Bijna gewone jongens; "In 't Nieuwe Lloyd word je er ook niet beter van'

Ze zitten er voor lichte vergrijpen of voor het zwaardere werk: gewapende roofovervallen, ernstige zedendelicten, een enkele keer moord. Eén van hen, Archie, is niet ontevreden over de leiding: "Ze helpen je als je ergens mee zit. Maar je moet je nooit hechten aan de mensen hier, niet aan de jongens en ook niet aan de groepsleiding.' Niet iedereen is echter positief over de werksfeer. In 't Nieuwe Lloyd, de Rijksinrichting voor jongens, kan de spanning plotseling hoog oplopen.

Ontspannen danst Charlie, strakke blauwe trainingsbroek en knalrood jack, de woonkamer binnen. Hij lacht zijn stralend witte tanden bloot. Hij komt net van "het parket'. De uitspraak: een jaar naar een gesloten internaat. Morgen mag hij weg. Charlie is er dik tevreden mee. Een internaat is kinderspel vergeleken bij 't Nieuwe Lloyd. Zijn humeur is vandaag niet meer kapot te krijgen.

Charlie is zeventien jaar oud en Surinaams. In het afgelopen jaar heeft hij vier keer vastgezeten, wegens diefstal met bedreiging, vechtpartijen, hier en daar een gebroken kaak. Waarom? ""Kijk, man'', lacht Charlie, ""ik moet geld hebben. Ik werk drie dagen in de week in de kapperszaak van mijn neef. Daarmee verdien ik 250 gulden. Maar ik heb een rug per week nodig! Om kleren te kopen, uit te gaan, te blowen en te drinken. Dus wàt doe je dan, man? Dan móet je wel stelen!''

Zijn leeftijdgenoot Abdoel uit Marokko komt er bij zitten. Bereidwillig legt hij uit dat hij een gewapende bankoverval heeft gepleegd. Niet om het geld, o nee, hij deed het om de spanning. ""Al toen ik klein was dacht ik: ik word beroepscrimineel òf undercover agent. Ik had al eerder wegens kleine diefstalletjes op het politiebureau gezeten. Toen mijn vader me op kwam halen zei hij minachtend: Als je nu nog iets gróóts had gedaan had ik het kunnen begrijpen! Toen dacht ik: je hebt eigenlijk wel gelijk, pa! Stom genoeg ben ik tegen de lamp gelopen.'' Abdoel had nòg een reden voor zijn bankoverval: hij wilde zijn eerste delict vóór zijn achttiende plegen. Dan krijg je een minder zware straf.

Ook Hollandse Kees telt zijn laatste dagen af. Hij zit hier voor de tweede keer, wegens inbraak, en is ruim drie maanden de deur niet uit geweest. Hij snakt naar de vrijheid en houdt zich rustig. Bobbie is de jongste van het stel. Hij is net veertien geworden en doet erg zijn best op "de grote jongens" te lijken. Bobbie zit voor een betrekkelijk onschuldig vergrijp: gewone diefstal. Hij komt uit een crimineel milieu, ouders heeft hij niet meer en zijn ooms zitten geregeld achter de tralies. Hier weet men niet goed wat men met hem aan moet, al begrijpt iedereen dat een verblijf in de inrichting niet bevorderlijk kan zijn voor zijn ontwikkeling.

Uitbraakpoging

We zitten in de woonkamer van "unit 6' van de Rijksinrichting voor jongens, 't Nieuwe Lloyd in de Amsterdamse Bijlmermeer. De zon valt door de kleine, schietgatvormige raampjes naar binnen. 't Nieuwe Lloyd is de best beveiligde gesloten jeugdinrichting van Nederland. In de drie jaar van zijn bestaan is er nog nooit iemand uit ontsnapt, al blijft weglopen aan tafel onder de jongens uiteraard een geliefd gespreksonderwerp.

