M.D. du Prie, directeur van een ...

M.D. du Prie, directeur van een Schipholtaxibedrijf

“Het taxivervoer is een wonderlijk produkt. Je bestelt iets, waarvan je tevoren niet weet wat je krijgt en wat het kost. Als je cliënten in die onzekere positie brengt, dan moet je produkt goed zijn. De acties van taxichauffeurs zijn onplezierig voor onze kleine bedrijfstak. Die komt weer negatief in het nieuws. Je komt tegenwoordig vrouwen tegen, die niet eens meer alleen in een taxi durven te zitten. Ik ben van huis uit fiscalist, dat is een hele andere branche. Toen kennissen hoorden dat ik in het taxibedrijf ging, keken ze me raar aan: "Taxichauffeurs, dat zijn toch van die vrije jongens die zwart werken en veel noten op hun zang hebben?' Bij ons niet. Dat soort jongens zijn vervangen door chauffeurs die iets anders willen dan wat in de grote steden "taxivervoer' heet. Daar komt het voor dat de passagier eerder slachtoffer dan cliënt van de chauffeur is. Je meldt waar je naartoe wilt en dan moet je maar afwachten hoe je daar komt, de radio staat aan, de chauffeur rookt en de ramen staan tegen de wens van de passagier open of dicht. Bovendien rijdt men te hard en worden allerlei andere regels overtreden. Sinds eind 1990 maakt het Schipholtaxibedrijf - bestaande uit acht ondernemingen en 21 taxi's uit Amsterdam - deel uit van de dienstverlening van Schiphol. Dat vereist een hoge kwaliteit, gebonden aan regels en onder controle van de luchthaven. Ons werkterrein beperkt zich tot het vervoer van, naar en op Schiphol. We onderscheiden ons van de straattaxi door degelijk en betrouwbaar vervoer. Een taxirit is tenslotte een kostbare aangelegenheid. We rijden uitsluitend Mercedes 200 D, op zijn hoogst twee jaar oud en al onze wagens zijn begrensd in snelheid; er kan niet mee worden gescheurd. Onze chauffeurs doen de portieren open en dicht, laden de koffers in en uit en brengen ze zonodig naar driehoog. Het uniformjasje en de stropdas moeten altijd worden gedragen, met het bovenste overhemdknoopje gesloten. De schoenen zijn gepoetst en zwart. Het haar mag niet over de boord vallen, oorbelletjes, kettingen of shawls zijn uit den boze. De auto moet van binnen en van buiten schoon zijn. Er mag in aanwezigheid van de passagier niet worden gerookt of naar de radio geluisterd. En de ramen en verwarming worden naar de wens van de cliënt bediend. Ik hoop dat de centrales en het standplaatswerk ons voorbeeld volgen. Dat komt de vraag naar ons produkt uiteindelijk alleen maar ten goede.”