Parijs en Brussel rollen spionagenetwerk op

PARIJS, 24 APRIL. Een Belgische elektro-techisch ingenieur, Alain Brienne, is gisteren in Parijs officieel beschuldigd van spionage voor de Russische inlichtingendienst SVR, zoals de voormalige KGB thans officieel heet. Brienne was een van de zes Belgen en Fransen die dezer dagen door de Franse contra-spionagedienst DST werden verhoord omdat zij worden verdacht van spionage voor Moskou. De overige vijf zijn vrijgelaten.

De arrestatie van Brienne vloeit voort uit de operatie "Glasnost' van de Belgische staatsveiligheidsdienst, die twee weken geleden leidde tot de uitwijzing van vier Russische diplomaten die in Brussel waren gestationeerd en de arrestatie van elf Belgen, onder wie een journalist van de christen-democratische krant De Standaard. De Belgische contra-spionage rolde met deze actie een groot net van KGB-informanten op die verdacht worden van industriële spionage. (De uitwijzing van vier Russen uit Nederland houdt volgens het ministerie van binnenlandse zaken in Den Haag met deze actie geen verband.)

De Belgische en Franse acties hebben direct te maken met de onthullingen van een Russische overloper, Vladimir Komopliev, eerste secretaris van de Russische ambassade in Brussel, die zich in 1991 bij de Amerikaanse inlichtingendienst CIA meldde. De diplomaat gaf de CIA veertig namen van Belgen en Fransen die soms tien en in één geval zelfs 25 jaar actief waren voor de KGB. De CIA gaf de informatie door aan de Staatsveiligheidsdienst en de Franse DST. Behalve de journalist, een luchtvaartspecialist, werden in België zakenlieden en een onderwijsinspecteur gearresteerd.

Het Franse vervolg van de Belgische "Glasnost' is vooralsnog beperkt. De Franse contra-spionage was volgens Franse kranten vooral geïnteresseerd in de KGB-activiteit om informatie te verwerven op het gebied van telecommunicatie en in het bijzonder over "Rita', het militaire communicatiesysteem dat is ontwikkeld door de Franse staatsonderneming Thomson. Rita (Réseau intégré de transmission automatique) wordt gebruikt door het Franse en Belgische leger en door het Amerikaanse ministerie van defensie.

Uit het Belgische onderzoek is gebleken dat de ex-KGB-spionnen bezig waren met het opzetten van een nieuw netwerk. Sommige Belgen die waren benaderd maar nog niet operationeel waren zijn na verhoor vrijgelaten.