ARABISCHE JODEN TUSSEN ISLAM EN WESTERS KOLONIALISME

The Jews of Arab Lands in Modern Times door Norman A. Stillman 604 blz., geïll., The Jewish Publication Society 1991, f 93,50 ISBN 0 82760 370 3

In de nacht van 7 op 8 november 1942 weet een joodse verzetsgroep in Algerije een geslaagde putsch te plegen tegen het Franse pro-Duitse Vichy-bewind dat tijdens de Tweede Wereldoorlog over Algerije heerste. De coup stond onder leiding van een toen 21-jarige joodse student, José Aboulker.

Het lukte de putschisten strategische plaatsen in handen te krijgen en zo de geallieerde landing in Algerije te vergemakkelijken. De samenzweerders hadden bovendien alle belangrijke Franse gezagdragers in handen, ook generaal Juin, de Franse bevelhebber, en zelfs admiraal Jean François Darlan, de Franse Hoge Commissaris voor heel Noord-Afrika, die van februari 1941 tot april 1942 vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken geweest was in het regime-Pétain.

Wanneer de Amerikanen dank zij Aboulker hebben kunnen landen, herstellen zij evenwel de Vichy-autoriteiten in hun functies. Het Amerikaanse contact van de verzetsgroep, Robert Murphy, had een deal met de gevangen Darlan weten te sluiten. Aboulker verdwijnt naar een interneringskamp in Laghouat in Midden-Algerije - ongetwijfeld een kamp waar nu leden van de fundamentalistische FIS-partij vertoeven.

Eind 1942 vertelde een van de leden van de Aboulker-groep aan een Amerikaanse journalist hoe dit verraad toeging: ""De commandant van de geheime politie (van Vichy in Algerije) die uiteraard zijn positie (van de Amerikanen) heeft teruggekregen, lag kort geleden nog op de grond te huilen en smeekte een van mijn vrienden zijn leven te sparen. Wat denkt u dat hij nu voelt ten opzichte van de man die zijn leven inderdaad gespaard heeft? Je had moeten zien hoe ellendig ze zich gedroegen toen ze de geweren zagen, die dappere jodenjagers.''

Tot aan de eigenaardige Amerikaanse manoeuvre bestond onder de joden in Noord-Afrika nauwelijks enig zionisme. Daarna was emigratie naar Palestina of Frankrijk voor de joden van Algerije van de ene dag op de andere een redelijke en zelfs aantrekkelijke keuze geworden.

GODS EVENBEELD

Het verhaal van de 21-jarige joodse student Aboulker die in 1942 Algerije op de fascisten veroverde heeft een hoog Kuifje-gehalte. Er is één verschil: het is niet verzonnen maar echt gebeurd. De geschiedenis van de joden in de Arabische wereld in de moderne tijd zit vol met zulk soort verhalen - en lang niet al die verhalen bieden steun aan de opvatting dat de mens naar Gods evenbeeld geschapen is. In zijn monumentale The Jews of Arab Lands in Modern Times beschrijft de befaamde Arabist Norman A. Stillman meer dan een voorbeeld daarvan.

Zo was er de kwestie in Irak. Op donderdag 29 mei 1941 bevonden de Britse troepen die Irak op het pro-Duitse bewind van Rashid Ali hadden heroverd zich aan de zuidkant van Bagdad. Zondag 1 juni kwam de Iraakse regent Abd al-Ilâh terug uit ballingschap in Transjordanië om zijn taken als staatshoofd weer op zich te nemen. Bagdad was op dat moment nog steeds een stad waar de joden de grootste bevolkingsgroep uitmaakten. Een menigte van joden uit Bagdad, loyaal aan hun terugkerende wettige vorst, verwelkomde hem aan de westerlijke oever van de Tigris. Iraakse soldaten openden het vuur, burgers gingen meedoen, en diezelfde avond nog was er een echte pogrom bezig.

Wat deden de Britten? Zij hielden zich afzijdig. Volgens een historicus dronken zij thee. Ze hadden gezien hun overmacht de pogrom met gemak kunnen laten ophouden, maar hun eigenaardige opvattingen over neutraliteit maakten dat zij zich afzijdig hielden. Uiteindelijk liet de regent door Koerdische troepen uit het Noorden de orde in Bagdad herstellen.

Het merendeel van de joden in Irak was er door de Britse "neutrale' houding nu van overtuigd geraakt dat, na meer dan twee millennia, emigratie uit Irak geboden was.

Behalve de Britten hebben ook de Fransen vaak de behoefte gevoeld zich neutraal op te stellen, ten koste van de joden in de Arabische wereld, in de hoop sympathie te winnen bij de Arabische moslimse meerderheid. In 1870 hadden de joden van Algerije het Frans staatsburgerschap verkregen bij het Edict van Crémieux. In de veronderstelling dat dit de Algerijnen meer pro-Frans en minder Arabisch-nationalistisch zou maken, herriep het Franse Vichy-regime dit edict in oktober 1940. Het resultaat was echter het omgekeerde van wat de Franse neutralisten dachten te bereiken: Wat is het Franse staatsburgerschap waard wanneer het na zeventig jaar herroepen kan worden, zo redeneerden Algerijnse leiders.

