Ik mis Nederland alleen als ik in Nederland ben; Paul Verhoeven over zijn film Basic Instinct

Basic Instinct, de derde Amerikaanse film van Paul Verhoeven, heeft geen thema. Dat hebben thrillers volgens deze regisseur nooit. “Dat mensen biseksueel of lesbisch zijn geeft een andere dramaturgische plotting. Als de twee vrouwen iets met elkaar hebben en de man er tussen zit, is dat iets anders dan dat ze allebei de man willen hebben.” Verhoeven is zelf het bangst voor een psychose. “Een psychose is dat de realiteit zich op dit moment zou kunnen veranderen, dat mensen ineens iemand anders kunnen worden.”

Basic Instinct gaat op 8 mei in Nederland in première.

De openingsfilm van het filmfestival in Cannes, Basic Instinct, is gemaakt door de Nederlandse regisseur Paul Verhoeven. Het is een thriller vol seks en geweld die in Amerika veel protesten heeft uitgelokt. De film gaat over een politieman (Michael Douglas) die een moord onderzoekt en valt voor de verleidelijke hoofdverdachte (Sharon Stone), een schrijfster die deze moord tot in de details blijkt te hebben beschreven in een van haar romans. Is zij de moordenares of is het toch de psychiater van de politieman (Jeanne Tripplehorn), een oude vriendin van de biseksuele schrijfster?

Paul Verhoeven (1938) werd geboren in Amsterdam en groeide op in Den Haag. Hij woont sinds zes jaar in Los Angeles. In Nederland maakte Verhoeven onder andere de televisieserie Floris en de speelfilms Wat zien ik, Turks Fruit, Keetje Tippel, Spetters, De vierde man en Soldaat van Oranje. In Amerika maakte hij behalve Basic Instinct ook Robocop en Total Recall.

Ik spreek de regisseur in een hotel in Amsterdam.

Verhoeven: “Over de Nederlandse kritiek kunt u me uren doorzagen.”

Wat hebben de critici niet begrepen?

“Niet begrepen? Hun zogenaamd objectieve oordelen worden in feite gevoed door razernij, woede en verontwaardiging over wat ze hebben gezien, wat ze niet kunnen verwerken. Wat ze niet hadden willen zien. Datgene waarvan ze zich niet konden voorstellen dat je dat zou hebben gedaan op het scherm. Maar dat ze moreel geschokt zijn kunnen ze niet zeggen, dus zeggen ze maar dat het een klotefilm is.”

Waarom worden uw films altijd choquerend gevonden?

“Misschien ben ik heel open. Misschien ben ik zelf niet zo gauw te schokken. Misschien vind ik alles normaal.”

Heeft u in deze film scènes moeten schrappen?

“Nee. Wel heb ik zelf voor Amerika een aantal scènes veranderd. In Nederland is de originele versie te zien, maar voor Amerika heb ik de film op sommige punten verzwakt en elliptischer gemaakt omdat de Amerikaanse keuring er anders een NC 17 van had gemaakt, dat wil zeggen No Children under 17. De meeste theaters weigeren NC 17-films, en ook enkele videoketens zoals Blockbuster omdat ze gelieerd zijn aan fundamentalisten. Is het trouwens niet interessant om te weten dat Philips zich in deze videoketen voor vijf procent heeft ingekocht, uitgerekend een videoketen die een religieus-moralistisch standpunt inneemt?”

Welke scènes zijn afgezwakt?

“De scène waarin Michael Douglas met zijn psychiater Beth bezig is en haar op de couch gooit, zijn broek omlaag trekt en 'm erin ramt is afgezwakt. Je denkt nu meer dat hij het doet dan dat je ziet dat hij het doet. En de oral sex is elliptischer behandeld zodat je niet precies kunt zien hoe hij haar likt. Dat soort dingen.”

De klassieke scènes in uw films.

“Ja. Alles waarvan mensen vinden dat het wel normaal is dat je het doet maar dat je het niet kunt laten zien.”

Wat is het thema van de film?

“De film is een thriller en ik vind niet dat een thriller een thema heeft, ik vind ook niet dat het een thematisch geordende film is, zo is hij ook niet bedoeld.”

Maar een thriller is bedoeld om mensen te bang te maken. Waar moet het publiek bang voor zijn?

