Den Haag en de vrede

HET IS NIET ALTIJD "zwarte maandag' voor de Nederlandse diplomatie: op 30 september vorig jaar werden in Brussel Haagse voorstellen voor een nieuwe Europese Gemeenschap door de partners van tafel geveegd. Suggesties van Buitenlandse Zaken voor een nieuw Europees vredesbeleid, in januari jl. in Praag gelanceerd op de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), trekken daarentegen internationaal de aandacht.

In een rede voor de Atlantische Commissie verklaarde minister Van den Broek onlangs het nodige te hebben geleerd van zijn Joegoslavische ervaringen. Twee ideeën had de bewindsman uit zijn vredesmissie namens Europa gedestilleerd. Spanningen binnen een bepaalde gemeenschap moesten veel eerder worden gesignaleerd en ernstig genomen en militaire interventie mocht niet langer een kwestie van improvisatie zijn. Met zoveel woorden onderstreepte de bewindsman dat de Verenigde Naties niet altijd voor vredeshandhaving in Europa beschikbaar zullen zijn.

ALS waarschuwingssysteem wordt de aanstelling gesuggereerd van een Hoge Commissaris voor de Minderheden. Daarbij wordt gedacht aan een persoonlijkheid van bijzonder kaliber. Lord Carrington, voorzitter van de vredesconferentie over Joegoslavië, wordt in het Nederlandse voorstel als zodanig genoemd. Uitgangspunt is dat strubbelingen in Europa in afzienbare tijd vooral van etnische aard zullen zijn. De HC moet de vrijheid krijgen zich ongehinderd door de Europese ruimte te bewegen en zich in spanningsbieden op de hoogte te stellen. Mochten pogingen tot afkoeling en verzoening mislukken en dreigt de toestand te escaleren, dan rapporteert de HC aan de hogere echelons van de CVSE.

Het tweede luik van het Nederlandse voorstel richt zich op de eventueel volgende militaire interventie. Een dergelijke ingreep zal volgens Den Haag moeten plaats hebben onder de supervisie en verantwoordelijkheid van de CVSE. Maar het originele van het voorstel zit in de praktische toepassing. Met een hoofs gebaar in de richting van de West-Europese Unie wordt geconcludeerd dat de NAVO als enige organisatie beschikt over de infrastructuur, de politiek-militaire hulpbronnen, de logistiek en het operationele vermogen om een mandaat van de CVSE voor vredeshandhaving op korte termijn en ook efficiënt uit te voeren.

MET HET Nederlandse plan worden drie doelen tegelijk geraakt: Den Haag rehabiliteert zich voor het Atlantisch-Europese forum, de NAVO heeft er een bestaansreden bij en de behoefte van de Oosteuropeanen aan een nieuwe veiligheidsstructuur vindt erkenning.

Kritiek dat uitvoering van het voorstel ten koste dreigt te gaan van de oorspronkelijke verdedigingsfunctie van het Atlantisch Pact tracht Den Haag te pareren met het argument dat het hoogstens zal gaan om een vredesmacht van een tien- à vijftienduizend man en dat een dergelijke operatie in militair en logistiek opzicht geen ingewikkelde problemen oproept.

De vruchten van de Haagse diplomatieke creativiteit zijn het bekijken waard. Het is de vraag of alle bondgenootschappelijke en andere bedenkingen zullen kunnen worden overwonnen. Maar als de voorstellen het stadium van verwezenlijking zouden bereiken, zou er al een conflictdempende invloed van kunnen uitgaan. Ook bij vredeshandhaving gaat het om geloofwaardigheid. Die zou met het Atlantische militaire vermogen op de achtergrond niet kunnen worden betwijfeld.