Ouder kan kind als erfstuk nalaten

Een gescheiden moeder kan, als zij het voogdijschap heeft, haar kinderen per testament vermaken - ook als de vader van de kinderen nog in leven is en zijn kinderen zelf wil grootbrengen. Onlangs heeft zich een dergelijk geval voorgedaan. Een gescheiden moeder vermaakte per testament de kinderen aan een vriendin. De vader, die een tweewekelijks contact met zijn kinderen onderhield, wilde hen na de crematie meenemen. De benoemde voogdes en haar echtgenoot weerhielden hem hier echter van.

De vader beraadslaagt vervolgens met de familie van zijn overleden ex-echtgenote en met zijn eigen familie en iedereen is het erover eens dat hij de aangewezen persoon is om voor de kinderen te zorgen. Niet alleen is hij hun vader, en uitstekend in staat om deze taak op zich te nemen, bovendien is er voor de kinderen geen speciale reden om bij hun moeders vriendin te blijven. Of de kinderen nu bij de vriendin of bij hun vader blijven, in beide gevallen moeten ze van woonplaats en van school veranderen.

Nadat hij een verzoekschrift heeft ingediend bij de rechtbank, laat de vader zijn kinderen niet naar de vriendin teruggaan als ze in het weekend bij hem geweest zijn. De vriendin, die immers voogdes is, eist vervolgens per kort geding de kinderen op. Familieleden van de man en van de overleden moeder komen naar de rechtbank om de rechter te laten weten dat zij van mening zijn dat de kinderen gewoon naar hun vader moeten, en niet naar een derde. Ook de moeder van de overleden moeder komt naar de zitting om de rechter te informeren.

Maar dan wordt het beeld bevestigd dat velen van zittingen over familierecht hebben: de zitting blijkt een formaliteit. De rechter wil helemaal niet geïnformeerd worden: hij mocht zich eens gedwongen zien van gedachten te veranderen. De familieleden, ook de moeder van de moeder, komen niet verder dan de hal.

De vice-president van de Haagse rechtbank, mr. F.C.H.M. Robbers, neemt niet de beslissing die alle direct betrokkenen als de juiste beschouwen: hij beslist dat de vader zijn kinderen naar de vriendin moet brengen, onder andere omdat de vader geen bezwaren tegen de pedagogische kwaliteiten van de vrouw had ingebracht. Dat klopt: de vader kent de vriendin nauwelijks. Hij doet vervolgens niet wat hem is opgedragen, en maakt zich daarmee schuldig aan een misdrijf waar gevangenisstraf op staat: onttrekking van een minderjarige aan het wettige over hem gestelde gezag.

Lang heeft hij dit niet kunnen volhouden, want om de voogdij te kunnen vragen moest hij in persoon op de zitting verschijnen. En bij die gelegenheid, in de rechtbank om voogd over zijn eigen kinderen te kunnen worden, is hij gearresteerd om daarna te worden opgesloten in een cel op het politiebureau van Eindhoven. De rechter-commissaris heeft bepaald dat hij om te beginnen zes dagen wordt vastgehouden.

De vader kan hier niets tegen beginnen, want volgens de letter van de wet is hier correct gehandeld. Het Burgerlijk Wetboek kent namelijk artikel 280, waarin wordt bepaald dat een ouder per testament een voogd kan benoemen. Die voogd hoeft alleen naar de rechtbank te gaan om een handtekening te zetten, en de hele kwestie is geregeld: zoiets kan op de sterfdag van de betrokken ouder nog afgehandeld worden.

Het is echter volstrekt duidelijk dat het verschijnsel van de bij testament benoemde voogd, in strijd is met alle bedoelingen van het Burgerlijk Wetboek. Terwijl artikel 283 bepaalt dat, tijdens het huwelijk, na overlijden van een van de ouders de ander automatisch (van rechtswege) voogd wordt, bepaalt artikel 285 dat na echtscheiding de overlevende ouder die niet de voogd is, tot voogd kan worden benoemd (lid 4 vermeldt nog extra, dat dat ook geldt als er bij testament een voogd benoemd was). Bovendien bepalen artikel 286, 293 en 294 dat de overlevende ouder voorrang heeft boven een derde.

De overlevende ouder heeft dus wel voorrang, maar die derde kan het voogdijschap in het algemeen vlugger regelen. De overlevende ouder die voogd wil worden, heeft een uitspraak van de rechter nodig. En daar blijken de zaken te kunnen wringen.

Sinds het artikel bestaat, sinds 1901, is er bijna nooit over geprocedeerd en was er dus ook geen behoefte om de wet te wijzigen. Maar nu heeft mr. Robbers ons met de neus op de feiten gedrukt. Artikel 280 ontwortelt kinderen en degradeert ze tot erfenis. Als een rechter van dit artikel gebruik wil maken, zoals mr. Robbers heeft gedaan, kunnen kinderen als klokken en sieraden per testament worden vermaakt.

De wet moet nodig gewijzigd worden: na overlijden van één der ouders behoort de andere ouder van rechtswege voogd te worden, ook als de ouders gescheiden zijn. De langstlevende ouder kan dan in een testament een voogd aanwijzen.