Liever moe dan dom

Wat las mijn vader mij vroeger voor? Winnie the Pooh natuurlijk en Pluk van de Petteflet. Vooral van Pluk kon ik geen genoeg krijgen: toen het uit was heb ik Annie Schmidt in een brief gevraagd of er alsjeblieft een vervolg kwam. Dat is niet gebeurd. Ze heeft me wel teruggeschreven - dat briefje hing heel lang boven mijn bed.

Wat las mijn vader nog meer voor? De Fantastische Meneer Vos, Sjakie en de Chocoladefabriek en nog een heleboel andere boeken. Aan al die verhalen die mij zijn voorgelezen moest ik denken toen ik laatst met de trein van Leiden naar Amsterdam ging.

Het was een saaie zondagmiddag en ik zat een beetje te suffen. Schuin voor mij was een meneer gaan zitten met twee meisjes. Ze zagen eruit als vijf en acht. Het waren denk ik zijn dochters.

Ik had niet echt op ze gelet totdat ik die meneer hoorde praten. Hij had een dik boek op schoot: Sacharov Remembered las ik op de kaft. Een Engels boek dus. Over Andrej Sacharov, de Russische geleerde die belangrijke natuurkundige ontdekkingen heeft gedaan.

De man las in het boek en vertaalde eruit voor het oudste meisje. Door het geraas van de trein was hij niet goed te verstaan, maar af en toe kon ik toch een paar woorden opvangen: “Sacharov heeft thermonucleaire bommen gemaakt...hij beschouwde het als propaganda van de Verenigde Staten...in een concurrentieslag verwikkeld...militaire doeleinden...Sacharov was trots op zijn schepping. Dat kun je je wel voorstellen hè: dat is te vergelijken met een tekening die je hebt gemaakt en die heel mooi is geworden, dan ben je blij.”

Dat zei de man allemaal tegen het meisje dat eruit zag als acht. Haar zusje, dat niet luisterde naar het verhaal, vertelde hij andere dingen. Dat een trein 100 tot 120 kilometer per uur rijdt en op de Veluwe soms wel 150 kilometer. Dat de TGV, de hoge snelheidstrein, een snelheid haalt van 250 of 300 kilometer per uur: twee keer zo hard als een gewone trein.

Nadat hij dit had uitgelegd zei hij tegen het andere kind: “Nu gaan we weer verder met lezen. Als je iets niet begrijpt, moet je het zeggen.” Het meisje zei niets en luisterde. Zou ze weten wie Pluk is, vroeg ik mij af. Vast niet, maar over thermonucleaire wapens kan ze me alles vertellen. Ze zag er wit en moe uit. Dat kwam natuurlijk van al die ingewikkelde zinnen, maar haar vader zal wel gedacht hebben: liever moe dan dom.

Intussen was de trein gestopt in Nieuw Vennep. Plotseling werd mijn aandacht afgeleid van Sacharov en het meisje. Op het perron kwam een jongen aangerend. Hij wilde de trein halen maar hij was te laat, we waren al gaan rijden. Opeens zag ik hem niet meer. Ik stak mijn hoofd uit het raam en daar hing hij: hij was op de treeplank bij de achterste machinistenkabine gesprongen. Hij hield zich vast aan twee stangen aan de buitenkant van de trein. We gingen harder en harder en hij moest er dan ook voor zorgen dat hij niet losliet. Zijn haren wapperden in de wind. Hij ging mee tot het volgende station, daar sprong hij van de treeplank en liep weg.

Zo zie je maar, dacht ik, wie een saaie zondagmiddag heeft moet de trein nemen.