonesische rechtenstudenten in Nederland lieten desgevraagd weten dat het tijd was om de Hollandse "kaaskoppen' eens op hun ziel te geven. Bij alle generaties valt iets van nationale fierheid te bespeuren na deze oorvijg aan Nederland.

Toen Australische demonstranten na het bloedbad in Oost-Timor in het openbaar Indonesische vlaggen verbrandden en vakbondsactivisten een blokkade legden voor de Indonesische ambassade in Canberra, gaven parlementariërs en commentatoren in Jakarta een vergelijkbare demonstratie van patriottische boosheid. Toch ontaardden de spanningen tussen Australië en Indonesië niet in verbreking van de hulprelatie. Canberra was kritisch, maar wist de diplomatieke schade te beperken, en Jakarta toonde zich weliswaar gegriefd, maar kon het Australische pragmatisme waarderen.

Alleen met Nederland liep het uit de hand: een ultimatum dat Jakarta uit de pers moest vernemen, presidentiële schoten voor de boeg, een bruuske hulpweigering en een al even emotionele reactie - "graag of niet' - uit Den Haag. Indonesische waarnemers verklaren dit verschil uit het feit dat de Indonesische relatie met Australië niet en die met Nederland wel wordt vertroebeld door koloniaal oud zeer. Hoe diep zit dat oude zeer eigenlijk? Koesteren de post-koloniale generaties in Indonesië nog steeds een wrok tegen Nederland? Dit lijkt voer voor een contemporain historicus.

Linggarjati

Ik had professor Ong Hok Ham voor het laatst ontmoet op 25 maart, dezelfde dag dat Den Haag door Jakarta de wacht kreeg aangezegd. In het Erasmus Huis, het culturele centrum verbonden aan de Nederlandse ambassade, werd 's avonds een seminar belegd ter gelegenheid van de 45ste verjaardag van het Akkoord van Linggarjati. Ook Ong Hok Ham, docent eigentijdse geschiedenis aan de Universitas Indonesia, was van de partij. Diezelfde morgen was in aanwezigheid van ambassadeur J.H.R.D. van Roijen aan president Soeharto een exemplaar overhandigd van het zojuist verschenen boek Menelusuri Jalur Linggarjati ("In het spoor van Linggarjati'), een bundel opstellen van Indonesische en Nederlandse historici, onder redactie van A.B. Lapian en P.J. Drooglever.

Op 25 maart 1947 ondertekenden Sutan Syahrir, premier van de jonge Republiek Indonesië, en de Nederlandse ex-premier prof. W. Schermerhorn in het Westjavaanse Linggarjati een overeenkomst, waarbij Nederland het gezag van de Republiek erkende over Java, Sumatra en Madura. Het akkoord stuitte zowel in het republikeinse als in het Nederlandse kamp op veel verzet en zou in de maanden daarna niet veel waard blijken. Toch bleef "Linggarjati' in de herinnering gegrift als de eerste diplomatieke schikking tussen Nederland en de Republiek.

De ontspannen sfeer bij dit culturele evenement stond in schril contrast tot de barse toon waarop president Soeharto op 13 februari Van Roijen's geloofsbrieven in ontvangst had genomen en tot de kilheid waarmee Indonesische bewindslieden in de voorafgaande weken Nederlandse diplomaten hadden bejegend. Die avond, tijdens de receptie, bespraken de gasten de succesvolle ochtendsessie met de president. Terwijl het Nederlands-Indonesische circuit in het Erasmus Huis in hoopvolle stemming de vasten verbrak, werd ambassadeur Van Roijen door coordinerend minister van economische zaken Radius Prawiro ingelicht over de fatale brief, die hij enkele uren tevoren had laten overhandigen aan de Nederlandse regering.

Een paar weken later zoek ik professor Ong op in zijn "tropische huis' in Jakarta-Oost. Ong is een gewaardeerd specialist in de Javaanse geschiedenis - zijn dissertatie, The Residency of Madiun, Priyayi and Peasants During the Nineteenth Century, geldt als een standaardwerk over het Javaanse dorp - en zijn zelf ontworpen huis zit vol brokstukken historisch Java: deuren, houtsnijwerk en schilderijen. Ong blijkt geïntrigeerd door de vormgeving van "de breuk' en de opgewonden reacties daarna.