Pogingen zijn er wel geweest, van de klassieke aan elkaar geknoopte lakens tot het knevelen van de kok. Maar zelfs als je de felbegeerde sleutelbos bemachtigd hebt, ben je het Lloyd nog niet uit. De sluis bij de uitgang kan alleen door de portier worden bediend, dus alle pogingen zijn tot nu toe gestrand. Overplaatsing voor de daders en een trauma voor de kok.

Vandaag - maandag - wordt de monotonie van het gevangenisleven tweemaal doorbroken. In de kantine vieren de 21 Marokkaanse ingezetenen het einde van de Ramadan met cadeautjes, zoete hapjes en een enkele dans voor heren. En "unit 1' wordt wild bij de aanblik van de demonstratie tegen de opening van het aanpalende nieuwe Grenshospitium, dat met zijn indrukwekkende prikkeldraadomheining een waardig tweelingbroertje van 't Lloyd geworden is. Op unit 1, de behandel-unit, zitten de "zware jongens' die door de rechter een zogenoemde BB-maatregel (Bijzondere behandeling) opgelegd hebben gekregen en doorgaans tot hun eenentwintigste moeten blijven.

Aangestoken door de op trommels roffelende actievoerders beginnen de jongens van unit 1 uit alle macht op de ramen te bonken. Door de openstaande raampjes roepen ze "vuile rotjoden' naar de demonstranten, die zich op het hek van 't Lloyd hebben gestort, omdat de politie het grenshospitium hermetisch voor hen heeft afgesloten. Door de afstand kunnen de donkergeklede en punk-gekapte demonstranten niet verstaan wat de jongens hen toeroepen. Ze ontsteken dan ook in groot enthousiasme wegens de vermeende steun van de kant van de misdeelden en zwaaien vrolijk naar de gevangenen. Die krijgen vervolgens de bereden politie in de gaten, waarna hun woede zich op de smerissen richt. De opwinding, zo vertelt later het afdelingshoofd, werd zo groot dat twee agressief geworden jongens in de isoleercel belandden.

Marokkanen

Bij de Ramadan-viering in de kantine is van al die heisa buiten de poort niets te merken. De Marokkanen vormen met 34 procent de grootste bevolkingsgroep in 't Lloyd. Een maand lang hebben ze alleen van zonsondergang tot zonsopgang gegeten en gedronken. Hier en daar leverde die verstoring van het dagritme wel eens spanningen op met de andere bewoners, maar door de bank genomen, zegt pastor Gerard Loman, hebben de jongens zich goed aan de vasten gehouden.

""Petje af!'' prijst Loman. Terwijl zoete thee en cadeautjes worden rondgedeeld leest de pastor een stukje voor uit de Koran. ""God is machtig en wraakgierig'', zegt de Koran en ""Alleen de verstandigen laten zich vermanen''. Uit de mondeling overgeleverde Haddiz koos de pastor de toepasselijke zinsnede: ""Rechtschapenheid is datgene waar je ziel en je hart zich rustig over voelen en zonde is datgene wat je innerlijk onrustig maakt.'' Intussen pocht de magere donkere Mohammed tegen mij hoe hij er in een paar dagen tijd twintigduizend gulden door heeft gejaagd, die hij buitmaakte bij een bankoverval. Zijn verhaal wordt ernstig in twijfel getrokken door zijn buurman, die spijtig moet bekennen dat hij voor "iets kinderachtigs' zit: hij stal twee cd's, een videoband en duizend gulden en liet zich nog op heterdaad betrappen ook. ""Maar ik ga hier niet zitten liegen en opscheppen!'' zegt hij in onvervalst plat Amsterdams. Mohammed haalt vol verachting zijn magere schouders op.

's Avonds wordt ter ere van de Ramadan de film "Duizendeneen nacht' gedraaid, maar het melodrama en vooral de gebruikte plastic speelgoedzwaarden werken bij de meesten sterk op de lachspieren. Om tien uur 's avonds verdwijnen de jongens in hun cel. Tot acht uur 's ochtends gaat de deur op slot. Bewakers doen regelmatig de ronde en grijpen in als iemand zijn muziek te luid zet of anderszins te keer gaat.

