CHRIS PATTEN; Laatste gouverneur

Twee weken heeft Chris Patten, de 47-jarige voorzitter van de Britse Conservatieve Partij, geaarzeld over zijn toekomst. Premier Major had hem meteen aangeboden de nieuwe gouverneur van Hongkong te worden als "troostprijs' voor het verlies van zijn eigen zetel in het Britse Lagerhuis.

Tijdens een vakantie in Frankrijk besloot Patten ten slotte alle lucratieve aanbiedingen van het bedrijfsleven af te slaan en koos hij voor de best betaalde functie die de Britse ambtenarij te bieden heeft.

Patten wordt de 28ste gouverneur van de Britse kroonkolonie aan de Chinese kust - en, wanneer hij aan blijft tot 1997, ook de laatste. Hij ziet zich geconfronteerd met de delicate taak Hongkong en zijn zes miljoen inwoners voor te bereiden op de overdracht aan de Chinese Volksrepubliek in dat jaar.

Patten, die in tegenstelling tot zijn voorganger, de Schotse sinoloog Lord David Wilson, geen Chinees spreekt, wordt in juni - naast gouverneur - ook opperbevelhebber van het Britse garnizoen en voorzitter van de plaatselijke padvindersvereniging. Zijn jaarsalaris zal 141.000 pond bedragen.

Chris Patten werd na zijn studie in Oxford in de Verenigde Staten adviseur voor de politicus John Connally. Na zijn terugkeer in Groot-Brittannië aarzelde Patten tussen de Labour-partij en de Conservatieven. Hij koos voor de partij die het eerst op zijn sollicitatie reageerde: de Conservatieven. In 1974 werd hij directeur van het wetenschappelijke instituut van de partij.

Patten werd een ideologische tegenstander van Margaret Thatcher en waarschuwde dat zij bezig was verdeeldheid en onrust te zaaien in het land. Thatcher zette hem daarom op een zijspoor, en Patten schreef als reactie daarop een boek, "The Tory Case', waarin hij uiteenzette wat er mis was met het "Thatcherisme'. Na zijn verzoening met Margaret Thatcher werd hij lid van het clubje rond Sir Ronald Millar dat Thatchers toespraken schreef.

Thatcher beloonde Patten voor zijn werk achter de schermen door hem in haar regering op te nemen. Zijn laatste functie onder Thatcher was die van minister van milieu. Hij steunde - met het vooruitzicht diens kroonprins te worden - eind 1990 de kandidatuur van Douglas Hurd voor het premierschap, toen de positie van Thatcher onhoudbaar was geworden. Toen niet Hurd maar John Major de nieuwe premier werd, neutraliseerde Major Patten door hem te bevorderen tot partijvoorzitter.

Patten heeft nog steeds veel ambities in de Britse politiek, en daarom heeft hij zolang geaarzeld de functie in Azië te aanvaarden. Als hij in 1997 terugkeert naar Londen, heeft hij in elk geval uitzicht op een zetel in het Hogerhuis.