Sluitstuk

Menigeen in Indonesië noemt de weigering van Nederlandse hulp ""het sluitstuk van de dekolonisering''. Kan de historicus instemmen met die karakteristiek? Ong: ""Omdat we de komende ontwikkelingen niet kunnen bevroeden, is het voorbarig om van een sluitstuk te spreken. Als historicus vind ik het maar een vreemde stelling. Dekolonisering bijna vijftig jaar na de proclamatie van de onafhankelijkheid? Binnen geen enkele voormalige koloniale verhouding zien we zoiets. Moeten we misschien concluderen dat voor Indonesië, als voormalig Nederlands gebied, hetzelfde geldt als wat Heinrich Heine over Nederland zei: als de wereld vergaat, ga ik daarheen, want daar gebeurt alles een halve eeuw later?

""Misschien dat de ouderen er zo over denken. De verschillende generaties vertonen uiteenlopende reacties. Studenten kwamen dezer dagen naar mij toe en zeiden: wat gebeurt er? Plotseling zijn onze vaders en ooms zo enthousiast over een politieke manoeuvre van deze regering, terwijl ze voorheen altijd lauw, zelfs kritisch waren. Wat is er tussen Indonesië en Nederland in hemelsnaam voorgevallen, dat de oudere generatie nu zo opgewonden is? Dit zijn geschiedenisstudenten. Wanneer ik met hen de koloniale periode behandel, blijkt dat die tijd voor hun gevoel even ver weg ligt als de hindoe-boeddhistische rijken uit de twaalfde eeuw.

""In intellectueel en cultureel opzicht heeft er geen scherpere breuk plaatsgehad tussen een voormalige kolonisator en een gekoloniseerde dan die tussen Nederland en Indonesië. In India en Maleisië spreekt men nog de Engelse taal. Zelfs in de Philippijnen is er nog een Spaanse en Amerikaanse continuïteit. Welke Indonesiërs - en dat geldt ook voor mij, terwijl ik nog Nederlands spreek - hebben nog weet van de literaire, artistieke ontwikkelingen in Nederland na 1950?

""Onze kennis van Nederland houdt op in 1942 of uiterlijk in 1950. Ik heb nog ooms en tantes in Malang, die tandarts en dokter waren en die nu hun Nederlandse boekerij willen weggeven. Niemand leest die boeken immers meer. Niemand heeft nog belangstelling voor de onderwerpen die hen destijds interesseerden: de Vlaamse kunst, de gotiek, de Italiaanse Renaissance. Werd je in de koloniale periode dokter of ingenieur, dan kreeg je een brede Europese vorming.''

Het intellectuele en culturele spoor waarop de ouders, ooms en tantes van Ong hun volwassen levens aanvingen, liep in Indonesië na 1950 dood. Het land dat vroeger de navel van de wereld leek, is inmiddels een derderangs mogendheid en hun culturele bagage - van bellettrie tot wetboeken - plaatst hen binnen de regio in een isolement.

Ong ziet hierin een verklaring voor de mengeling van verknochtheid en wrok en de Indonesische lichtgeraaktheid tegenover Nederland: ""De scherpte van de intellectuele breuk komt ook door de Nederlandse positie in de wereld. De Engelse taal is nog steeds een wereldtaal: de Angelsaksische en ook de Franse cultuur zijn internationaal nog steeds toonaangevend. Terwijl het Nederlandse cultuurgoed beperkt blijft tot Nederland en globaal gezien ietwat provinciaal is. Dat draagt misschien bij tot het moeilijk te doorgronden, sterk emotionele karakter van de betrekkingen tussen beide volken; het heeft de wederzijdse complexen waarschijnlijk verscherpt. Nederland had alleen Indonesië en Indonesië had alleen Nederland. Twee provinciaalse landen, die eeuwen op elkaar waren aangewezen. Daardoor is een enigszins exclusieve, wederzijdse verknochtheid ontstaan en tegelijk een flinke dosis wederzijdse ergernis. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor de vreugdekreten na de hulpweigering.''