Slagbal

De volgende morgen wordt het slagbal spelen op de luchtplaats. Ik blijk geen bal meer te kunnen raken en moet dus met het schaamrood op de kaken vragen of één van de jongens voor mij wil slaan, zodat ik in ieder geval nog kan proberen een honk te halen. Achmed (17) kan niet tegen zijn verlies. Gelukkig is zijn team aan de winnende hand. De tengere Achmed met zijn lange krullen is opvliegend van aard. Hij heeft praats voor tien en explodeert om het minste of geringste. Dat zou niet geven, ware het niet dat hij daarbij wel eens messen trekt. ""Ik heb een afwijking'', zegt Achmed er zelf over, ""ik ben agressief. Ik weet dat ik er niks mee opschiet, maar ik kan er niets aan doen. Als iemand me opfokt draai ik helemaal door.''

Vijf jaar was Achmed toen hij met zijn moeder en zijn vier oudere broers uit Marokko naar Nederland kwam, zijn vader achterna, die al een paar jaar in de fabriek werkte. Zijn broers zijn alle vier oppassende Nederlanders geworden (""hetzelfde bloed, maar andere hersens'', zegt Achmed terwijl hij op zijn hoofd wijst), maar hij zwierf op straat. Elf jaar was hij toen hij begon te stelen, eerst speelgoed, toen kleren, toen geld. De trucjes leerde hij van de grote jongens. Uiteindelijk werd het kluizen kraken, voor steeds grotere bedragen.

Sinds zijn veertiende loopt Achmed met een mes op zak en, zegt hij, ""als je een mes draagt ga je steken''. Hij kreeg ruzie met een jongen op school. Hij stak hem in zijn buik en been. Een andere keer sloeg hij een bierflesje stuk en stak er een dronken vriend mee in de borst. Met nieuwjaar liep hij de disco uit met twee vriendinnen. Iemand gooide een rotje. ""Ik liep naar hem toe en zei: wat moet je, mafkees? Ik stak hem vier keer in zijn buik en een keer in zijn rug. Dood is hij gelukkig niet, dat wil ik niet op mijn geweten hebben. Op zo'n moment denk je niet na. Nee, ik schrik niet van mezelf, wat gebeurd is is gebeurd. Maar nu heb ik er genoeg van. Ik ga geen mes meer bij me dragen.''

Achmed heeft al eerder gezeten, in Het Poortje in Groningen. Daar had hij een heel slechte reputatie. ""In Het Poortje had ik geen genade, ik had voor niemand respect. Ik droeg altijd een vork bij me als wapen. Ik heb veel jongens afgeperst, met kaarten.'' In 't Nieuwe Lloyd, zegt Achmed, is hij veel rustiger geworden. De groep vindt hij "wel gezellig'. ''Ik ben nog altijd een driftkikkertje, ik dreig nog wel, maar vroeger sloeg ik er meteen op los. Ik heb veel spanning in mijn lijf. Een crimineel heeft het heus ook niet makkelijk! Ik heb veel nare dingen meegemaakt. Als een overval uit de hand loopt, zelfs als je niet gepakt wordt, blijf je ermee zitten. In het begin is die spanning leuk, maar als je vaker hebt gezeten, ken je de risico's.''

De kans dat Achmed een BB-maatregel krijgt, is groot. De kinderrechter heeft een persoonlijkheidsonderzoek gelast. Dat betekent dat de psychiater, de maatschappelijk werker en de groepsleiding gezamenlijk een beoordeling maken van zijn gedrag en karakter, op grond waarvan de rechter uitspraak doet. Achmed ziet niks in de psychiater. ""Hij kan mij niet van die agressie afhelpen. Ze denken maar dat ze iemand gelijk doorhebben!'' Morgen moet hij voorkomen. Al doet hij stoer, hij knijpt 'm als een oude dief.

