Boxmeer; Milieuridder strijdt voor het roofdier

De gemeente Boxmeer heeft besloten van het natuurgebied 't Schraalzand industrieterrein te maken. Maar zij had niet gerekend op "milieuridder' Van Ravesteyn die het gebied wil behouden voor de das, het laatste grote in het wild levende roofdier in Nederland.

BOXMEER, 25 APRIL. Was de 40-jarige W. van Ravesteyn, bioloog en gediplomeerd milieudeskundige zonder baan, een jaar geleden niet het natuurgebied 't Schraalzand ingegaan en had hij er niet per toeval een van de - naar later bleek - vijf dassenburchten ontdekt, dan was de gemeente Boxmeer een hele zorg bespaard gebleven in haar voornemen om van een deel van het 45 hectare grote bos industrieterrein te maken. “Toen ik de burcht zag, dacht ik: hier moet iets tegen gedaan worden.”

Sindsdien is de milieuridder zonder vrees of blaam - van een soort zoals men ze tegenwoordig nog maar zelden ziet en die met de neus op de bosgrond speurt naar geursporen van de dassen - in een fel gevecht gewikkeld met het gemeentebestuur. Daarin wordt hij gesteund door een handjevol getrouwen.

In zijn strijd kreeg Van Ravesteijn het vooral aan de stok met milieuwethouder J.P. Oostlander, met wie hij tot dan toe vreedzaam samenwerkte in de Milieuvereniging Land van Cuijk, die zich inmiddels samen met de Vereniging Das en Boom óók tegen de aantasting van 't Schraalzand heeft gekeerd. De wethouder vindt alle aandacht voor Van Ravesteyn “tamelijk verwonderlijk. De race is in goed overleg met de Brabantse Milieufederatie al vijf jaar geleden gelopen en nu meent hij opnieuw het wiel te moeten uitvinden.”

“Ik weet dat men mij bij de gemeente een drammer vindt. In de regionale pers ben ik afgeschilderd als iemand die tegen de vooruitgang is, maar dat zal me een zorg zijn. Ik weet dat ik vecht voor een belangrijke zaak”, zegt de actievoerder.

Als binnenkort de procedure begint om van het natuurgebied industriegebied te maken, kan de gemeente tegenstand verwachten tot bij de Raad van State. “Notabene: het gebied ligt in de door provincie aangewezen ecologische hoofdstructuur, maar door het gelobby van de gemeente heet 't Schraalzand ineens geen kerngebied meer, maar multifunctioneel bos. De gemeente zegt dat er een zorgvuldige belangenafweging heeft plaatsgehad, maar de natuurwaarden van het gebied zijn niet eens onderzocht.”

De gemeente kocht het bos voor nog geen gulden per vierkante meter en wil het nu voor 67,50 gulden per vierkante meter aan de man brengen. “Een goudmijn tje dus”, aldus Van Ravesteyn. De bedoeling is om het gefaseerd als industrieterrein in gebruik te nemen, bescheiden beginnend met 7 hectare.

Boxmeer heeft volgens wethouder Oostlander dringend nieuw industrieterrein nodig. “We hebben andere lokaties in westelijke richting onderzocht, maar juist omdat we daar op een rijke dassenpopulatie stuitten, zagen we er in overleg met Das en Boom en de milieufederatie van af. 't Straalzand bleef als enige lokatie over.” Voordeel is dat het aansluit op het bestaande industrieterrein Saxe Gotha, zo genoemd naar een historische boerderij.

Volgens Van Ravesteyn is de gemeente nu al met het terrein aan het “leuren”, wat ook blijkt uit publikaties in de plaatselijke pers, terwijl de wettelijke procedures niet eens zijn begonnen. De provincie Noord-Brabant wil pas instemmen met de aanwijzing tot industrieterrein in de omvang zoals de gemeente die voor ogen staat (30 hectare in tien jaar), als kan worden aangetoond dat er inderdaad zoveel belangstelling is als wordt voorgewend.

“Soms vraag ik me af, waarom ik me hier zo druk maak om een paar dassenburchten”, zegt van Ravesteyn, “terwijl je in Botswana, waar ik viereneenhalf jaar leraar ben geweest, 's nachts in je slaapkamer de geluiden van neushoorns kon horen. Maar de das is in Nederland het laatste grote in het wild levende roofdier. De burchten in 't Schraalzand maken bovendien een integrerend deel uit van een uitgestrekt gebied met dassen, die in de uiterwaarden van de Maas in de Vortumsche en Groeningsche Bergen hun fouragegebieden hebben. Deze omgeving herbergt een van de belangrijkste Nederlandse dassenpopulaties.”

Het is avond, het stormt en er staan slagregens als we een kijkje nemen bij het bos. Van Ravesteyn komt hier de laatste tijd extra vaak. “Je moet altijd alert zijn. Wie weet roeien ze de dassen uit zodat een van de motieven om 't Schraalzand te behouden, is verdwenen.” In de bundel van zijn zaklamp probeert hij het nest (de horst) te vangen van een havik waarvan er drie in 't Schraalzand hun domicilie hebben.

Andere diersoorten, die er voorkomen zijn de grote gele kwikstaart, de ijsvogel, de sperwer en veel reeën. Als we teruggaan naar zijn huis, zegt Van Ravesteyn: “Ik had me nog zo voorgenomen om het niet alleen over dassen te hebben, maar ik ben nu eenmaal een dassenman.”