Kritiek

De eerste generatie die naar school ging na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 heeft, voor zover ze het privilege had om naar het buitenland te gaan, gestudeerd in de Verenigde Staten of in Duitsland, in vakdisciplines als vliegtuigbouw, kernfysica of bedrijfsmanagement. Ong: ""Die hebben hoegenaamd niets meer met Nederland. Voor zover ze nu hun stem verheffen, heeft dat meer te maken met hun maatschappelijke positie dan met diepe emoties. Een buitenlands-politieke zet ondervindt in Indonesië bijna nooit kritiek, zeker niet als die een anti-koloniale, anti-imperialistische strekking heeft.''

Hoe reageerde de eerste postkoloniale generatie in 1967 op de oprichting van de Intergouvernementele Groep voor Indonesië (IGGI)? Ong: ""Voor zover ik mij kan herinneren, ondervond de IGGI wel degelijk oppositie in nationalistische kringen, omdat toen de overgang plaatsvond van de Oude naar de Nieuwe Orde. De eerste IGGI-conferentie in Genève in 1967 riep sterke anti-koloniale emoties op. Mensen als de toenmalige minister van financiën Frans Seda (nu voorzitter van de Indonesisch-Nederlandse Kamer van Koophandel) en ook de sultan van Yogyakarta, Hamengkubuwono IX, stonden er volledig achter. Het verzet kwam destijds van nationalistische studenten, die er een pijnlijk neo-koloniaal herstel in zagen: Indonesië had zich misdragen en werd onder curatele gesteld. Maar de IGGI had toen de volledige steun van Soeharto en van het leger.''

Hoe zou u de jongste generatie willen karakteriseren, die is opgegroeid in het Indonesië van de Nieuwe Orde?

Ong: ""Het is een lauwe generatie, vergeleken met de mijne. Wat voor kennis hebben ze, wat voor tradities? Voor hen is alleen een onafhankelijk Indonesië denkbaar. Zij zijn opgegroeid met de moderne skyline van Jakarta, de wolkenkrabbers langs de Jalan Thamrin. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, maar de meeste studenten behoren tot de middenklasse en hebben het altijd goed gehad. Hun geringe kennis is ook te wijten aan het intellectuele klimaat van de Nieuwe Orde, dat me sterk doet denken aan de jaren dertig: het conservatisme viert hoogtij, men is afgesneden van de internationale sociaal-culturele hoofdstroom.

""Jonge mensen vragen zich nu af wat er aan de hand is met hun papa's en ooms. Ze reageren enigszins geamuseerd; het lijkt wel of hun vaders hals-over-kop verliefd zijn geworden op een 17-jarig meisje. Dat is voor hun zonen en dochters moeilijk te verwerken.''

Toch bespeur ik ook onder jongeren iets van nationale trots - ""dat we dat durven!'' - en dat kun je moeilijk toeschrijven aan koloniaal oud zeer.

""Er zijn verschillende reacties. Bij de jongeren is het misschien nationale trots en bij de ouderen is het een mengeling van oude wrok en een herlevend nationaal wij-gevoel. Mijn eigen observatie is dat de sterkste reactie bij de ouderen klinkt. De kinderen van de Nieuwe Orde zijn het kolonialisme min of meer vergeten; ze zijn daar door deze regering ook nauwelijks aan herinnerd.

""Wat men in Indonesië nog weet van de koloniale tijd, is sterk gekleurd door overlevering, verhalen. Wat oudere Indonesiërs nog van nabij hebben gekend, was in feite het laatste hoofdstuk van de koloniale periode. Als er ooit een poging is gedaan tot dialoog tussen Nederland en Indonesië, dan gebeurde dat in de periode 1900-1942. Dat tijdvak - Ethische Politiek, de nationalistische beweging - was de enige periode van gesprek tussen Nederlanders en Indonesiërs. 1945-'50 was "een oorlogje', dat met name van Nederlandse kant erg emotioneel is beschreven en onthouden en waaromheen in Indonesië veel mythes zijn geweven. Geschiedenis wordt hier meestal mondeling overgeleverd. Die orale traditie is heel sterk binnen de Indonesische elite en die bepaalt het beeld van het verleden.