Beestenboel

't Nieuwe Lloyd, dat plaats biedt aan zestig jongens, verving drie jaar geleden het oude Lloyd aan de Oostelijke Handelskade dat veertig cellen telde. Het hoge sombere bakstenen gebouw met de betraliede ramen - oorspronkelijk een quarantaine-huis voor immigranten van de scheepvaartmaatschappij Koninklijke Hollandsche Lloyd - moet met zijn uitzicht op de onmetelijke watervlakte van de haven de tuchthuis-nachtmerrie van menige Ciske de Rat zijn geweest. Adjunct-directeur Loek Dijkman heeft er jarenlang gewerkt, toen nog als psycholoog. Hij toont foto's van de oude cellen, met traditioneel traliewerk bij wijze van deur, een brits en een po, die de bewakers, zegt hij, 's ochtends regelmatig naar hun hoofd kregen gesmeten. ""De cellen waren net stallen, het was een echte beestenboel. Er werd soms brand gesticht, er werd wel eens een bewaker vanachter de tralies beetgegrepen en van zijn sleutels beroofd. Er waren veel meer uitbraakpogingen. Er werden steevast tralies doorgezaagd. Nee, daar kan ik niet nostalgisch over doen.''

Toch zijn er mensen in 't Nieuwe Lloyd die nog met enige weemoed terugdenken aan het oude gebouw. Het systeem was er heel anders. De jongens gingen overdag naar de werkzaal, waar een werkmeester hen bezighield, en er waren gevangenisbewaarders, die de hele dag op de gangen patrouilleerden. Er was veel meer onderling contact. Er werd wel eens een film voor de hele gevangenis gedraaid, waarbij het af en toe overigens op fikse vechtpartijen uitliep. 't Nieuwe Lloyd werkt, in opdracht van het ministerie van justitie, met het unit-systeem, waarbij tien jongens continu op één afdeling zitten, met tien "inrichtingswerkers', die ploegendiensten draaien en onderling inwisselbaar moeten zijn. Zij zijn manusje van alles, want het hele dagprogramma is hun verantwoordelijkheid. Eten, schoonmaken, luchten, sporten, computerles, film, vorming, houtbewerking, spelletjes doen, ze moeten er allemaal klaar voor staan en niet iedereen is daar even gelukkig mee. Uit veiligheidsoverwegingen hebben de units onderling nauwelijks of geen contact, alle afdelingen zijn hermetisch van elkaar afgesloten, twee units delen één luchtplaats, maar ook daar ontmoeten de jongens elkaar niet. ""Het unit-model werkt niet optimaal'', zegt Dijkman. ""Wat we missen is specialisatie. Het dagprogramma is afhankelijk van toevallige initiatieven van de inrichtingswerkers en die sterven vaak een vroegtijdige dood. Een veelgehoorde klacht van het personeel is dat het enorm veel energie kost om iets op te zetten, dat vervolgens bij ziekte of personeelswisseling onmiddellijk weer wegkwijnt.''

Spanning

"Inrichtingswerker" Gerrit, die vroeger met moeilijk opvoedbare jongens heeft gewerkt, is niet ontevreden over het unit-systeem. Hij vindt het leuk om programmaatjes voor de jongens te bedenken, leerzame films te draaien en gasten uit te nodigen om de sleur van het gevangenisleven te doorbreken. Zo kwam er een kick-bokser, een judokampioen, een jongen van Green Peace en een Surinamer, die wat over winti vertelde. Hij wil nog iemand van Amnesty International uitnodigen. De medewerkers van het arbeidsbureau zijn helaas minder in trek bij de jongens.

Maar niet iedereen is zo positief over de werksfeer. Het ziekteverzuim ligt in 't Nieuwe Lloyd met 15 à 20 procent heel hoog. Het werk is zwaar, de spanning kan in een groep plotseling oplopen. Daarnaast klaagt iedereen over personeelsgebrek. Er is een vacaturestop en justitie eist bezuinigingen op de personeelskosten. Dat betekent minder overuren voor het personeel en dus ook minder salaris. Voor de jongens betekent het dat ze vaker worden opgesloten. Door personeelsgebrek zijn nu twee van de zes afdelingen in gebruik als "start-unit'. Hier komen de nieuwkomers binnen. Ze zitten er voornamelijk in de cel en moeten vaak weken wachten voor ze naar een afdeling met een normaal dagprogramma kunnen worden overgeplaatst. Sinds 1 januari heeft de minister van justitie de budgettering van de rijksinrichtingen direct in handen van de directie gegeven, met het consigne zo zuinig mogelijk aan te doen. In 't Lloyd heeft dat al geleid tot een conflict tussen personeel en directeur Hubert Vermeulen.

