Clubs en VVCS willen paal en perk stellen aan "willekeur' tuchtcommissie; "Wie toevallig in beeld komt is het haasje'

Sinds twee jaar heeft de videorecorder een vaste plaats gekregen op de zittingen van de tuchtcommissie in Zeist. Big brother is watching you. Spelers en arbiters worden achteraf geconfronteerd met de harde realiteit.

ROTTERDAM, 25 APRIL. De topclubs in de eredivisie willen dat er een onderzoek komt naar de werkwijze van de tuchtcommissie. Met name het bestraffen van spelers naar aanleiding van tv-beelden zou daarbij onder loep moet worden genomen. Op initiatief van de spelersvakbond VVCS zullen Ajax, PSV en Feyenoord zich binnenkort beraden over de te nemen stappen. Vast staat dat de clubs het functioneren van de tuchtcommissie in ieder geval ter discussie willen stellen op de eerst volgende algemene vergadering op 25 mei. VVCS-voorman Karel Jansen denkt aan de instelling van een werkgroep die zich moet buigen over een reglementering voor deze nieuwe vorm van tuchtrechtspraak. Hangende het onderzoek en de rapportage van de commissie zou het gebruik van tv-beelden door de tuchtcolleges moeten worden opgeschort.

Het sectiebestuur betaald voetbal voelt er echter niets voor dit onderwerp opnieuw aan de orde te stellen. Juridisch specialist Eric Vilé: “Ik zal me er zeker tegen verzetten. Dit is het oprakelen van een discussie van de laatste twee jaar. We hebben er in deze periode goed naar gekeken. De reglementen sluiten geen enkel bewijsmiddel uit. Dus ook tv-beelden niet. Ik heb het idee dat de argumenten van alle partijen nog steeds hetzelfde zijn. Het begint dus een oud verhaal te worden.”

Nog niet eens zozeer het gebruik van tv-beelden, maar de wijze waarop de tuchtcommissie en de commissie van beroep ermee omspringen is de clubs een doorn in het oog. Recente affaires hebben die mening alleen maar versterkt. Zo kreeg Harrie van der Laan (FC Den Haag) een schorsing van zes wedstrijden omdat hij in het Oosterpark op het hoofd van Groningen-speler Van Duren zou hebben gestaan. Arbiter Lammers had niets geconstateerd, maar tv-beelden van een lokaal-station, die werden uitgezonden in Studio Sport, leverden volgens de tuchtcolleges het onomstotelijke bewijs. In navolging van Van der Laan werd ook zijn ploeggenoot Peter Houtman zo in staat van beschuldiging gesteld. Bij Heerenveen-Heracles constateerde de tuchtcommissie op tv een handsbal van Maarten de Jong, terwijl arbiter Luinge in de wedstrijd had geconstateerd dat de bal alleen de dij van de Friese voetballer had geraakt. De Jong werd echter door de rechtsprekers van de KNVB naar aanleiding van de videobeelden in staat van beschuldiging gesteld. En dan was er natuurlijk het shirtje trekken van Ajacied Danny Blind, dat in de wedstrijd tegen FC Utrecht door arbiter Wegereef niet eens werd beschouwd als obstructie, maar weken later als gevolg van de televisiebeelden een schorsing opleverde van twee duels.

Kees Ploegsma, manager van PSV, maakte dit seizoen een "tv-schorsing' mee met Adri van Tiggelen (handsbal in duel met FC Twente; werd rood). Hij zegt: “Het ene geval wordt wel aangepakt, het andere niet. Het is een te-hooi-en-te-gras-beleid dat de tuchtcommissie voert. Met bepaalde aspecten als de stand van de camera en de belichting wordt totaal geen rekening gehouden. Dit nog afgezien van het feit dat niet alle clubs 34 wedstrijden op tv komen.”

De vermeende willekeur die het tuchtcollege er op na zou houden, steekt ook Ajax-voorzitter Michael van Praag. “Wij ageren al sinds de beruchte elleboogstoot van Jan Wouters tegen het beleid van de tuchtcommissie. Wij vonden ook dat die overtreding zwaar bestraft moest worden, maar er is toen de fout begaan dat Wouters in staat van beschuldiging is gesteld zonder enig onderzoek vooraf. Dat was tegen de reglementen. Er is momenteel sprake van een volstrekte willekeur. Er zijn situaties waarbij de ene speler op tv achteraf wel wordt bestraft bij een opzettelijke handsbal terwijl een ander vrijuit gaat. Als de regisseur in de studio een PSV-supporter is, zal hij een overtreding van Berry van Aerle er misschien uitknippen. Natuurlijk heeft de tuchtcommissie het recht tv-beelden als bewijslast te gebruiken. Maar ik wil dan wel de criteria weten. Wanneer gebeurt het wel en wanneer niet? Dat sommige spelers anderhalf uur lopen te "zuigen' en te trappen laat de NOS niet zien. De tuchtcommissie maakt ook geen onderscheid tussen een doodschop en shirtjetrekken. Terwijl dat in het buitenland wel wordt genuanceerd. Maar wij moeten weer zonodig de calvinistische Hollanders uithangen. Dit zijn de regels en zo moet het gespeeld worden. We hebben te maken met tuchtrechters die in het dagelijks leven de wet moeten uitvoeren, maar bij de KNVB zelf de regels bepalen.”

