Duits-Nederlands voorstel voor VN-overleg over Bosnië; Genscher tegen de pers: vraag Van den Broek ook eens wat

BONN, 24 APRIL. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moet zo snel mogelijk een spoedzitting houden over de burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina. Dit verklaarden minister Hans van den Broek (buitenlandse zaken) en zijn Duitse collega, Hans-Dietrich Genscher, gisteren na een consultatiegesprek van ruim drie uur in Bonn. Duitsland en Nederland zullen hun wens deze week bespreken met de EG-collega's, voorafgaand aan de vergadering van de Raad van ministers, begin volgende week in Lissabon.

Eerder gisteren had Genscher in een “openhartig en indringend” gesprek op zijn ministerie de Servische minister van buitenlandse zaken, Jovanovic, gewezen op de verantwoordelijkheid van Servië voor het oorlogsgeweld in Bosnië-Herzogovina en Kroatië, en onmiddellijke terugtrekking van het door Servië gedomineerde Joegoslavische leger geëist.

De Duitse minister had nog niet willen spreken over sancties van de EG of de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), maar Jovanovic gewaarschuwd dat Servië internationaal geheel geïsoleerd raakt als het zijn koers niet verandert. De EG zal door geweld verkregen gebiedsuitbreiding ten koste van Kroatië of Bosnië-Herzegovina diplomatiek noch anderszins accepteren, had Genscher gewaarschuwd.

De Servische minister bleek niet erg onder de indruk van Genschers verwijten. Het Joegoslavische leger reageert slechts als het wordt aangevallen en speelt “een stabiliserende rol”, zei hij op een eigen persconferentie. Bovendien staat het nog steeds onder Joegoslavisch commando, zodat de Servische regering geen opdrachten kán geven. Volgens Jovanovic zijn de Joegoslavische militairen in Bosnië trouwens voor 80 procent afkomstig uit Bosnië zelf. “Men kan hen toch niet vragen uit hun eigen land te vertrekken?”

De ministers Genscher en Van den Broek, die hun laatste bilaterale gesprek hadden vóór Nederland in de tweede helft van 1991 het presidentschap in de EG bekleedde, leken er gisteren op uit om te demonstreren dat hun fricties uit die tijd voorbij zijn. Zij hadden ruim drie uur met elkaar gesproken en de lunch gebruikt in het fraaie gastenverblijf van het ministerie van buitenlandse zaken, dat hoog boven Bonn op de Venusberg ligt. Aansluitend gaven zij daar een persconferentie buiten voor het zonnige gazon, wat de sfeer trouwens beter diende dan de verstaanbaarheid.

Behalve over de kwestie-Servië zijn Duitsland en Nederland het ook over alle andere besproken (vooral Europese) thema's eens, zei Van den Broek, die zijn collega aanduidde als “mijn vriend minister Genscher” of ook wel kortweg sprak over “Hans-Dietrich”. Van zijn kant suggereerde Genscher aardig, na veel vragen over zijn gesprek met Jovanovic, om Van den Broek wat meer vragen te stellen over het Nederlands-Duitse gesprek.

Volgens Van den Broek en Genscher is de kwestie-Servië, na de verklaringen die de EG en de CVSE daarover hebben afgelegd, ook toe aan een spoedzitting van de Veiligheidsraad. De rapportage van EG-bemiddelaar Carrington, die gisteren in Bosnië-Herzegovina was, moet de komende dagen worden geëvalueerd, zei Van den Broek. Het sanctiewapen dient behoedzaam te worden gehanteerd. Aan de ene kant moet diplomatieke actie geen verder Servisch isolement in de hand werken, aan de andere kant moet er een Servisch signaal van goede wil komen, zei de minister, die op dat moment nog onkundig was van de gisteravond opnieuw afgesproken wapenstilstand in Bosnië.

Duitsland en Nederland zijn het erover eens dat onderhandelingen (in '93) over uitbreiding van de EG moeten beginnen met Eva-landen als Oostenrijk en Zweden, daarna met Finland en eventueel met Noorwegen als uit dat laatste land een aanvraag binnen komt. Of Zwitserland de komende jaren een aanvraag zal indienen, is onzeker. Toetredingsonderhandelingen met Malta of Cyprus en Oosteuropese landen ziet Van den Broek niet voor de tweede helft van dit decennium beginnen.

Voor de financiering van het EG-budget, als voorgesteld in het pakket-Delors II, ziet Van den Broek tot en met 1993 nog geen problemen. Over wat er daarna moet gebeuren is nog geen duidelijkheid, zei hij met een verwijzing naar Nederlandse vragen over de “invulling” van het pakket-Delors en het “functioneren van de Europese structuren”. Toen begon het te regenen en was de persconferentie afgelopen.