In de fitness-ruimte bij sportleraar Harry kunnen de jongens èn het personeel hun overtollige energie of frustratie kwijt. Joyce, die op unit 6 werkt, doet noch in de sportzaal, noch op de luchtplaats in sportiviteit, energie en goed-gebektheid voor de jongens onder. Menigeen kijkt met heimelijke afgunst hoe zij, liggend op haar rug, met het grootste gemak de stang met gewichten tilt. Hier werkt iedereen op zijn manier aan zijn conditie. Voor de spiegelwand laten de boys met duidelijk welgevallen de spierbundels van hun magere, tanige jongenslijven rollen. De fonkelnieuwe apparatuur, zo lijkt het, wordt ten volle benut voor een nieuwe confrontatie met de buitenwereld.

Blonde Erik, een van de drie Nederlandse jongens op unit 6, krijgt rode konen van het opdrukken. Drie Nederlanders op de tien ingezetenen, dat is op dit moment zo ongeveer de verhouding in het hele Lloyd. De buitenlanders hebben de Nederlanders langzaamaan overvleugeld. Werkloosheid, disciplineproblemen, ontworteldheid en generatieconflicten: de oorzaken liggen voor het oprapen, maar in 't Lloyd vraagt men zich wel eens af wat er met de criminele Nederlanders gebeurt.

Gokverslaafd

Erik (17) komt uit een keurig gezin in Deventer. Zijn vader is beroepsmilitair, hij kan het goed met zijn ouders vinden, ze komen hem elke week opzoeken. Het was een moeilijk moment, zegt Erik, toen hij op het politiebureau aan zijn vader moest vertellen dat hij al jarenlang gokverslaafd was en wekelijks uit stelen ging. Merkkleren en gokken, daarvoor had Erik geld nodig, hoewel hij met een bijbaantje in een slachthuis zes- à achthonderd gulden in de maand verdiende. 't Was niet genoeg. Een beetje trainingspak kost vandaag de dag zeshonderd gulden en in een uurtje gokken jaag je er snel honderd gulden doorheen. ""Je denkt dat je slimmer bent dan die dingen'', zegt Erik over zijn gokverslaving. ""Ik ken alle trucjes op de kast, je weet dat je het verliest, maar dat houdt je niet tegen. Een genot is het niet, je voelt je steeds ellendiger, je baalt als een stekker, maar dat ben je ook gauw weer vergeten. En er is ook iets van: kijk mij eens, hoeveel geld ik erin kan stoppen!'' Opschepperij, daar is veel mee verklaard. Mooi in de kleren naar de disco, met een bundeltje bankbiljetten discreet, maar voor het kennersoog toch waarneembaar in je binnenzak.

Ook Erik was veertien toen hij zijn eerste diefstal pleegde. ""Niet van mijn moeder, nee, dat is heilig, daar blijf je van af.'' Hij stal uit een kledingzaak. Daarna werd het 's avonds inbreken in scholen of op de bouw. Voor een boormachine kan je nog heel wat krijgen. ""Het geeft een kick, je wil laten zien wat je kan. Ik schreef rare dingen op het schoolbord, zoals: Je kan me toch niet pakken!'' Toen werd het idee geboren voor een gewapende overval op een benzinestation. Een kwestie van afwegen, zegt Erik. ""Word je gepakt of niet? Is er geld of niet? Bovendien kunnen er ongelukken gebeuren. Wat doe je als hij tegenstribbelt? Neerschieten zou ik nooit doen, anders had ik wel een geladen pistool meegenomen. Als je pistool afgaat, dan ben je de laatste grens voorbij. Ik had een alarmpistool, dan loop je geen risico.'' Erik en zijn vriend besloten de overval lopend te plegen, dan ben je altijd sneller weg. Op een februari-avond zette Erik het alarmpistool tegen de slaap van de pompbediende en zei: Als je me nu geen geld geeft knal ik je helemaal verrot. Het resultaat was een miezerige duizend gulden. ""Dat was balen!'' zegt hij en hij krijgt er weer een kleur van. Drie dagen later werden ze opgepakt. ""We hebben natuurlijk toch onze mond niet kunnen houden. We zijn verluld, door wie weet ik niet.''

