Ongebruikelijke openheid over kredieten; Japan probeert onrust over banken te bezweren

TOKIO, 24 APRIL. Japanse banken hebben twee tot drie biljoen yen (dertig tot veertig miljard gulden) aan slechte leningen uitstaan. Dat heeft het Japanse ministerie van financiën vandaag bekendgemaakt in een ongebruikelijke poging de toenemende ongerustheid in de financiële wereld weg te nemen over de stabiliteit van de Japanse banken.

Slechte leningen zijn leningen die banken niet kunnen opeisen, omdat het onderpand ontbreekt. De meeste van deze leningen zijn verstrekt tijdens de bubble-economie eind jaren tachtig aan de onroerend-goedsector en de omvang was tot nu toe goed geheim gehouden.

Voor het eerst maakte het ministerie gisteren ook de resultaten van de bankenbekend over het afgelopen begrotingsjaar. De banken zelf komen pas eind mei met die cijfers. De netto winst van de elf grootste banken, tevens de grootste ter wereld, steeg met 28,9 procent tot 1,88 biljoen yen, bijna 27 miljard gulden.

De winst vóór belastingen daalde daarentegen met 16,9 procent tot 1,38 biljoen yen (bijna 20 miljard gulden) door versnelde afschrijvingen op slechte leningen.

Dat het ministerie voor het eerst zulke cijfers publiceert, komt volgens waarnemers wegens de diepe val die de koersen van de bankaandelen hebben gemaakt op de beurs van Tokio en met het oog op de bijeenkomst van de G-7 dit weekeinde in Washington.

Overigens waren de gunstige netto resultaten over 1991 alom verwacht, maar niemand had erop gerekend dat het ministerie cijfers zou geven over de slechte leningen. De meeste ochtendbladen lieten vandaag nog klagende analisten aan het woord over het gebrek aan openheid.

Een woordvoerder van het ministerie noemde de groei van de netto winst van de elf grootste banken “zeer fors” en de omvang van de slechte leningen “niet zo groot”. Hij schreef de winstgroei toe aan de renteverlaging waardoor banken goedkoper geld kunnen aantrekken van spaarders.

Maar sommige financiële analisten waarschuwden dat de resultaten over 1992 zullen tegenvallen. Dat komt volgens hen doordat de rente op uitgeleend geld is gedaald waardoor de rentemarge (tussen uitgeleend en geleend geld) krapper is geworden.

De netto winst waarom het gaat is berekend over de kernactiviteiten van de banken, inkomsten op deposito's en kredieten meegerekend, over het afgelopen begrotingsjaar, dat in Japan eindigt op 31 maart.

Nog beter voor de dag kwamen de drie lange termijn kredietbanken, die hun winst vóór belasting zagen stijgen met 6,7 procent (tot 297,8 miljard yen, ruim vier miljard gulden) en hun netto winst met liefst 73,7 procent tot 288,4 miljard yen.

De netto winst van alle banken tesamen nam toe met 26,8 procent. De woordvoerder van het ministerie beklemtoonde dat er “geen probleem” is met de stabiliteit van het Japanse financiële systeem, het sterkste en grootste ter wereld.