PRACHTIGE DETAILS

Desalniettemin geloofden de meeste joden in de Arabische wereld na afloop van de Tweede Wereldoorlog dat zij hun leven min of meer normaal konden hervatten. Zij bevroedden in de verste verte niet dat zij gedwongen zouden kunnen worden grote existentiële beslissingen te nemen. ""De snelle loop van de gebeurtenissen in de volgende paar jaar zou bewijzen dat zij ongelijk hadden,'' schrijft Stillman onheilspellend.

Die gebeurtenissen nemen ongeveer 180 bladzijden in beslag. Daarop volgen nog bijna 400 bladzijden met in het Engels vertaalde documenten die prachtige details bevatten van het soort dat een lezer misschien eerder in een historische roman zou verwachten. Wat te denken van de "Respons' uit 1907 van de Rabbijn van Alexandrië over een klemmende vraag die de voorhang betrof van de kast waarin de thora-rollen in de synagoge opgeborgen werden? Dit gordijn was een schenking van een vrouw die in Kaïro een befaamd bordeel dreef. Zij had haar naam op het doek laten borduren. De rabbijn kon dat niet goedkeuren, omdat het zien van haar naam ""jonge mannen zelfs tijdens het gebed op slechte gedachten zou kunnen brengen.''

Norman Stillman is hoogleraar Arabisch en geschiedenis aan de State University of New York in Binghamton. Zijn faam onder collega's dankt hij allereerst aan zijn The Language and Culture of the Jews of Sefrou, Morocco uit 1989. In zijn eerder verschenen The Jews of Arab Lands beschijft hij het leven van de joden van de Islam tot ongeveer het begin van deze eeuw. Het nu verschenen boek vervolgt dit verhaal.

Het is een in het Westen nauwelijks bekend verhaal, dat niet gemakkelijk verteld kan worden: er rust een zware ideologische hypotheek op. Onder oriëntalisten (èn onder moderne Arabische nationalisten) wordt traditioneel de islamitische religieuze tolerantie verheerlijkt: daar kunnen de Westerse christenen een voorbeeld aan nemen, is de meestal onuitgesproken achterliggende gedachte. Inderdaad gaven tot aan het begin van het koloniale tijdperk de joden vaak de voorkeur aan de moslimse wereld boven de middeleeuws-christelijke. Maar daarna zijn de verhoudingen gewijzigd. Evenals de christelijke protegés van het Islamitische oppergezag kozen de joden in de moslimwereld in het algemeen ondubbelzinnig voor modernisering in de Westerse zin des woords.

Voor Israelische historici is het onderwerp ook niet neutraal: wat zou het voor hen toch mooi zijn als er sporen van zionisme gevonden konden worden in de geschiedenis van de joden van de Arabische wereld. Dat het zionisme een puur Europese nationalistische beweging geweest zou zijn, waar bij de joden in de islamitische wereld nauwelijks begrip voor bestond, is in hun ogen immers toch eigenlijk ontoelaatbaar.

ZINSWENDINGEN

Norman Stillman omzeilt deze klippen behendig. Zoals wanneer hij schrijft over een zekere Joseph Marco Barukh, een Turkse zionistische activist, geboren in 1872 en van 1894-95 actief in Algerije, een formule te gebruiken als ""he may have succeeded in raising the consciousness of some local Jews to the Zionist idea''. Een historicus die zulke zinswendingen weet te verzinnen, is het wel toevertrouwd over gevoelige onderwerpen te schrijven.

Er zijn voor een Westerse lezer weinig getuigenissen beschikbaar van joden (of christenen) die onder die tegenwoordig zo zwaar ideologisch geladen islamitische tolerantie geleefd hebben. De bronnen zijn gesteld in het Arabisch, Turks, Frans, Engels, Hebreeuws of andere talen, en bevinden zich meestal in bibliotheken of archieven die niet gemakkelijk en zeker niet vrij toegankelijk zijn. De teksten zijn bovenal doorgaans weinig opwekkend.

De boeken van Stillman geven een beeld van wat de joden in de twintigste eeuw zelf van de islam gevonden hebben. Stillman beschrijft hen van binnen uit, met gevoel voor sfeer en detail. Fundamentalistische ideologen van welke nationalistische of religieuze richting dan ook zullen hem niet overal willen volgen in dit boek. Maar voor de onbevangen lezer is er altijd nog de overvloed van door Stillman vertaalde documenten waarin de meest betrokkenen rechtstreeks hun verhaal doen. Er zijn niet genoeg van dit soort boeken.