Eind april moet Erik voorkomen. ""Ze vinden mij een bedreiging voor de maatschappij!'' Hij schiet in de lach, toch een tikje zenuwachtig. ""Ik vind dat nogal een zwaar woord. Ik denk niet dat ik het nog een keer zal doen, maar zeker weet ik het niet. Als je al een aantal jaren bezig bent, leer je dat niet een-twee-drie af. De meesten die voor het criminele pad kiezen, verlaten het niet meer. Hierbinnen word je er ook niet beter van. Iedereen leert elkaar de kneepjes van het vak.''

Erik probeert zijn tijd in 't Lloyd - hij zit hier nu zeven weken en na twee weken werd hij er al gek van - goed te besteden. Hij wil zijn Mavo afmaken en doet dagelijks huiswerk. Eén keer in de week komt er een leraar. Erik wil slager worden. ""Ik ben de domste niet'', zegt hij bij herhaling. ""Ik heb een IQ van 120. Ze hebben me voor honderd procent toerekeningsvatbaar verklaard.'' Een leven als beroepscrimineel kan hij zich overigens best voorstellen, maar romantisch is dat om de dooie dood niet. ""Het is gewoon keihard geld verdienen. Je moet er heel wat voor doen en de risico's zijn groot. Iedereen wordt vroeg of laat gepakt.''

Gestoord

De meeste jongens in 't Lloyd zitten niet voor de eerste keer. Ze brengen hier hun voorarrest door in afwachting van een uitspraak van de kinderrechter. Daarna kunnen ze de opgelegde tuchtschoolstraf voor minderjarigen (maximaal zes maanden) in 't Lloyd doorbrengen. Behalve recidivisten zitten hier jongens voor zwaardere delicten: gewapende roofovervallen, zedendelicten, een enkele keer moord. Op unit 6 herinnert men zich een jongen, die een meisje had verkracht, vermoord en daarna opengesneden. Hij was zo gestoord dat hij dat verhaal voortdurend in geuren en kleuren moest vertellen. Dat is een ramp voor de groep, vinden de inrichtingswerkers, want van zo'n jongen gaat een desastreuze invloed uit. Volgens adjunct-directeur Dijkman denkt men wel over de vorming van speciale groepen voor "lichtere' en voor "zwaardere' gevallen, om de schade van beïnvloeding te beperken, maar ook hiervoor is helaas geen geld beschikbaar.

Ibrahim (17) is zo'n zwaarder geval. Hij heeft vorig jaar voor een overval op een juwelierszaak drie jaar gekregen en wacht op overplaatsing naar het huis van bewaring De Koepel in Breda. Het was zijn vierde gewapende overval. Op zijn vijftiende beroofde hij een benzinestation (ƒ 7500,-). Iets later werd hij gepakt voor een overval op een postkantoor (ƒ 35.000,-). Hij zat zes maanden in jeugdinrichting Eikenstein in Zeist, waaruit hij drie keer ontsnapte. Voor beroving van een juwelier (ƒ 19.000), kreeg hij negen maanden. De laatste overval, weer op een juwelier, liep slecht af: een klant probeerde zijn diefjesmaat het pistool af te pakken, het pistool ging af en de man raakte voor zijn leven verlamd. Ibrahim en zijn vriend vluchtten in paniek, maar werden na anderhalve week opgepakt. ""In het criminele circuit belanden is een fluitje van een cent'', zegt Ibrahim, ""maar kom er maar eens uit!'' In Marokko wil hij slechts zijn levensavond doorbrengen. Een neef van hem kreeg in Marokko tien jaar gevangenisstraf voor een overval op een goudtransport. Vijf jaar daarvan, zegt Ibrahim, moet hij in een ondergrondse kerker in het donker doorbrengen! Ibrahim is niet streng opgevoed, al zijn zijn ouders religieus en wordt er vijf keer per dag richting Mekka gebeden. ""Nederlandse ouders zijn veel opener dan Marokkaanse. Je kunt makkelijker met ze over je problemen praten. Wij moeten alles zelf oplossen.''

