Hanengevecht

Aan het eind van de modderige straat zwelt het rumoer langzaam aan. Uit een donker vertrek, even voor het kerkhof van Juan Grieco (Venezuela), komt het geluid van tientallen opgewonden mannenstemmen.

De deur staat open. Het is geen woonhuis met de traditionele platen van Simon Bolivar of de Madonna (in de kuise variant) aan de muur, maar een schuurtje. Ongeveer honderd mannen staan met heftige armgebaren te praten en te schreeuwen. Wie even geen geluid maakt, zet een pijpje "Polar' aan de mond. De bierflesjes worden onophoudelijk opgediept uit een grote diepvrieskist in de hoek. Het kleingeld rinkelt en knispert.

Even verderop, in het midden van het vertrek, gaan grotere bankbiljetten - na omstandig te zijn geteld - van hand tot hand. Hier bevindt zich de aanleiding voor alle opwinding. Twee hanen. Een betonnen muurtje van een halve meter hoog omcirkelt het speelveld waar ze straks tegen elkaar zullen vechten. De dieren bevinden zich nog in de handen van hun eigenaars. Trots worden ze omhoog gehouden. Omstanders bekijken en betasten ze, en overhandigen bankiljetten aan een dikke, zwetende man die de weddenschappen coördineert. Geen van die handelingen verloopt zwijgend. Pas als de hanen in een tweedelige kooi worden geplaatst, neemt het lawaai wat af. Wanneer die kooi aan een touw wordt opgetrokken is het zelfs bijna stil.

Met grote stappen paraderen de hanen door de mini-arena, waar ze elkaar gedurende een seconde of tien niet in de gaten hebben. Als de dieren dan opeens woest fladderend opspringen om elkaar te trappen, zwelt het zachte geroezemoes van de omstanders onmiddellijk weer aan. Luide aanmoedigingen waarin een Spaanstalige variant van "geef 'm van katoen' te herkennen valt.

Ook binnen het strijdperk is de gelijkenis met een bokswedstrijd opvallend. Zoals vermoeide boksers soms als laveloze drinkebroers een tijdje in elkaars armen hangen, duikt een van de hanen zo nu en dan onder de vleugel van zijn tegenstander, die zich dat zonder tegenstribbelen laat welgevallen. Na een seconde of vijf komt hij weer onder de beschutting van de vleugel vandaan om met hernieuwde kracht te pikken. Als er zo'n tien minuten verlopen zijn, begint duidelijk te worden welke haan de strijd zal gaan winnen. Terwijl de ene haan zijn offensief blijft voortzetten, maakt de andere een aangeslagen indruk: hij heeft er geen zin meer in. Zo nu en dan zet hij nog een venijnige tegenaanval in, maar de tussenpozen worden steeds langer.

Terwijl nummer één nog stevig op zijn poten staat, begint de andere allengs meer te wankelen. Nog twee minuten hobbelt het dier als een alcoholische stamgast na sluitingstijd over het strijdveld. Af en toe fladdert hij nog op om krachteloos en ongericht een trap te geven. Dan zakt de haan door zijn poten en blijft verdoofd op zijn plaats zitten, terwijl zijn tegenstander driftig op zijn kop en nek in blijft pikken.

Dat eenrichtingverkeer houdt nog enkele minuten aan voordat het geklingel van een wekker meldt dat het gevecht voorbij is. De winnende haan wordt liefdevol opgepakt door zijn eigenaar, die zorgelijk de verwondingen bekijkt. Met een nat doekje wordt het bloed van de poten gewassen. De verliezer is eveneens opgepakt en bungelt nu in de hand van zijn eigenaar. Deze bespreekt het wedstrijdverloop. Zo nu en dan zwaait hij heftig met de hand waarin hij de haan nog geklemd houdt, om het dier dan plotseling op de grond te gooien. Hij kijkt er even naar met de vermoeide blik van iemand die zojuist uit zijn auto is gestapt om de gevolgen van een klapband te bestuderen. Als er voorbereidingen voor een volgend gevecht worden getroffen, houdt hij de verliezer nog even aan een "verse' haan voor, die onmiddellijk woest begint te pikken. Omstanders bekijken het tafereel met instemming. Er worden alweer bankbiljetten tevoorschijn gehaald. Ik moest maar weer eens gaan. Vanavond zal ik uit solidariteit alle gerechten onder de noemer "Pollo' op de menukaart overslaan.