“Je bent bang omdat je hoofdpersoon naar bed gaat met iemand die misschien een moordenares is, dus misschien wordt hij wel overhoop gestoken. Dat is een klassieke filmsituatie. Een man zit in een huis en een moordenaar komt langs de keukendeur langzaam binnen, de deurknop gaat omlaag, je ziet een hand, er komt iemand binnen en de man leest rustig door of kijkt naar de televisie en zit koffie te drinken, de moordenaar komt dichterbij en plotseling krijg je de confrontatie. In deze film is die klassieke situatie verpakt in een erotische scène.”

Waar bent u zelf het bangst voor?

“Ik heb een grote angst voor psychose, een situatie waarin er verschillende werkelijkheden zijn. Een psychose is dat de realiteit zich op dit moment zou kunnen veranderen, dat zoals in Repulsion van Polanski de handen uit de muur komen, dat mensen ineens iemand anders zouden kunnen worden. Een van de dingen waar ik me voortdurend van bewust ben is de mogelijkheid van een psychose.”

Bent u wel eens psychotisch geweest?

“Toen ik een jaar of 26 was stond ik onder druk van bepaalde persoonlijke en economische omstandigheden zoals werkloosheid, op het punt om toe te treden tot de Pinkstergemeenschap. Het was een strijd tussen enerzijds geloven dat het daar gehanteerde godsbeeld een realiteit van het leven zou zijn en anderzijds mijn overtuiging, intuïtie, mijn interpretatie dat wat met mij gebeurde niets anders was dan een teruggaan naar mijn eerste kinderjaren, twee drie vier jaar oud. Die strijd werd op zijn hoogtepunt een bijna-psychotische ervaring en het bewustzijn dat je daar zo dicht bij kunt komen speelt mee in al mijn films.”

Hoe gaat het nu?

“Ik heb geprobeerd een realistisch anker in mijn leven te krijgen. De realiteit van een huis en een vrouw en kinderen en een hond en vissen zal niet zo gauw veranderen. De mogelijkheid om psychotische gedachten te krijgen wordt bestreden door mijn wil om te overleven.”

Hoeveel scripts leest u per jaar?

“Ik heb sinds een paar jaar een assistent die er per jaar enkele honderden leest. Ik lees de samenvattingen die ze daarvan maakt. Maar toen ik nog geen assistent had las ik er wel honderdvijftig.”

Waarom vond u het script voor deze film zo goed?

“Ik dacht dat het script van Joe Eszterhas origineel genoeg was, ondanks parallellen met Sea of Love, Jagged Edge, Fatal Attraction, Presumed Innocent en de andere vier, vijf redelijk goede thrillers die de laatste jaren zijn uitgekomen. Met name de biseksualiteit bood mogelijkheden. Het feit dat mensen biseksueel of lesbisch zijn in de film geeft een andere dramaturgische plotting. Als de twee vrouwen iets met elkaar hebben en de man er tussen zit, is dat iets anders dan dat twee vrouwen allebei de man willen hebben.”

Wat is uw favoriete filmregisseur?

“Ik denk David Lean.”

Dat is toch een heel rustige man?

“Zo zie ik het niet. Ik vind die films fantastisch. Wat ik in Lawrence of Arabia zie is de Christus-achtige metafoor van de man die in de woestijn zegt dat hij over water loopt. Dat zijn voor mij allemaal zeer zware religieuze elementen. En wat mij ook treft is dat de hoofdpersoon zegt dat hij het prachtig vond toen hij mensen dood maakte.”

De mens is slechter dan hij denkt, boeit u dat?

“Ja.”

Dacht u vroeger dat u beter was dan andere mensen?

“Ik geloof dat het langzaam tot je doordringt wat je waard bent. Het is een proces van ontluistering om te accepteren waartoe je in staat bent. Ik denk dat het voor veel mensen moeilijk is om te accepteren dat mensen die werktuig waren in de holocaust heel gewone mensen waren die helemaal niet hoog hoefden te scoren op de fascistische schaal. U weet dat er een fascistische persoonlijkheidsschaal is ontworpen door Adorno, de F-schaal. Inmiddels zijn de theorieën langzaam omgebogen naar de opvatting dat het veel exceptioneler was dat mensen iets goeds deden dan dat ze iets slechts deden. En dat de normale inclinatie van mensen onder die omstandigheden is om het wel te doen. Dat je denkt: die mensen moeten doodgeschoten worden, nou dat is dan zo.”

Ongeveer zoals Michael Douglas zich in deze film gedraagt?

“Ja. Hij denkt: goh het is hier een beetje gevaarlijk, nou schiet dan, bam, o fuck die is dood, nou ja.”

