Les Négresses Vertes bezorgen Franse pop goede naam; Weemoed voor alle leeftijden

Concert: Les Négresses Vertes. Gehoord: 23/4 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 24/4 Tivoli, Utrecht, 25/4 Nighttown, Rotterdam, 26/4 Oosterpoort, Groningen.

De Franse intelligentsia maakt zich zorgen om de verderfelijke invloed van het Parijse filiaal van Disneyland, maar zou beter de eigen populaire cultuur eens wat meer kunnen koesteren. In Les Négresses Vertes beschikt Frankrijk voor het eerst over een popgroep met internationale allure, zonder concessies aan het alles overheersende Anglo-Amerikanisme uit de rock & roll. De Groene Negerinnen maken muziek voor alle leeftijden die alleen uit Frankrijk kan komen, met invloeden van de Parijse musette, zigeunermuziek uit de Camargue, Noordafrikaanse raï en het traditionele chanson.

De titel van het recente tweede album Famille Nombreuse verwijst naar de uitgebreide bezetting, waarin de accordeon van Matias Canavese en de flamencogitaar van Stefane Mellino de klank bepalen. Wegens de nadruk op volksmuziek en akoestische instrumenten wordt het elfkoppige gezelschap vaak vergeleken met de Britse neo-folkgroep The Pogues. Ten onrechte, want de muziek van Les Négresses staat op zichzelf en levert een evenwichtiger live-optreden op dan de dronkemansperikelen van Shane MacGowan. De onbetwiste ster van de Parijse groep is zanger Helno Rota de Lourcqua, op het eerste gezicht een morsige nachtclubentertainer, die de volmaakte combinatie van melancholie en levenslust in zich verenigt. Hij heeft de quasi-verveelde houding van een door de wol geverfd kermisexploitant, maar tegelijk geeft zijn doorleefde voordracht inhoud aan liederen over jaloezie, verveling en de schoonheid van het Franse land.

Het luidkeels door de hele groep gezongen openingsnummer C'est pas la mer à boire bepaalt de toon van een feestelijk optreden, dat een sfeer ademt van weemoedige zeemansliederen, warmbloedige zigeunerfeesten en vrolijk cafégedruis. Hoewel hij zich nonchalant over het podium beweegt, is Helno's aanwezigheid cruciaal. Zodra hij de microfoon even aan de temperamentvolle gitarist Mellino laat, verslapt de begeleiding tot een beduidend minder authentiek reggaeritme.

Lang voordat Helno het concert naar een indrukwekkende climax voert met de meezinger Zobi la Mouche, maakt hij de uitverkochte zaal enthousiast met een indringend gezoem. De mouche uit het lied is evengoed een vlieg als een klaploper. Les Négresses Vertes doen zich graag voor als rebellen, provo's en onaangepasten, maar ondertussen bezorgen ze de Franse pop een goede naam, want een prettiger manier om een avond vol onbekommerde muziek te genieten is nauwelijks denkbaar. Het feestje eindigde met een aantal hartstochtelijk afgedwongen toegiften, waaronder de kermisdeun Hou! Mamma Mia. Op de beste momenten maken Les Négresses Vertes dit soort lome dansmuziek voor een warme zondagmiddag in het café dansant, met een lichtelijk beschonken delegatie van de dorpsfanfare die het niet meer zo nauw neemt met de ongeschreven partituur.