Kroniek

Drie kinderen liepen hand in hand

Te zoeken naar Luilekkerland.

Een heerlijk oord; je moest alleen

Eerst door de rijstebrijberg heen

En die stond niet op de kaart

Van Tieler- en Alblasserwaard.

Maar welgemoed, gezond en sterk

Liepen zij door tot Lekkerkerk.

Nu kan het niet zo ver meer wezen

Zei de oudste, die kon lezen.

Toen zag hij aan zijn linkerhand

Een bordje "Naar Nieuw-Lekkerland'.

Ze liepen vol verwachting door,

Maar van rijstebrij geen spoor;

En niemand kon ze antwoord geven

Waar 't brijgebergte was gebleven.

Tot iemand zei: wat ik je zeg,

Die bergen zijn al jaren weg;

Natuurlijk vinden we het sneu,

Maar 't was een ramp voor het milieu.

Al die tonnen rijstebrij,

Daar kwam dan nog de suiker bij.

Het graafwerk werd, zoals dat gaat,

Geleverd door Rijkswaterstaat.

Ja, al die rijst is op een nacht

Naar Alphen aan de Rijn gebracht.

De oude stad is toen gesloopt

En tot Nieuw-Lekkerland herdoopt.

Nu kun je hier alleen nog dromen

Van koek en ijsjes in de bomen.

En 's avonds, lopend langs de kade,

Ruikt het nog vaag naar chocolade.