Wat doen die aerobic-dansers aan de overkant van de woning van Beth?

“Die aerobic-mensen zijn er zodat je weet dat je bij Beth bent.”

U had toch ook steeds dezelfde lantaarnpaal met mooi licht kunnen filmen?

“Ja, maar zo'n lantaarnpaal moet je dan wel verdomd dicht bij het raam zetten. Het is wel heel onwaarschijnlijk dat een lantaarnpaal zo dicht bij het raam staat.”

Maar waarom juist aerobic-dansers?

“Ik vond het de beste manier. Het gaat erom dat het appartement van Beth nooit van buiten wordt bekeken. Je moet het dus van binnen establishen.”

Mist u Nederland?

“Ik mis Nederland alleen als ik in Nederland ben.”

Wat is u het meest opgevallen in Amerika?

“Wat het meest opvalt is mijn enorm dialectische verhouding tot de maatschappij.”

Hoezo dialectisch?

“Misschien moet ik het anders uitdrukken. In Nederland was ik het met alles eens. Ik was nooit getroffen, ik was het nooit ergens mee oneens. In Amerika is dat heel anders. In Amerika ben ik ontzettend betrokken bij alles. Of het nu de Supreme Court is of de manier waarop ze presidentskandidaten bejegenen of dat ze een dokter die bij euthanasie helpt de gevangenis instoppen, het is heftiger en het wordt scherper gespeeld.”

Is het hier slomer?

“Hier is het allemaal goed geregeld. Met meer belasting betalen zijn er meer voorzieningen en met meer voorzieningen krijg je een idealistische maatschappij en met een paradijs krijg je minder moorden, nietwaar? Hier zijn de mensen veel liberaler en progressiever. Hier denk je bij alles: ja, daar zit wel wat in. Als mensen graag abortus plegen, dan moeten ze dat maar doen. Als mensen een vereniging willen oprichten voor euthanasie, moeten ze dat maar doen. Als die mensen dat nou graag willen? En als het bevestigd is bij twee dokters, dan is de kans op misbruik toch eigenlijk minimaal? Dat moet toch mogelijk zijn? Dat is toch logisch? Daar kun je toch niet tegen zijn?”

Waarom wilde u dan zo graag naar Amerika?

“Ik wilde helemaal niet zo ontzettend graag naar Amerika.”

Was het niet een droom die werkelijkheid werd?

“Er was nooit een droom. Ik ben hier weggegaan omdat ik het zo moeilijk vond om hier te werken. Er was zoveel weerstand, èn van de kritiek èn van de twee voorzitters van het Productiefonds, eerst Anton Koolhaas, later Jan Blokker, die mij en mijn scenarioschrijver Gerard Soeteman na 1980 het leven totaal zuur hebben gemaakt. Ik ben het land uitgedreven door het Productiefonds.”

Waren het toevallig deze mensen die uw vertrek op hun geweten hebben?

“Ik denk niet dat het toevallig is. Ik denk dat het de progressieve linkse kliek is die het voor het zeggen had.”

Wat is dat? Wat willen die mensen?

“Die willen alleen maar wat ze zelf willen. Dat is toch met alle linkse mensen zo? Die hebben toch gelijk?”

Zijn het drammers?

“Fascistisch is het. Links-fascisme noem ik dat altijd. Gewoon zeggen: ik heb gelijk. En ze hebben ook gelijk! Natuurlijk is het beter om meer belasting te betalen. Maar wat moet ik doen als ik geen geld meer krijg om te filmen? In de WW gaan lopen? Als het je steeds moeilijker wordt gemaakt om je films te maken, als je steeds dieper moet buigen voor mensen die je niet respecteert en op je knieën moet gaan liggen om alsjeblieft geld te krijgen, als er steeds meer censuur komt op je scripts, als je twee, drie keer moet terugkomen en het kost je een half jaar extra om een film gefinancierd te krijgen omdat het Productiefonds je scripts verwerpt - moet je dat allemaal accepteren? Dat is toch onzin! Je moet toch vechten? Je gaat je er toch niet bij neerleggen!”

U had zich toch ook kunnen aanpassen?

“Ja, je kunt zeggen: het systeem is niet belachelijk en ik pas me aan en ga Vestdijk verfilmen of Eline Vere. Ik ben een totaalbewonderaar van Couperus. En ik ben altijd dol geweest op Vestdijk, het was naast Couperus mijn grootste lieveling. Maar Frans Weisz doet het nu allemaal toch al? Ik kan het niet meer doen.”