Karel Jansen van de spelersvakbond VVCS deelt in veel opzichten de opvattingen van Van Praag. Hij maakt bovendien duidelijk dat het beleid van de tuchtcommissie niet alleen onder de topclubs weerstanden oproept. “Als je op dit moment een enquete zou houden onder de trainers in het betaalde voetbal, zal het overgrote deel bezwaren aantekenen tegen de wijze waarop er in Zeist wordt rechtgesproken. Tv-beelden vormen zo'n belangrijk stuk bewijslast dat je daar richtlijnen voor op moet stellen. En dat kan alleen na een behoorlijke besluitvorming van de algemene vergadering. De tuchtcommissie voert inderdaad een eigen beleid. Dat werkt allerlei uitwassen in de hand. Zo werd in de zaak-Van der Laan gebruik gemaakt van beelden van een lokaal Gronings tv-station. Zo'n omroep is in zekere zin toch supporter van de plaatselijke club. En dan zou het in principe mogelijk kunnen zijn, dat een overtreding van de bezoekende vereniging gezellig, lekker dik in beeld wordt gebracht, terwijl zaken die niet door de beugel kunnen van het favoriete elftal buiten schot blijven. Ik zeg niet dat het in de zaak-Van der Laan is gebeurd, maar de kans was reëel aanwezig. Ik ga er vanuit dat er bij de NOS een objectief en neutraal oog de beelden selecteert. Als ze in Hilversum niet alles te zien krijgen, is degene die toevallig in beeld komt het haasje. Eigenlijk zou de NOS op zondagavond alle wedstrijden volledig moeten afkijken. Alleen ben je dan met een krankzinnige zaak bezig, een heksenjacht. De zaak wordt momenteel door de tuchtcommissie op zijn kop gezet. Tv-beelden zijn in plaats van een aanvullende bewijslast, primaire bewijsmiddelen geworden.”

Vilé, bestuurslid juridische zaken van de KNVB, wuift de bezwaren van Jansen en de profclubs gedecideerd weg. “In het normale wetboek van strafrecht staat ook niet precies omschreven welke bewijsmiddelen er moeten zijn. Dus in ons tuchtrecht evenmin. Dit is typisch het verhaal van mensen die aan hun eigen belang denken. Juristen zeggen dat je het gebruik van tv-beelden breed moet zien en toetsen het aan het normale strafrecht. De opnames worden in eerste plaats gebruikt voor de opsporing en vormen nooit de primaire bewijslast. De tuchtcommissie kijkt immers ook naar het rapport van de waarnemer en hoort alle partijen. In de zaak-Van der Laan zijn de beelden van een lokaal station een van de bewijsmiddelen geweest. De geraakte speler (Mart van Duren, red.) is zelf ook ondervraagd. Alleen aan de hand van de tv-beelden zou Van der Laan nooit zijn veroordeeld. Laten we in het vervolg nu eens uitgaan van fair-play en ervoor zorgen dat er geen overtredingen geregistreerd kunnen worden. Waarom moeten we de zaak altijd verdoezelen?”

Karel Jansen vindt dat Vilé met zijn opvattingen de tuchtcolleges afschermt van bureaucraten. “Over dit onderwerp is de VVCS op de algemene vergadering al eens als een schooljongen het bos ingestuurd. Ik ben blij dat er nu sprake is van georganiseerd verzet. De leden van de tuchtcolleges geven momenteel een eigen interpretatie aan hun bevoegdheden. Ik weet dat Vilé cs zich beroepen op de beginselen van het strafrecht, maar dat kun je toch niet projecteren op voetballers? In deze sport gaat het om instinctmatig handelen. Tja, en als een speler als Van der Laan dan aan een rechter moet uitleggen waarom hij op een glibberig veld in een wirwar van spelers zich niet tijdig heeft laten vallen om een overtreding te voorkomen, dan houdt alle begrip natuurlijk op.”

