Fay Weldon: Levenslust. Vert. Aafke van der Made. ...

Fay Weldon: Levenslust. Vert. Aafke van der Made. Uitg. Contact. Prijs ƒ 29,90

Anita Brookner: Een gesloten oog. Vert. Heleen ten Holt. Uitg. Contact. Prijs ƒ 34,90

Oscar Hijuelos, Ons huis in de laatste wereld. Vert. Jos den Bekker. Uitg. Anthos. Prijs ƒ 34,90

Gilbert Adair: Heilige onschuld. Vert. Maarten Polman. Uitg. Contact. Prijsƒ 29,90

Jamaica Kincaid, Lucy. Vert. Harry Pallemans. Uitg. De Arbeiderspers. Prijs ƒ 29,90

Amy Tan, De vrouw van de keukengod. Vert. Eugène Dabekaussen en Tilly Maters. Uitg. Bert Bakker. Prijs ƒ 49,50

Een hecht viertal vormen ze niet, de vrouwen in Fay Weldons nieuwste roman Levenslust. Ooit waren ze allemaal met elkaar bevriend, nu zijn de onderlinge contacten een beetje verwaterd. Nora, Rosalie, Marion, Susan weten het niet van elkaar, maar ook na twintig jaar is er nog altijd een schakel die hun levens met elkaar verbindt: Leslie Beck. Destijds was Leslie Beck een jaar of veertig, getrouwd en onweerstaanbaar. Thans is hij bijna zestig, weduwnaar en nog altijd onweerstaanbaar. Dat laatste berust hoofdzakelijk op zoete herinneringen aan de verleidingstechnieken die Leslie lang geleden met succes toepaste.

Leslie mag dan gezegend zijn met opmerkelijke fysieke kwaliteiten en om die reden de spil vormen van Levenslust, Weldons aandacht gaat natuurlijk uit naar zijn "slachtoffers'. Als stramien voor haar roman koos ze de memoires die een van hen, Nora, tijdens kantoortijd stiekem optekent. Nora, die twee van de anderen geheel uit het oog is verloren, baseert haar verhaal gedeeltelijk op "via-via'-informatie, richt zich zo nu en dan tot de lezer, preludeert herhaaldelijk op gebeurtenissen die pas veel later vorm krijgen en kruipt als het zo uitkomt in de huid van haar mede-slachtoffers.

Op haar beurt kruipt de doorgewinterde Weldon in de huid van een amateur-schrijfster die worstelt met de vorm van haar verhaal. Ze doet dat uitstekend maar zonder zichzelf te verloochenen, want achter het charmante knip- en plakwerk van Nora gaat een typische Weldon-roman schuil: opwekkend, licht geschift en geestig.

Fay Weldon: Levenslust. Vert. Aafke van der Made. Uitg. Contact. Prijs ƒ 29,90

Minder vrolijk stemmend is Anita Brookners Een gesloten oog, een roman over een min of meer mislukt leven. Mislukt in de zin van onbevredigend en zonder hoogtepunten, zoals hoofdpersoon Harriët tegen wil en dank moet ervaren. Harriët heeft van jongs af aan genoegen moeten nemen met een onopvallende plaats in het leven van anderen: haar ouders zijn te oppervlakkig en te zeer met uiterlijkheden bezig om veel aandacht te schenken aan hun dochter. Op de veel oudere man met wie Harriët getrouwd is, is niets aan te merken, maar dat is het nou juist. Er rest haar niet veel anders dan haar hoop te vestigen op haar dochter die - hoe kan het ook anders - een aanmerkelijk zwieriger leven tegemoet lijkt te gaan.

Vrouwen die gevangen zitten in hun eigen onopvallendheid - Booker Prize-winnares (1984) Brookner lijkt er inmiddels zo'n beetje het patent op te hebben. Omdat Harriët niets durft te ondernemen gebeurt er ook niets, en die lijdzaamheid irriteert, ondanks het inlevingsvermogen van de schrijfster. Of misschien wel juist daardoor, want tot vervelens toe voelt Brookner zich geroepen te beschrijven en te verklaren wat haar hoofdpersoon denkt, voelt en beweegt - of liever, niet beweegt.

Anita Brookner: Een gesloten oog. Vert. Heleen ten Holt. Uitg. Contact. Prijs ƒ 34,90

Met The Mambo Kings play songs of love, een roman over de opkomst en ondergang van twee Cubaanse broers die zich eind jaren veertig in New York vestigden, won Oscar Hijuelos in 1990 de Pulitzer Prize. Zijn eerste roman dateert uit 1983, en het succes van The Mambo Kings - inmiddels verfilmd - heeft ertoe geleid dat Hijuelos' debuut Our house in the last world nu ook in Nederlandse vertaling verkrijgbaar is.

