Antilliaans eiland put uit "rijbewijstoerisme' half miljoen per jaar

WILLEMSTAD, 25 APRIL. Het in grote financiële nood verkerende Antilliaanse eiland Saba kan niet zonder het zogenoemde rijbewijstoerisme uit Nederland. De inkomsten daaruit voor de overheid bedragen gemiddeld een half miljoen gulden per jaar. Dit heeft de politieke leider, Will Johnson, van het duizend inwoners tellende eiland laten weten.

De eerste drie maanden van dit jaar reisden gemiddeld zestig Nederlanders per week naar Saba om rijlessen te nemen en hun rijbewijs te halen. Als Nederland deze bron van inkomsten door een gelegendheidswetgeving afsnijdt, wordt de financiële ellende van het eiland alleen maar groter, aldus Johnson.

Het begrotingstekort van Saba bedroeg vorig jaar 1,2 miljoen gulden, 22 procent van de begroting. Door de onlangs in Willemstad bereikte overeenkomst over de ambtenarensalarissen zal het tekort in 1992 oplopen tot 2,4 miljoen. De begroting van dit jaar geeft uitgaven aan van 6,6 miljoen. Johson zei donderdag dat indien niet snel iets gebeurt de scholen en het ziekenhuis gesloten moeten worden. Ook zullen de nieuwe salarissen van de ambtenaren niet kunnen worden uitbetaald.

Het bestuurscollege heeft minister Hirsch Ballin (justitie en Antilliaanse Zaken) gevraagd tijdens het weekeinde de problemen met hem te bespreken. De bewindsman komt op doorreis uit Washington naar Nederland zaterdag laat op St. Maarten aan. Zondag reist hij via Aruba naar Schiphol. Op zijn programma staat alleen een gesprek met de nieuwe gezaghebber van St. Maarten, Russell Voges.

De steeds groter wordende tekorten van Saba zijn van structurele aard. Al jaren brengt het eiland niet genoeg op voor een sluitende begroting. Om die reden ontvangt het jaarlijks subsidie uit het zogenoemde solidariteitsfonds waaraan naast Curacao en St. Maarten ook Nederland en Aruba bijdragen. De hoogte van de steun aan de eilanden Bonaire, St. Eustatius en St. Maarten is in 1983 vastgesteld. Sindsdien zijn, aldus Johnson, ondanks een uiterst zuinig beleid de kosten voor de eilandsoverheid enorm gestegen.