Weinig kennis in VS over Surinaamse drugs; Wetgeving VS biedt meer ruimte druggeld in beslag te nemen

WASHINGTON, 24 APRIL. Bij de intensieve justitiële samenwerking in het aanpakken van de Surinaamse en Antilliaanse drugmafia, die minister Hirsch Ballin (justitie) deze week met de Amerikanen is overeengekomen, zal het verzamelen van bewijsmateriaal voor het grootste deel een Nederlandse aangelegenheid zijn.

Uit gesprekken bij de Amerikaanse drugbestrijdingsorganisatie DEA is gebleken dat de daar aanwezige kennis over de cocaïnehandel uit Suriname zeer gering is. “Eigenlijk weten wij bijna niets over de rol van Suriname in de drughandel en dat is ook niet verwonderlijk, want voor zover we kunnen nagaan komt er ook geen cocaïne via Suriname naar de Verenigde Staten”, beklemtoont het hoofd van de afdeling cocaïneonderzoeken van de DEA, Robert J. Nieves.

Dat de Amerikaanse justitie toch volledig wil meewerken aan de Nederlandse pogingen de drugmafia vooral financieel te ontmantelen, is een uitvloeisel van de wereldwijde oorlog die de Verenigde Staten hebben afgekondigd tegen de handel in verdovende middelen. Bovendien stelt de DEA zich op het standpunt dat drugwinsten die via Suriname en de Antillen worden gemaakt, uiteindelijk ook weer ten goede komen aan de kartels die zich op de Amerikaanse markt richten.

Het vergaren van bewijsmateriaal is de taak van het uit 35 personen bestaande zogeheten Suri-team waarin agenten van verscheidene gemeentelijke politiekorpsen en de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI) samenwerken. Met de instelling van dit team - voorlopig voor een periode van twee jaar - beschikt Hirsch Ballin over een eigen operationele politie-eenheid. Weliswaar is het Suri-team formeel ondergebracht in het ressort Den Haag onder leiding van de procureur-generaal A. Heyder, maar het is volgens de minister van justitie het eerste team “met een landelijke taakstelling”.

Het voordeel dat Nederland kan putten uit de samenwerking met de Verenigde Staten ligt op het terrein van de gemaakte afspraken over de "Asset-sharing'. Het drugvermogen dat beide landen in beslag weten te nemen via onderzoek zal in beginsel door de helft gedeeld worden.

Uit onderzoek dat de voorloper van het Suri-team heeft verricht - het Haagse zogeheten CoPa (Colombia-Paramaribo)-team - is al gebleken dat het vermogen van Surinaamse en Antilliaanse drughandelaren tientallen miljoenen dollars bedraagt. Voor de Nederlandse justitie is dit drugkapitaal voor het grootste deel onbereikbaar omdat het vooral is belegd in het Caraïbisch gebied en de Verenigde Staten.

Amerikaanse wetgeving biedt in vergelijking met de Nederlandse regels veel meer mogelijkheden om tot inbeslagneming over te gaan van inkomsten waarvan het vermoeden bestaat dat zij van criminele handelingen afkomstig zijn. In Nederland kan crimineel bezit alleen worden geconfisqueerd als uitvloeisel van het strafproces tegen een concrete verdachte.

In de Verenigde Staten kunnen daarentegen afzonderlijke procedures worden begonnen die puur gericht zijn op het liquideren van criminele vermogens. Door afspraken die de Verenigde Staten met tientallen landen hebben gemaakt, kan de Amerikaanse justitie bovendien geld en goederen opeisen die een in Amerika strafbare verdachte in het buitenland heeft ondergebracht. De DEA zegt via dergelijk optreden tegen het witwassen van druggeld de laatste drie jaar in totaal één miljard dollar in beslag te hebben genomen.

In de onderhandelingen die Nederland deze week in Washington heeft gevoerd gaven de Amerikanen aanvankelijk te kennen dat, indien via optreden van justitie in de Verenigde Staten beslag zou worden gelegd op Surinaams druggeld, de opbrengst volledig in Amerikaanse handen zou dienen te komen. De uiteindelijke afspraak is dat de opbrengst in beginsel wordt verdeeld. Alleen als een land duidelijk kan maken dat de inspanningen van één partij aanmerkelijk groter zijn dan die van de andere, kan de verdeelsleutel worden aangepast.

Beide landen hebben op die manier voordeel bij de jacht op het geld en daarmee het vleugellam maken van de cocaïnehandelaren. Al gebruiken ze bij de DEA liever niet het woord profijtelijk. “We zitten hier niet om geld te verdienen, maar om handelaren onschadelijk te maken”.