Een veertiendelig drama; Ted Hughes over de mythologie van Shakespeare

Ted Hughes: Shakespeare and the Goddess of Complete Being. Uitg. Faber, 516 blz. Prijs ƒ 72,-

De eretitel van poet laureate die Ted Hughes voert wordt soms minachtend en misleidend vertaald als "hofdichter'. Zijn persoonlijkheid binnen en buiten zijn werk is meer bars dan hoofs, en niemand rekende op een ode van hem ter gelegenheid van het veertigjarig regeringsjubileum van de Engelse koningin.

In plaats van iets feestelijks te verzinnen blijkt hij de laatste hand te hebben gelegd aan een bewonderenswaardig en onleesbaar boek over de mythologische inhoud van Shakespeares werk. Het is bewonderenswaardig door zijn kennis en het vermogen om wendingen die in strijd lijken met een opgesteld schema zo te belichten dat zij er toch in passen. Het is onleesbaar doordat Hughes de indruk wekt voortdurend bezig te zijn met zijn eigen gedachten zonder zich te bekommeren om de vorm en de overzichtelijkheid van zijn betoog.

Dat het boek onleesbaar is betekent niet dat er geen kennis kan worden genomen van de inhoud. De vruchtbaarste techniek lijkt mij: eerst in de inleiding, hoofdstuk 1 en de volgende inleidende hoofdstukken opsporen wat Hughes in grote lijnen bedoelt, en daarna van tijd tot tijd een tussenliggend hoofdstuk bestuderen om te zien hoe hij zijn bedoeling toepast op Shakespeares teksten. Afhankelijk van de tijd die de lezer beschikbaar stelt, en van de hoeveelheid andere lectuur die hij telkens nodig heeft om van Hughes te bekomen, kan het een half jaar of een leven lang duren voor hij klaar is. Waarschijnlijk gaat het op den duur soepeler, als de stijl van de auteur begint te wennen. Dat Hughes vaak de ik-vorm gebruikt en tegelijk zeer onpersoonlijk redeneert, zal na enkele maanden natuurlijker lijken.

Een rechtvaardiging voor de onpersoonlijke toon kan zijn dat het boek gaat over de mythen waarmee Shakespeare zijn begrip van menselijke betrekkingen verzwaarde. Biografisch is daar niets van aan te tonen, uit de weinige kennis die wij van Shakespeares leven hebben. Wel staat vast dat de twee verhalen die Hughes als de pijlers van de mythologie in de latere stukken ziet hem een tijd lang hebben beziggehouden. Ze zijn verwerkt in de twee grote gedichten Venus and Adonis en Lucrece.

Het eerste verhaal waar Hughes over schrijft ontleende Shakespeare aan Ovidius, het gaat over de liefde van de godin voor de jager die tot haar verdriet gedood wordt door een wild zwijn. Het vertolkt het thema van de alomvattende goddelijke liefde, en kan zoals alle mythen in vele richtingen gecompliceerd en gevarieerd worden. Het verhaal van Lucretia gaat over haar verkrachting door Tarquinius waarna zij een eind maakte aan haar leven. Dit is het thema van de onverzoenlijke deugd.

In al Shakespeares stukken, van Measure for Measure tot The Tempest, onderscheidt Hughes variaties op het conflict tussen de goddelijke liefde en de menselijke beginselvastheid. Hij ziet ze met hun veertienen als een doorlopend drama op hetzelfde thema. Dat niemand anders dit tot nu toe zo gezien heeft, is geen wonder, als je ziet hoeveel vormen de hoofdmotieven aannemen en hoe veel gedachtensprongen Hughes moet maken. Ook nu hij het uitgelegd heeft zullen er kritische lezers zijn die er niets van geloven.

Circuit

Was Shakespeare aangesloten op het eeuwenoude mythologische circuit van de westerse beschaving (voor zulk technisch jargon schrikt Hughes niet terug)? Of was hij een ongewoon begaafde dichter en dramaschrijver, die uit zijn eigen verbeelding alle menselijke eigenaardigheden kon oproepen? De meeste Shakespeareanen zullen hem liever als gewoon genie zien dan als mytholoog, maar ook dat valt niet mee. Stukken zoals Measure for Measure, Hamlet en The Winter's Tale zijn voor een deel onbegrijpelijk in de termen van de twintigste-eeuwse menskunde. Er bestaat nog altijd behoefte aan nieuwe inleidingen en verdere voetnoten.

Het gevaar bestaat dat het drama van Shakespeare verstikt zal worden door de vele ophelderingen. Hughes is zich daarvan bewust. Needless to say, verzekert hij, doorkruist de structurele polariteit van de mythologie in no obvious way de individualiteit van Shakespeares personen. Hij zou het ons makkelijk hebben gemaakt als hij zei dat de stukken psychologisch of mythologisch begrepen kunnen worden, en dat wij de verschillende benaderingen naar beste vermogen moeten combineren.

Met reden vreest Hughes dat de meeste Shakespeareanen van onze tijd weinig ervaring hebben met mythologische interpretatie en dat zij weinig zin hebben om er mee te beginnen. Zelf heeft hij de ervaring wel, en Terry Eagleton heeft in de Guardian al gezegd: hij ontwerpt hier een Shakespeare naar zijn eigen evenbeeld.

Eagleton en Hughes kunnen allebei gelijk hebben. Niemand weet wat er in Shakespeares verbeelding omging, wat hij wist, of half wist, of wel eens gehoord had. De overtuiging dat alleen een aanzienlijke geleerde zulke stukken zou kunnen schrijven heeft in de loop der jaren verscheidene studieuze naturen op de gedachte gebracht dat er een ander aan bezig geweest moet zijn dan de toneelschrijver uit Stratford. Hughes heeft een dichterlijke variant op die academische waagstukken geschreven. Hij haalt er geen ander bij maar breidt Shakespeare zelf uit. Als zijn redenerend proza zorgvuldiger in elkaar was gezet en meer was afgewerkt, had hij ons verder kunnen meeslepen dan nu gebeurt. Maar al brommende wordt de lezer toch op nieuwe ideeën gebracht.