Museumplein test voor kracht deelraad

AMSTERDAM, 24 APRIL. De maquettes stonden al enige tijd in de kast en de felle discussies waren wat geluwd, maar plotseling lijkt er weer vaart te komen in de herinrichting van het Museumplein in Amsterdam. De plannen voor het plein, bekend van voetbalhuldigingen en demonstraties, moeten begin volgend jaar klaar zijn. Dat bleek gisteren uit een gezamenlijke presentatie van bestuurders van het stadsdeel Zuid (waar het plein bestuurlijk onder valt) en de Amsterdamse wethouder J. Saris, verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening in de stad.

De herinrichting van het plein, dat zich mag verheugen in de twijfelachtige reputatie van het “kortste stuk snelweg in Europa”, was de afgelopen twintig jaar voer voor architecten, museumdirecties, buurtbewoners en belangstellenden. De omvangrijke uitbreidingsplannen van het Stedelijk Museum, de doorgang van het autoverkeer en de plaats van de groenstroken waren stof voor hoog oplopende debatten. Biermagnaat A. Heineken waagde zich zelfs aan een ontwerp voor herinrichting en deze krant schreef een prijsvraag uit voor het beste idee voor het plein.

Twee jaar geleden nam de gemeenteraad het besluit dat er een herinrichting van het plein moest komen. Inmiddels was echter het deelradensysteem ingevoerd en de gemeente besloot dat de kersverse deelraad Zuid met de verdere uitvoering van de plannen zou worden belast.

Dat laatste vormde voor veel betrokkenen een extra zorg. Het Museumplein, in omvang vergelijkbaar met het Rode Plein in Moskou, dreigde verstrengeld te raken in de lokale dorpspolitiek, zo was de vrees. Was de stadsdeelraad Zuid, vertegenwoordiger van de plaatselijke bewonersbelangen en uitgerust met een aanmerkelijk kleinere beurs dan de centrale stad, wel in staat de herinrichting op verantwoorde wijze ter hand te nemen?

De gemeente Amsterdam wist zich daarbij in een netelige positie. In het streven de gemeentelijke decentralisatie van bestuur serieus te nemen leek de rol van de stad bij de beslissingen immers sterk geminimaliseerd. Aan de andere kant dient het plein bij uitstek een stedelijk belang: als knooppunt van vervoerswegen, als goede plek voor een grote parkeergarage en als concentratie van culturele instellingen.

De oplossing werd gisteren gevonden in een aparte stuurgroep die bij de uitwerking van de plannen als intermediair moet gaan fungeren tussen het stadsbestuur en de deelraad. Voorzitter van deze stuurgroep wordt de voormalig PvdA-wethouder van financiën W. Etty. Het Museumplein wordt een “gemeenschappelijke verantwoordelijkheid” van stad en deelraad. Hoewel wethouder Saris niet naliet bij herhaling te verklaren dat de stadsdeelraad de “eerst-verantwoordelijke” blijft voor de herinrichting van het plein houdt het stadsbestuur op deze manier een vinger in de pap.

Dat het uitgerekend voormalig stadsbestuurder Etty is die als begeleider van de plannen optreedt, kan als opmerkelijk worden beschouwd. Etty gold als een van de belangrijkste pleitbezorgers van de decentralisatie van het stadsbestuur. Als wethouder van financiën wist Etty, door het bestuur dichter bij de burger te brengen, 90 miljoen van het gemeentelijk budget te schrappen.

De beperkte financiële armslag en de gemeentelijke bemoeienis met het verkeer, de grondexploitatie en het kunstenbeleid leggen beperkingen op aan de slagkracht van de deelradendemocratie, blijkt nu. Bij het instellen van de deelraden is nooit een goede oplossing gevonden voor de verstrengeling van de belangen en bevoegdheden tussen stad en stadsdeel. Door een zaak tot "grootstedelijk project' te verklaren kan de gemeente haar bevoegdheden terugnemen, maar buiten dit paardemiddel waren er tot nu toe geen tussenvormen.

De eerste uitgangspunten voor de herinrichting die het deelraadbestuur gisteren presenteerde lijken in grote lijnen aan te sluiten bij de weg die eerder op gemeentelijk niveau was ingeslagen. De verkeersader die nu het plein doorsnijdt zal verdwijnen, evenals een groot aantal parkeerplaatsen. Dat er de nodige tegenstellingen bestaan tussen de belangen van het stadsdeel en de gemeente bleek gisteren achter de tafel waar de bestuurders broederlijk hun plannen presenteerden.

Zo ziet het stadsdeel de geprojecteerde ondergrondse parkeergarge voor ten minste 500 auto's en 20 autobussen vooral als een opvangmogelijkheid voor het aantal parkeerplaatsen dat op het plein zal verdwijnen. Saris onderstreepte echter de samenhang met de uitkomst van het referendum over het verkeer in de binnenstad. Voor de binnenstad zou de parkeergarage een belangrijk deel van de parkeeroverlast kunnen opvangen.

Potentieel probleem vormt eveneens het advies van de Raad voor de Kunst aan de gemeente om op het Museumplein het aantal culturele instellingen uit te breiden. Dat lijkt moeilijk te verenigen met het uitgangspunt van de deelraad dat het plein niet bebouwd mag worden. Het open karakter van het plein legt tevens beperkingen op aan de voorgenomen uitbreiding van het Stedelijk Museum. De komende maanden zal duidelijk worden in hoeverre deelraad en gemeentebestuur elkaar op het Museumplein aanvullen of voor de voeten lopen.

Fractieleider Brinkman ziet in het vergroten van het aantal nevenfuncties een manier om Kamerleden te laten "herintreden' in de maatschappij: in het brede scala aan maatschappelijke functies die de partij te verdelen heeft. Joost Van Iersel (dertien jaar Kamerlid) combineert het parlementaire werk inmiddels met het voorzitterschap van de Kamer van Koophandel. Haje Schartman (elf jaar lid van de Kamer) is onlangs benoemd tot burgemeester van Nootdorp en Hans Gualthérie van Weezel (vijftien jaar Kamerlid) wordt de Nederlandse ambassadeur in Straatsburg. Ook voor "CDA-politici in functie' komt het einde van het koetsierswerk in zicht. Maar daarna werkt het netwerk als vangnet. Van Velzen: ""Kamerleden zijn ook mensen met gezinnen. Je kunt ze niet zo maar op straat zetten.''