Zonder anonimiteit trekken spermadonors zich terug

Mensen kunnen op het moment waarop zij kiezen voor een kind door kunstmatige inseminatie (k.i.), een keuze maken tussen een - voor hen - bekende, en een onbekende donor. De rechten van het kind op bekendheid met de donor liggen ingewikkelder. Wanneer de ouders kiezen voor een onbekende donor, is diens anonimiteit gewaarborgd. Dit leidt tot problemen bij sommige k.i.-kinderen, die de identiteit van hun vader willen kennen en soms veel in het werk stellen om daar achter te komen.

Binnenkort verschijnt over deze materie een advies van de werkgroep k.i.-donorschap. Daarin wordt het recht van het kind erkend zijn biologische afkomst te kennen, wat dus opheffing van de anonimiteit van de donor impliceert. Het is interessant om hierover de mening te horen van kinderen die veelal menen dat zij door een eenmalig bezoek aan hun vader tevredengesteld in hun gezin zullen terugkeren en dat dat dus wel het minste is waartoe een donor bereid zou moeten zijn. Donors kunnen dit echter als een nachtmerrie ervaren en het kan er toe leiden dat velen zich terugtrekken.

K.i.-kinderen gaan op een zeker moment twijfelen aan hun biologische afkomst. De redenen zijn velerlei en variëren van het eenvoudige “ik lijk helemaal niet op mijn vader” tot karakterologische verschillen, eventueel aangevuld met erfelijke biologische "afwijkingen' als diabetes mellitus of depressiviteit, die in het gezin en de familie niet voorkomen. Ook kunnen vermeende verschillen een rol spelen in de manier waarop de ouders van gecombineerde gezinnen hun k.i.-kinderen en de de "echte' kinderen behandelen. In andere gevallen besluiten de ouders vaak zelf het kind te informeren.

Het is begrijpelijk dat een kind dat er achter komt dat de vader in het gezin niet de "echte' vader is, de behoefte krijgt de biologische vader te leren kennen, maar noodzakelijk is dit geenszins. De directe omgeving van het kind, zijn positie in het gezin, het tijdstip en de wijze waarop het ervaart dat het een kind is dat door k.i. is verwekt en met name de manier waarop anderen hem beïnvloeden bij het opeisen zijn recht om zijn biologische vader te leren kennen, spelen hierbij een cruciale rol. Het kind is op dat moment onderhevig aan heftige emoties en beïnvloeding door zijn omgeving. De recente publiciteit over deze problematiek speelt mogelijk een rol bij de mate waarin k.i.-kinderen naar de identiteit van hun biologische vader op zoek zijn.

Het is opmerkelijk dat de discussie over de rechten van het kind nauwelijks op argumenten stoelt. Deze rechten worden door voorstanders als logisch feit geponeerd: “natuurlijk heeft ieder kind recht op het kennen van zijn biologische oorsprong”. Op de vraag "waarom' blijft men een beargumenteerd antwoord schuldig. Argumenten voor de voortzetting van de anonimiteit van de donor worden bestempeld als "egoïstisch handelen van de ouders'. Ouders die voor een k.i.-kind kiezen in de wetenschap dat het nooit zijn eigen vader zal kennen, zouden immers het kind dit recht ontnemen alleen om hun eigen wens of behoefte naar een kind te bevredigen. Dit is een wel erg simplistische veroordeling, die een van de mooiste en ingrijpendste aspecten van het huwelijk reduceert tot een banaal egoïstisch pleziertje van de partners.

Het is onjuist om de zorgvuldige overweging van ouders om tussen geen kinderen, adopteren of een k.i.-kind, af te wijzen als egoïsme alleen omdat het kind nooit de biologische vader zal kennen en hieraan de conclusie te verbinden dat het "dus een ongelukkig kind zal worden'.

En het is naïef te denken dat de wens van het kind om de biologische vader te kennen, beperkt zal blijven tot een eenmalig bezoek. Dit kan leiden tot de wens van het kind een diepgaander relatie met de donor aan te gaan. Het is een vraag in hoeverre die ontwikkeling voor zowel donor als kind wenselijk is, vooral als de donor dit niet wil of kan. Bij de donor gaat het in dit geval niet om één, maar om meer kinderen.

Het is daarom voorstelbaar dat het opheffen van de anonimiteit van de donor zal leiden tot een aanzienlijke beperking van het aantal beschikbare donors.