Agressieve stijl Indiase musicus Buddhadev Das Gupta; Sarodspeler breekt snaren

Concert: De Indiase sarodspeler Buddhadev Das Gupta met Debendra Kante Chakrabarty (tabla) en Koustov Ray (tanpura). Gehoord: 24/4 Vredenburg, Utrecht. Verder te horen: vanavond Tropeninstituut, Amsterdam, 26/4 Doelen, Rotterdam, 29/4 Diligentia, Den Haag, 30/4 De Synagoge, Tilburg.

“Ik maak me echt niet druk of iedereen in het publiek gelukkig is met mijn optreden. Dat is meer een probleem voor echte beroepsmusici.” Dat zei de Indiase sarodspeler Buddhadev Das Gupta tijdens een interview in 1985 dat is afgedrukt bij zijn laatst verschenen cd Nayak Ki Kanra (RAGA-210). Gupta was toen ingenieur bij het GEB van Calcutta, de muziek beoefende hij in vrije uren. Hoewel hij zijn baan intussen vaarwel heeft gezegd - hij is inmiddels 59 - lijkt zijn houding tegenover de muziek onveranderd. In Vredenburg speelde hij alsof hij in zijn huiskamer zat, wel betrokken maar heel informeel, wie het niet mooi vond moest maar gaan. Het voordeel hiervan was dat Gupta dapper door bleef gaan, wat er ook gebeurde. Het wegspringen van een plectrum werd gevolgd door een laconieke duik in de reservedoos, het breken van een snaar gaf aanleiding tot een verhandeling over de oorsprong van de sarod. Het instrument werd ontwikkeld uit de Afghaanse rabab, een instrument dat de linkerhand zo weinig te doen gaf dat die andere hand wel extra krachtig moest spelen. Dat deze uitleg terzake was, bleek uit het feit dat Gupta daarna nogmaals een snaar brak maar sterker nog uit zijn speelwijze.

Mandoline

Wordt de stijl van de beroemde sarodspeler Ali Akbar Khan vooral gekenmerkt door zangerigheid en lang doorklinkende noten, Gupta hanteert een veel agressievere stijl die vooral in de up tempo's iets rafeligs heeft, als een te snel bespeelde slaggitaar. Of mandoline, want daar doet Gupta's geluid soms sterk aan denken. De muziek van Gupta is vitaal en levenslustig en zo hoort het ook bij een ex-ingenieur van een energiebedrijf. Wie graag wil mediteren met alle concentratie die daarbij hoort is bij Gupta echter aan het verkeerde adres. Een raga is voor hem, zo lijkt het, meer een kwestie van motoriek dan van magie. Wie twintig keer bijstemt op een avond heeft iets van een fijnmechanieker.