Hoe verklaart u de gepolariseerde beeldvorming rond Jan Pronk in Indonesië? Voor de een is hij een soort heiland, voor de ander een neo-koloniale controleur.

""Ik bedacht dezer dagen dat de verfilming van Max Havelaar hier nooit in de bioscopen heeft gedraaid. Totdat hij twee jaar geleden op de Indonesische televisie werd vertoond, gold er een verbod. Een van de redenen was dat de film "koloniaal" zou zijn. Multatuli met zijn mission civilisatrice was geen anti-koloniaal; hij was tegen het Indonesische feodalisme. De eerste grote, doorslaggevende kritiek op de Javaanse maatschappij was die van Multatuli. Die zorgde voor de ethische wending in het Binnenlandse Bestuur rond 1900. Multatuli is misschien een te grote figuur om met Pronk te vergelijken, maar de minister staat mijns inziens in dezelfde traditie. Zijn bekommernis om de mensenrechten wordt hier als anti-Indonesisch ervaren, maar in feite is die anti-feodaal. De ergernis van de elite wordt in koloniale termen gegoten: niet voor niets wordt hij regelmatig aangeduid als inspecteur-generaal en controleur.''

Een Indonesische minister zei onlangs tegen een Nederlandse diplomaat: "Als wij tevreden over u zijn, dan herinneren wij ons de goede dingen van het gezamenlijke verleden; zijn wij boos op u, dan weten we alleen nog de kwade dingen.' Is dit typerend voor de psychologie van een voormalige gekoloniseerde of is het politiek opportunisme?

""Zo'n toon zouden Indonesische ministers nooit aanslaan tegen andere mogendheden, dat is zeker. Het doet heel emotioneel aan. Ik denk niet dat de jongste stap is ingegeven door politiek opportunisme. Men weet hoe emotioneel Nederland bij Indonesië is betrokken. Dat had men juist als politiek kapitaal kunnen gebruiken, om de Nederlanders naar het eigen pijpen te laten dansen. Zoals de Zuidvietnamezen de Amerikanen lieten dansen.''

De brief aan de Nederlandse regering is gesteld in heel emotionele bewoordingen en de reacties in Nederland klinken al even opgewonden.

""Die toon is een combinatie van elementen: gekrenkte gevoelens, politieke tactiek, maar ook traditie. Deze scherpe toon slaat de regering niet alleen aan tegen Nederland; ook in de binnenlandse politiek kiest men dergelijke bewoordingen. Er is nu sprake van "on-Indonesische' hardheid van de brief, maar dat is een romantisering van Indonesiërs. Een militante toon, de ijzeren hand, onverwachte politieke donderslagen, dat alles behoort bij de stijl van dit regime. Dat begon al onder Soekarno: diens redevoeringen stonden bol van de gespierde taal. Deze boodschappen aan Nederland zijn gesteld in diezelfde militante stijl.

""Voor buitenstaanders komt deze beslissing als een donderslag. Misschien speelt hier ook de psychologie van de machthebbers een rol. Machthebbers hebben een heel andere psychologie dan wij, gewone mensen, zeker machthebbers die niet afhankelijk zijn van bureaucratieën, checks and balances. Zij bevinden zich in een isolement; dat maakt hen grillig en onvoorspelbaar.

""Misschien speelt ook de leeftijd een rol; Soeharto is tenslotte al zeventig jaar. Ik acht het niet uitgesloten dat ook de technocraten in het kabinet een beetje pret beleven aan dit besluit. Indonesische journalisten die hen ondervroegen over de toonzetting van de brief kregen te horen: ini bukan surat cinta yang dikirimkan - hoor eens, dit is geen liefdesbrief. Misschien vonden de ministers Pronk ook wel vervelend. De Nederlandse hulp, voortdurend gekoppeld aan mensenrechten, leidde tot onzekere sommen.''

