Rauw

Iemand heeft me eens aangeraden te doen alsof het normaal is om van vogels te houden. Zijn favoriete vogelaar had niets van een schuwe zonderling, maar stond net als ieder ander middenin zijn tijd, met beide benen op de grond. Die iemand had een strategisch belang bij deze benadering, hij was directeur van Vogelbescherming.

Woensdagmiddag stond ik op een veldje in de Nieuwkoopse Plassen te praten met mevrouw Poortenaar, gedeputeerde van Utrecht. Even tevoren had Winsemius van Natuurmonumenten het plan 'De Nieuwe Venen' gepresenteerd, een ingrijpend idee voor de ontwikkeling van natte natuur, zo ongeveer van Bodegraven tot de Bijlmer.

Waar we het over hadden, mevrouw Poortenaar en ik, is me ontschoten. Het was vast wel iets belangrijks, geen gekeuvel, met gedeputeerden wordt per definitie niet gekeuveld.

Hoe dan ook, op zeker ogenblik passeerde ons een rauw vogelgeluid, zo'n geluid waarvan je op dat moment beseft dat je het maandenlang gemist hebt. Ik liet het gesprek terstond vallen, wees naar de lucht en zei: “Visdiefje!”

Dit moet een tamelijk zonderlinge indruk hebben gemaakt. Zelf heb ik er tenminste een tamelijk zonderling gevoel aan overgehouden en dat zou ik graag zo laten.

Het is dwaas om van vogels te houden. Juist omdat het dwaasheid is, moet het worden aangemoedigd.