Bij het gebruik van tv-beelden komt ook de rol van de waarnemer op de tribune ter discussie te staan. “Zo'n man kan 's avonds thuis op de bank met een sigaar in zijn hoofd aan de hand van Studio Sport nog eens beoordelen of hij die overtreding nu wel of niet moet rapporteren”, aldus Karel Jansen. “Niemand weet later of hij eerlijk te werk is gegaan”, meent ook Michael van Praag. Zowel de Ajax-voorzitter als Kees Ploegsma van PSV stellen voor om de waarnemer zijn rapport onmiddellijk na de wedstrijd te laten indienen. “Een kopie gaat naar de clubs een andere kopie stuurt hij naar de KNVB”, luidt de suggestie van Ploegsma. “Een scheidsrechter moet ook in een paar seconden beslissen.” Volgens Vilé zou dit een overbodige gang van zaken zijn. “De meeste waarnemers zijn eerlijk. Ze schrijven op wat ze werkelijk hebben gezien. Later worden ze daarover nog eens gehoord door de tuchtcommissie. Als ze conclusies hebben getrokken van de televisie, krijgen de rechters van dit college dat er wel uit.”

De scheidsrechter kan op verschillende manieren onaangenaam worden verrast door de tv-opnames die de tuchtcommissie op de video in Zeist afdraait. Een overtreding die hij over het hoofd heeft gezien, kan alsnog een zware straf opleveren. Of een gele kaart kan door de tuchtcommissie anders worden beoordeeld en worden omgezet in een rode. Dit laatste overkwam Frans Houben vorig jaar bij PSV-Ajax. Een gele kaart voor Jan Wouters, die de bal uit zijn handen sloeg, werd door de tuchtcommissie gecorrigeerd in een rode prent. Michael van Praag, zelf ex-scheidsrechter daarover: “De man in het zwart moet de kans krijgen in de geest van de wedstrijd te fluiten. Als hij Jan Wouters in dat duel een rode kaart had gegeven, was de zaak echt geëscaleerd. De scheidsrechter wordt volledig aan de schandpaal genageld. Dat is slecht voor zijn imago. Er heerst nu heel veel angst in het arbiterskorps. Voor een tv-uitzending van Barend & Van Dorp zei Houben onlangs tegen mij: "moet je luisteren Michael, als ik iets verschrikkelijks over het hoofd heb gezien en de tuchtcommissie corrigeert mij, heb ik daar vrede mee. Maar als een gele kaart wordt omgezet in een rode vind ik dat wel heel vervelend'. Dat eerste zei hij ook in de uitzending, het tweede niet. Ze zijn gewoon bang. En daardoor wordt de kwaliteit van de arbitrage in Nederland nadelig beïnvloed.”

Eric Vilé probeert ook dit te weerleggen. “Wij hebben voortdurend contact met de belangenvereniging BSBV en de scheidsrechterscommissie. Zij vinden helemaal niet dat de arbiter in zijn hemd wordt gezet. Een scheidsrechter maakt ook fouten. Als hij een keer wordt gecorrigeerd, wil het niet zeggen dat hij slecht functioneert. De clubs ageren altijd tegen de kwaliteit van de arbitrage. Nu is het ineens, ach die arme scheidsrechter.”

De tuchtcommissie staat momenteel nog onder voorzitterschap van mr. J. J. van Oostveen. Deze rechter uit Zutphen is aftredend en wordt op de komende voorjaarsvergadering opgevolgd door mr. M. E. F. H. van Erve, een officier van justitie. Van Oostveen heeft de afgelopen twee jaar voordurend gedreigd te zullen opstappen als er wordt getornd aan het beleid van zijn college. De rechtsongelijkheid die zou zijn ontstaan als gevolg van tv-beelden, die vooral de topclubs betreffen, beantwoordt hij consequent met het voorbeeld van de camera die een snelheidsovertreder pakt. Karel Jansen: “Daarmee bewijst hij alleen maar dat-ie van topvoetbal weinig snapt. Je gaat weleens naar de zittingen van die mensen, maar je bent een roepende in de woestijn. De heren hangen met de neus op het scherm, de beelden worden achteruit, vooruit en vertraagd afgedraaid om toch vooral te kunnen aantonen dat er van opzet sprake was.” En Michael van Praag tenslotte: “Ze roepen alles om hun beleid te rechtvaardigen. Ik ben er wel van overtuigd dat het zeer integere mensen zijn. Maar ze moeten zich niet te feodaal opstellen en elke vorm van overleg weigeren.”