Visserij krijgt grotere rol bij vangstbeperking

DEN HAAG, 24 APRIL. Het visserijbedrijfsleven moet meer worden betrokken bij de uitvoering van het visserijbeleid. De vangst moet worden beperkt door het aantal dagen dat een visser op zee mag zijn te verminderen. Een kwart van de Waddenzee en een zevende deel van de Oosterschelde worden gesloten voor de visserij op kokkels en mossels.

Dit blijkt uit de structuurnota Zee- en Kustvisserij die minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij) gistermiddag heeft gepresenteerd. De nota zet het beleid tot het jaar 2000 uit.

Hoewel de zorg voor het visbestand volgens de minister bij de overheid hoort, vindt hij dat het beheer van vangstquota en alles wat te maken heeft met het economisch reilen en zeilen een taak voor de bedrijfstak zelf.

Het grootste probleem in de visserij is de structurele overbevissing. Een ingewikkeld systeem van regelgeving en een intensieve controle op de visserij hebben dat niet kunnen oplossen. In zijn nota erkent Bukman dat verdergaan op de huidige weg geen zin meer heeft. Een nog zwaardere inzet van de Algemene Inspectiedienst vindt hij niet reëel.

Volgens Bukman moet in beleid meer de nadruk worden gelegd op een beperking van het aantal dagen dat de vissers op zee vertoeven. Bukman heeft in Brussel voorgesteld de vangstquota te vervangen door een zeedagenregeling, waarbij het aantal dagen de komende jaren van 170 wordt teruggeschroefd naar gemiddeld 110 of 120.

Volgens de minister is het noodzakelijk dat de belangen van de visserij samengaan met de natuurbelangen. Om die reden wil Bukman in 1993 delen van de Waddenzee en de Oosterschelde sluiten voor de visserij op kokkels en mossels. Eind vorig jaar zegde Nederland op de Waddenzeeconferentie in het Deense Esbjerg al toe “aanzienlijke delen van de Waddenzee” te sluiten voor de visserij.