Ook in dit boek, dat begint in 1929 en bijna vijftig jaar later eindigt, worstelen Cubaanse immigranten met hun nieuwe bestaan in New York. Aan dat nieuwe bestaan is een zorgeloos en frivool leven op Cuba voorafgegaan, door Hijuelos zo gedetailleerd en aanlokkelijk beschreven dat New York wel móet tegenvallen, althans voor wie droomt van een Cadillac en een privé-zwembad. Cuba staat voor opzwepende muziek, flaneren in het park, liefde, familie en gigantische schranspartijen; in New York kan dat allemaal ook, maar steeds meer wordt het de stad van ontheemd-zijn, huwelijksproblemen, ziekte, drank- en vetzucht, neerslachtigheid en gekte - kortom, van tegenslagen en teleurstellingen. Hijuelos verwerkte dit alles tot een sfeervolle, meeslepende kroniek van een familie die gedoemd is in den vreemde vast te lopen.

Oscar Hijuelos, Ons huis in de laatste wereld. Vert. Jos den Bekker. Uitg. Anthos. Prijs ƒ 34,90

De sluiting van de Parijse Cinémathèque, begin 1968, luidt voor de hoofpersonen in Gilbert Adairs romandebuut Heilige onschuld hun afscheid van het echte leven in. Samen met de Amerikaanse filmstudent Matthew, een "kind voor hun incestueuze wieg', trekken Théo en zijn tweelingzuster Cathérine zich à la Jean Cocteaus Les enfants terribles terug in hun appartement. Terwijl hun contact met de buitenwereld steeds minder gaat voorstellen, slaat de algehele verloedering toe. Er is een steen door de ruit voor nodig om de drie ingedommelde jongelui weer de straat op te krijgen, waar de revolutie inmiddels in volle gang is. Het is immers mei 1968.

Het ontbreekt het cinefiele drietal evenwel aan werkelijke betrokkenheid bij de opstand. Ze zien de gebeurtenissen op straat zoals ze films bekeken voordat ze in totale afzondering van de wereld hun eigen wereld, hun "film' creëerden - zoiets. Het idee is overigens geslaagder dan de uitwerking. Adair - zelf filmcriticus - schroomt niet het verschijnsel film waar het maar kan in zijn roman te betrekken. Dat levert vaak gekunsteld proza op als "Toen hij alleen was trok Matthew lui zijn kleren uit en begon het vooralsnog niet-gemonteerde stuk bioscoopjournaal dat hij die avond voor zichzelf zou afdraaien, door de projector in zijn hoofd te laten lopen.' Hoe dan ook, Anthony Burgess is wèg van dit boek.

Gilbert Adair: Heilige onschuld. Vert. Maarten Polman. Uitg. Contact. Prijsƒ 29,90

Lucy, de hoofdpersoon in de gelijknamige derde roman van Jamaica Kincaid, is geboren op "een heel klein eiland, achttien kilometer lang en twaalf kilometer breed; maar toen ik er op mijn negentiende wegging, was ik op driekwart van het eiland nog nooit geweest.' Lucy verlaat dit warme Caribische eiland om als au pair te gaan werken in New York, waar het uiteraard bitter koud is. Tegen die achtergrond beziet zij de "andere' wereld; de band met haar moeder wordt steeds losser, Lucy's levenservaring en inzicht nemen met de dag toe.

Van kind tot vrouw, van primitief tot westers, van naëf tot wereldwijs - de tegenstellingen liggen in deze ontwikkelingsroman voor het oprapen. Maar voor Kincaid vormt dit alles een vanzelfsprekend, organisch geheel: het ene proces valt niet los te zien van het andere. Haar boek is zuiver en doordacht, niet be-dacht. Wat niet zo verwonderlijk is als je bedenkt dat de levensloop van de schrijfster - afkomstig van het kleine Caribische eiland Antigua - nogal wat overeenkomsten vertoont met die van haar hoofdpersoon.

Jamaica Kincaid, Lucy. Vert. Harry Pallemans. Uitg. De Arbeiderspers. Prijs ƒ 29,90

Nog meer cultuurverschillen. In De vrouw van de keukengod van de Chinees-Amerikaanse schrijfster Amy Tan komen twee generaties in de nieuwe wereld tegenover elkaar te staan: Winnie, een bejaarde Chinese vrouw, en Pearl, haar veertigjarige dochter. Pearl speelde als meisje met een Barbiepop en spreekt perfect Amerikaans, want ze groeide op in San Francisco. Winnie bracht de eerste dertig jaar van haar leven door in China. Aan tragiek geen gebrek: als kind van zes verlaten door haar moeder, ondergebracht bij familieleden die haar niet moesten, uitgehuwelijkt aan een bruut van een vent, drie kinderen verloren.

Al die jaren heeft Winnie haar gruwelijke verleden verzwegen. Maar ook Pearl loopt al lang rond met een geheim dat ze niet aan haar moeder kwijt wilde: ze lijdt aan multiple sclerose. Door deze wederzijdse onthullingen komen de vrouwen dichter tot elkaar, overigens zonder dat het echt drakerig wordt. Trouwens, na zoveel leed heeft de lezer ook wel recht op een happy end.

Amy Tan, De vrouw van de keukengod. Vert. Eugène Dabekaussen en Tilly Maters. Uitg. Bert Bakker. Prijs ƒ 49,50