Er wordt heel wat afgespeculeerd over de politieke motieven achter de hulpweigering. De een beschouwt het als een poging om binnenlandse critici de mond te snoeren, de ander ziet er een verzoenend gebaar in naar het leger.

""Ik betwijfel sterk of deze breuk is ingegeven door binnenlands-politieke overwegingen. Ik heb er nog geen rationele elementen in kunnen ontdekken. De binnenlandse kritiek valt heus niet stil door deze buitenlands-politieke zet.

""Ook de redenering dat een dergelijke zet het leger zou sussen, overtuigt me niet. Binnen het leger gaat het vooral om persoonlijke carrières en interne verdeeldheid. Als die problematiek kon worden afgekocht door dit soort stappen, ha, dan was het wel erg makkelijk. Goedkoop ook!'

Is het toeval dat de breuk op dezelfde dag - 25 maart - werd voltrokken als de Linggarjati-herdenking?

""Dat kan geen toeval zijn; ik vermoed dat dit gepland was. Het tijdstip, de dag - het lijkt een symbolische keuze. Heel Byzantijns, zoals een Javaans vorst betaamt. Men hecht hier sterk aan stijl; die is bij ons vaak belangrijker dan de inhoud.

""De keuze van de dag diende volgens mij geen speciale politieke doelen. De legerofficieren die na het bloedbad in Oost-Timor zijn ontslagen, behoren tot een nieuwe generatie. Dat het Akkoord van Linggarjati destijds veel verzet ondervond binnen het jonge republikeinse leger, dat de militairen een gewapende confrontatie met de Hollanders verkozen boven diplomatie, zijn zij allang vergeten. De enigen die dat misschien aanspreekt zijn de veteranen uit de Onafhankelijkheidsoorlog, maar aan hen heeft de president zich nooit veel gelegen laten liggen.

""Het was louter symbolisch bedoeld, om de daad meer kleur te geven. Deze Javaanse elite heeft een bepaalde historische cultuur; ook Soeharto zelf hecht aan historische symboliek.''

Als de datumkeuze symbolisch is bedoeld, rijst de vraag hoe we die boodschap moeten interpreteren. Ong huldigt zelf het standpunt dat Javaanse vorsten het spel met symbolen louter spelen om het spel zelf en gelooft niet in een andere boodschap dan deze: ""Weg met deze vervelende controleurs.'' Wie er wel een boodschap in wil zien, kan kiezen uit twee lezingen. "Linggarjati' was de eerste poging van Nederland en Indonesië om hun problemen langs diplomatieke weg op te lossen. Er bestond een sterke anti-Linggarjati-beweging binnen het republikeinse leger, inclusief de hoogste commandant, generaal Sudirman. Waarschijnlijk behoorde ook de toenmalige luitenant-kolonel Soeharto tot de tegenstanders. Door deze datumkeuze lijkt Soeharto zich opnieuw te identificeren met de voorstanders van "strijd' en de tegenstanders van "diplomatie'.

Een andere mogelijke verklaring is deze: "Linggarjati', de eerste overeenkomst tussen Nederland en Indonesië als gelijkwaardige staten, wordt aan Nederland als een model voorgehouden voor de toekomstige betrekkingen: geen afhankelijkheid meer, maar politiek en economisch zaken doen op voet van gelijkheid. Die laatste lezing vindt steun in de vele nuanceringen die de Indonesische regering na de breuk heeft aangebracht in het besluit. Men zegt geen confrontatie te willen, wil graag gebruik maken van Nederland als toegang tot de Europese markt en verklaart met nadruk dat investeerders, kooplieden en toeristen uit Nederland welkom blijven.

Het is maar wat men wil horen.

Volgens De Groot is er maar een manier om in het kader van "ecologisch herstel' de riviertrekvissen weer terug te krijgen: "Gewoon de Haringvlietdam opblazen en die spaarbekkens in de Biesbos laten leeglopen, dan komt zeker de fint weer terug'.