Mooi en aardig

Veronica Hazelhoff, De bijenkoningin. Uitg. Querido, prijs ƒ 22,90.

Willem van den Akker, Het raadsel van de ketting. Uitg. Contact. Prijs ƒ 29,90.

Vroeger eindigde de jeugdliteratuur bij de "roman voor oudere meisjes' die steevast uitdraaide op een zonnige toekomst, en begon de doorgaans minder hoopgevende grote-mensenliteratuur bij Bomans of Carmiggelt. Door hun mild-humoristische toon, de afwezigheid van hoogdravend taalgebruik en door de bescheiden lengte was het werk van beide heren voor de beginnende middelbare scholier zo niet vermakelijk dan toch verteerbaar. Alleen hadden Bomans en Carmiggelt het zelden of nooit over tieners, laat staan dat ze zich serieus stortten op de tienerproblematiek, en dat maakte de overstap naar de volwassenenliteratuur soms wat ongemakkelijk. Tegenwoordig bestaan er jeugdromans om de dolende tienerlezer op te vangen. Eenzaamheid, het gevoel onbegrepen te zijn, onzekerheid en natuurlijk seksualiteit worden door jeugdromanschrijvers gretig aangewend om de circa dertienjarigen een hart onder de riem te steken.

In eerste instantie is Veronica Hazelhoffs De bijenkoningin een goed geschreven maar weinig opmerkelijk boek. Na twee alinea's is duidelijk dat de zeventienjarige Phil opkijkt tegen zijn vriend Nando, later door hun gemeenschappelijke vriendin Julie omschreven als "het stuk van de eeuw'. De hechte vriendschap tussen deze drie scholieren begint deuken te vertonen als de iets oudere Gwen zich bij hen aansluit. Gwen, die is weggelopen van haar eigen verlovingsreceptie, maakt op alledrie indruk omdat ze niet alleen mooi is maar ook nog aardig. Phil, de ik-figuur, vreest dat Gwen alleen maar oog heeft voor Nando, terwijl Julie zich in haar positie van "bijenkoningin' bedreigd ziet. Nadat een gezamenlijke korte vakantie door de gespannen verhoudingen op een mislukking is uitgedraaid, verliezen de vier elkaar uit het oog.

Tot zover is er niets bijzonders aan de hand. Maar Hazelhoff weet haar nogal alledaagse verhaal in de laatste tien pagina's een onverwachte draai te geven. Wat Phil tot dusver heeft verteld blijkt hij ook in zijn computer te hebben opgeslagen. In de hoop het een beetje goed te kunnen maken met Nando, die inmiddels in Amerika woont, stuurt hij hem een uitdraai van zijn verhaal. Dan geeft Nando zjn visie op de door Phil beschreven gebeurtenissen, een visie die sterk afwijkt van die van zijn vriend. Zodoende komen de verhoudingen heel anders te liggen dan Phil ze had voorgesteld.

Door deze kunstige verschuiving van perspectief ziet Hazelhoff kans het verhaal van Phil, dat verreweg het grootste deel van het boek in beslag neemt, te ontkrachten. Phil heeft bij voorbeeld geen goed woord over voor zijn ouders, die "nog net geen tuinkabouter voor de deur' hebben. Hij benijdt Nando, die al op zichzelf woont. Veel later lezen we diens commentaar: “Voor ik het vergeet: dat gezeik van je over je ouders! Je hebt altijd gedaan of ze jou minder aardig vinden dan je broer. Je lult uit je nek, volgens mij. Natuurlijk zijn ze een beetje conservatief, maar ze zijn ook heel bezorgd om jou, iets wat ik van de mijne niet kan zeggen. Die willen niets liever dan dat hun kinderen zo gauw mogelijk geen kinderen meer zijn.”

De bijenkoningin mag dan goed in elkaar zitten, karaktertekening is duidelijk niet Hazelhoffs sterkste punt. De bewonderde Nando maakt voornamelijk indruk door zijn ontstellende braafheid: altijd aardig, altijd belangstellend, altijd goudeerlijk. Achteraf valt makkelijk te begrijpen waarom: de schrijfster heeft alle nuances willen bewaren tot het grote demasqué.

Evenals De bijenkoningin is Willem van den Akkers Het raadsel van de ketting bestemd voor lezers van ongeveer dertien jaar. Daarmee houdt de gelijkenis op. Het raadsel van de ketting is een onvervalst avonturenverhaal, dat zich ook nog eens afspeelt in de Middeleeuwen.

Vóór alles lijkt de auteur er op uit te zijn geweest zijn lezers veel te bieden: in zijn boek wemelt het van de intriges en personages, die onveranderlijk niet uit de verf komen. Uitsluitend dankzij de titel is het mogelijk de grote lijn zo'n beetje vast te houden, maar dan nog valt het niet mee. In ieder geval is ene Matthijs getuige geweest van de moord op zijn oom (denkt hij), en dus wordt hij het hele boek lang achterna gezeten door een stel schurken. Hoewel dit alles in de Middeleeuwen plaatsvindt heeft de schrijver het niet nodig gevonden zijn lezers een kleurrijk beeld van die tijd voor te schotelen. We moeten het doen met "een smaakvol ingericht woonvertrek', hoe dat er in 1300 ook moge hebben uitgezien. En ik kan me vergissen, maar "een deftig heerschap, in het zwart gekleed en met zilveren gespen op zijn schoenen' hoort eerder thuis in de zeventiende eeuw dan in de veertiende.

En dan het taalgebruik. Dat men zich "vergenoegd' de handen wrijft, zich "behaaglijk' uitrekt of in "een diepe, droomloze slaap' valt, ach. Meer moeite heb ik met de uitroep "Wat een ondeugende bengels zijn we toch!'. En het ontleden van de zin "Roerloos lagen beiden lange tijd zwijgend naast elkaar' zal menige puber tot wanhoop drijven.