Prachtleven

Tussen het monopoly-en (er is net een nieuw spel aangeschaft, met bankbiljetten van vijftigduizend gulden), scrabbelen en schaken door praat ik met de Arubaanse Archie, die in 1974 in Haarlem is geboren. Op zijn veertiende sloeg hij een jongen bewusteloos toen ze ruzie kregen om een kopje thee. Toen werd hij van school getrapt. Hij kwam op een andere school terecht, maar daar had hij alleen maar ruzie met de leraren en leerlingen. Het waren allemaal "kakkers uit Heemstede', zegt Archie, en hij voelde zich er niet thuis. Het is het bekende verhaal: vechten, gokken, blowen in de koffieshops, inbreken, coke snuiven. ""Een prachtleven!'' zo vat Archie het kernachtig samen. Thuis had hij geen problemen. Hij noemt zijn vader een "aardige man' en zijn moeder "zorgzaam'. Ze sloegen hem niet, gaven hem hooguit standjes. Archie is gepakt voor een overval met een windbuks op een fietsenstalling. De opbrengst was negenhonderd gulden en de officier van justitie eiste drie jaar. Daar is Archie behoorlijk van geschrokken.

De kinderrechter vroeg om een persoonlijkheidsonderzoek. Archie komt met de schrik vrij: hij mag op overlevingstocht naar Noorwegen, drie maanden met twintig kilo op je rug en zes andere jongens door de wildernis trekken. Zoals de meesten zegt ook Archie dat hij uit het criminele milieu wil breken. Hij wil "nokken' met zijn oude vrienden. ""Als je uit de gevangenis bent, wil je geld, dat is het probleem. Ik hoop dat ze me op die tocht leren met geld om te gaan. Ik red het wel, ik ben sterk genoeg, maar ik heb hulp nodig. Als je steeds de gevangenis in en uit gaat, word je alleen maar erger. Maar één ding weet ik zeker: als ik faal op die tocht, dan bekijken ze het maar allemaal, dan ga ik terug naar mijn oude leven.''

Archie is niet ontevreden over 't Lloyd. De groep is niet onaardig, en de leiding ook niet. Hij ziet ze als leraren, "maar dan toffer'. ""Ze helpen je als je ergens mee zit, als je geen bezoek krijgt, als je je kut voelt en je wilt je hart luchten. Maar je moet je nooit hechten aan de mensen hier, niet aan de jongens en ook niet aan de groepsleiding. Je moet alles van 't Lloyd zo snel mogelijk vergeten.''

Uit de gevangenisbibliotheek haalt Archie het liefst "erotische' boeken en boeken over psychologie. ""Ik wil weten hoe de mensen in elkaar zitten. Ik begrijp nu dat ik snel te verleiden ben, ik kan moeilijk nee zeggen. Ik ben geen tobber, eerder een vrolijk type. Het allerleukste vind ik de meisjes, niet alleen vanwege de seks, je kunt zo goed met ze lachen, ze zijn veel liever. Ik kan veel beter met meisjes opschieten dan met jongens, behalve als ze je vriendin zijn, dan worden ze weer irritant.'' Tijdens ons gesprek "op cel' dwalen mijn ogen onwillekeurig nu en dan af naar de twee grote blonde pin-ups, die naast Archie's bed hangen. Als we teruglopen naar de woonkamer, zegt Archie plotseling tegen Sylvia, één van de groepsleiders: ""Ik ga die posters weghalen.'' Sylvia kijkt mij verbaasd aan. ""Heb jij...?'' vraagt ze. Ik knik van nee. ""Meestal begin ik er niet over tegen de jongens, maar met Archie had ik het erover gehad'', zegt Sylvia. Archie drentelt naar de groep terug.