Zou u niet willen terugkeren naar Nederland om zulke films te maken?

“En dan bij Jan Blokker vragen of ik geld mag krijgen? Ik heb daar geen vertrouwen in.”

Hoeveel heeft deze film gekost?

“Ik denk ongeveer 43 miljoen dollar.”

Waar ging het meeste geld aan op?

“Het salaris van Michael Douglas, denk ik.”

Waarom wilde u hem zo graag in de film hebben?

“De situatie was anders. Toen de film aan mij werd aangeboden door de produktiemaatschappij zat Michael er al in. Als ik hem had geweigerd hadden ze een andere regisseur genomen.”

Heeft u tegen uw zin met Michael Douglas gewerkt?

“Nee, ik vond het wel een goede keus. Michael heeft vaak zulke rollen gespeeld. Zijn karakters zijn meestal shadowy. In Fatal Attraction pleegt hij overspel, in Wall Street is hij een lul, in War of the Roses was hij ook al niet al te best. Maar het was niet een keus waar ik ook maar één seconde over heb nagedacht. Ik was misschien wel op een ander uitgekomen.”

U heeft wis- en natuurkunde gestudeerd. Waarom bent u geen leraar geworden, of bij Philips gaan werken?

“Ja, dan had ik misschien de deal met Blockbuster moeten maken. Ik had Philips misschien kunnen waarschuwen. Maar daarvoor is het nu te laat.”

Hield u niet van wis- en natuurkunde?

“Om het te studeren vond ik het wel leuk. Maar ik vond niet dat ik er creatief in was. Als de formules voor me uitgevogeld stonden kon ik er op het examen wel iets van maken, maar ik kon er niet mee spelen. Want dat is het: spelen. Je moet kunnen denken in mathematische begrippen en daarmee spelen.”

Hoe bent u aan het filmen geslagen?

“Toen ik studeerde was ik altijd bezig met schilderen en filmpjes maken. Ik heb in '64 mijn doctoraal gedaan. Daarna moest ik in dienst. Ik was opgeroepen voor de luchtmacht en zou naar de raketbasis in Duitsland gestuurd worden om de banen te berekenen waarlangs je een raket naar Moskou kunt schieten. Toen heb ik gezegd dat ik dat nou niet zo leuk vond en heb gevraagd of ze niet een filmdienst hadden. Toen hebben ze me omgeswitched en toen heb ik twee jaar documentaires gemaakt over de mariniers. Het overschakelen naar film is gedurende die twee jaar een emotioneel proces geweest.”

Wat vonden uw ouders ervan?

“Ze hebben me wel gesteund maar ik denk dat ze dat toch wel heel verdrietig vonden. Ik kom uit een middenstandsmilieu, mijn vader was hoofd van een school. Ik was iemand die als eerste van de familie gaat studeren, zijn doctoraal haalt, marine-officier wordt, uit dienst komt en zegt: nou dat is allemaal jammer maar nu ga ik filmen en de eerste twee drie jaar niks verdienen. Dat moet voor ouders toch een lastige zaak zijn. Mijn moeder heeft vaak gezegd dat haar grote ideaal was dat ik met een baret en toga door het Rapenburg-gebouw in Leiden zou lopen en dat ze daar bij kon zijn. Dat is nooit gebeurd.”

Toen maakte u de televisieserie Floris. Waren ze daarna overtuigd?

“Het filmen werd door iedereen gek gevonden. Dat je als doctorandus in de kunst ging is eigenlijk altijd tegen me gebruikt. Ze vonden me heel square. Ik weet nog dat Piet Römer en al die grote acteurs me altijd aan het feuten waren. Ik was natuurlijk ook square! Ik kwam uit het corps, het Leids studentencorps van mensen als Erik Hazelhoff nietwaar, en kwam terecht in het geperverteerde acteursmilieu waarin je van elke vrouw dacht dat ze je wilde verleiden en van elke acteur dat hij met je aan de haal wilde.”

Hoe heeft u zich daaruit gered?

“Ik heb altijd heel veel steun gehad van acteur Hans Kemna. Die heeft me gecoached door het rare acteurswezen. Die zei: het valt allemaal wel mee, Paul. Ik zal je wel uitleggen wat die mensen nu eigenlijk bedoelen.”

Heeft u plannen voor nieuwe films?

“Er zijn plannen voor twee historische films. Eentje over Cortez en eentje over de kruistochten met Arnold Schwarzenegger. Maar of die films gemaakt worden is de vraag. Ze zijn vreselijk duur.”