Zelfverdediging

De volgende morgen moet Achmed voorkomen bij de arrondissementsrechtbank naast de Dom van Utrecht. Wordt het BB? Zijn advocaat denkt van niet. Het rapport van de psychiater is redelijk positief uitgevallen, hij vindt Achmed weliswaar verminderd toerekeningsvatbaar, maar een Bijzondere behandeling zou weleens averechts kunnen uitpakken. De officier van justitie acht poging tot doodslag, bedreiging met een mes en het bezit van een verboden vlindermes bewezen. ""Achmed'', zegt de kinderrechter, ""als jij kwaad wordt doe je rare dingen! Besef je wel dat die jongen dood had kunnen zijn?'' ""Ja'', zegt Achmed, ""maar het was zelfverdediging. Die jongen bleef maar op me afkomen. Ik ben maar een kleine jongen, ik kan niemand te grazen nemen!'' ""Je hóeft niemand te grazen te nemen'', pareert de rechter en Achmed beaamt dat hij verkeerd heeft gehandeld. ""Ik ben ouder geworden'', zegt hij, ""ik wil een normaal leventje gaan leiden, mijn school afmaken.'' ""De psychiater vindt dat je een "gladde babbel' hebt'', zegt de rechter streng en Achmed kijkt naar de punten van zijn schoenen.

De advocaat wijst in zijn pleidooi op de verbetering in Achmeds gedrag, die gestaafd wordt door het psychiatrisch rapport. Het woord is aan Achmeds vader. Met hulp van een tolk spreekt hij zijn verontwaardiging uit over het onrecht dat zijn zoon wordt aangedaan. Wat zijn zoon heeft gedaan is slecht, maar hij handelde uit zelfverdediging. Vader is het oneens met het voorarrest, hij vindt de behandeling van zijn zoon "onmenselijk' en denkt dat hij is gearresteerd omdat hij een vreemdeling is. ""Ik heb met respect naar uw woorden geluisterd'', zegt de rechter, ""maar ik ben het er absoluut mee oneens. In plaats van te kijken naar wat uw zoon is aangedaan, zou u er goed aan doen ook eens te kijken wat Achmed die ander heeft aangedaan.'' Het vonnis luidt zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, en verplicht contact met de reclassering. In september kan Achmed weer naar school. Opgelucht laat hij zich door de parketwachter in de boeien sluiten.

Koude douche

In 't Lloyd valt intussen de avond. Het eten is achter de kiezen, de afwas gedaan, de spelletjes opgeruimd. De jongens hangen voor de televisie. Joyce heeft een Amerikaanse videofilm van huis meegenomen. De band gaat er om half negen in, zodat de jongens om klokslag tien uur naar de cel kunnen. De Hollandse Carlo begint nog wat te dollen bij het opruimen, totdat Gerrit en Joyce hem onder de koude douche zetten. Gierend van de lach en druipnat duikt hij zijn cel in. De deur gaat op slot. Gerrit en Abdel kijken nog even naar het voetballen, Joyce dweilt de vloer. Ik loop de trap af, langs de vijver met de grote bleke naar adem happende goudvis, door de stalen sluisdeuren, door het hekwerk. Buiten hangt de eerste zwoele lentenacht. Ik draai me om en kijk naar het fort. Uit de smalle raampjes valt licht. Voor het raampje van zijn cel op de tweede verdieping houdt een jongen een schijngevecht. Tegen het licht lijkt hij reusachtig groot. Geluidloos danst en bokst hij achter onbreekbaar glas tegen een onzichtbare tegenstander. Uit een open raam stijgen flarden hip-hopmuziek op. De maan is vol.

De namen van de jongens in dit stuk zijn gefingeerd.